Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label politiek. Alle posts tonen

maandag 5 april 2021

De gesel van het neoliberalisme: Ewald Engelen's 'Ontwaak! Kom uit uw neoliberale sluimer' (2021)

Zowel “neoliberalisme” als “technocratie” zijn termen waarvan ik eigenlijk alleen - tot voor kort - "ongeveer" wist wat ermee bedoeld wordt. Ik ben hoger opgeleid en heb jarenlang in een bibliotheek van een wetenschappelijke instituut gewerkt, maar toch kwam er tot voor kort geen sluitende definitie in mijn hoofd op van deze termen. “Neoliberalisme” associeerde ik met “kapitalisme”, het belang van grote bedrijven en banken, en verder, wel, de VVD. Wat het “neo” (nieuw) maakte wist ik niet precies.

“Technocratie” vond ik nog lastiger om goed te definiëren. Ik vermoedde iets van beleid gebaseerd op kille apparatuur en (reken)modellen.

Welnu, het pas (2021) verschenen en goed leesbare boek ‘Ontwaak! Kom uit uw neoliberale sluimer’ van Ewald Engelen hielp me uit de metaforische brand: het besprak beide thema’s, in relatie tot met name de recente Nederlandse geschiedenis.

Ik kwam het boek tegen in de sociale media, en had weleens eerder wat gelezen van Engelen. Ik was het over het algemeen wel met hem eens. Ook beschreef hij leuk sociaal-economische ontwikkelingen, niet zonder humor, alhoewel wel met soms complexe zinnen. Dat laatste zie ik ook als uitdaging.

Ook tijdens wat nu speelt, en dat ook mij meer raakte dan me lief was, namelijk de coronacrisis, bleken Engelen en ik het grotendeels eens. Laten we zeggen dat we beiden tot de linkervleugel behoren van mensen die kritisch zijn over de coronamaatregelen/het lockdownbeleid.

DUIDING

In dit boek uit 2021 was ik dus ook geïnteresseerd, omdat ik de thematiek interessant vond – mijn interesse is echter breed – maar ik vooral ook duiding zocht. Dit zeker ook in de corona tijd van pandemie, die Engelen ook in dit boek over neoliberalisme betrekt. Sommige tegenstanders van het coronabeleid gebruiken de term “plandemie”.

Zelfs als complottheorieën – zoals rond Bill Gates, WEF, Agenda 2030 etc. – waar blijken te zijn – mijn persoonlijk vermoeden: in ieder geval deels -, heeft loos speculeren over de achtergronden van het internationale coronabeleid nu geen zin. Althans: niet zonder een grondige analyse van de politiek en economie die er aan vooraf ging, zoals in Nederland. Dit leek mij een nuttige, historische duiding die ik zocht. Het is een lacune die het boek voor me vult, dat gaandeweg ook meteen “neoliberalisme” en “technocratie” duidelijk voor mij definieert.

Tenminste, dat verwachtte ik. Dit boek voldeed aan die verwachtingen, laat ik dat voorop stellen. Ik heb het met plezier gelezen, en kreeg ook het gevoel dat ik wat bijleerde. Het had iets van “bevestiging” van mijn denkbeelden – ik geef het toe -, maar zeker ook opende het boek mijn ogen voor andere ontwikkelingen en verbanden, die ik zelf nog niet zo zag. Ergens in het boek vat Engelen samen wat volgens hemzelf het kernthema van dit boek is: “de manier waarop hoogopgeleide experts het zogenaamde publieke belang misbruiken om de eigen belangen te dienen ten koste van die van laagopgeleiden.”.. Dat is nog eens duidelijke taal! Rond dit kernthema wordt veel interessants uiteen gezet.

NEOLIBERALISME

Ja, ik weet na lezen beter wat “neoliberalisme” is, hoewel een strakke, “catchy” definitie moeilijk te geven is. Engelen wijdde er zelfs een apart hoofdstukje aan met als titel ‘Wat is neoliberalisme?’, met als deel van de definitie: “meer macht aan aandeelhouders (eigenaren) van ondernemingen, en minder voor andere belanghebbenden (werknemers, klanten, en leveranciers). Dit leidde tot de karakteristieke, neoliberale focus op “winstmaximalisatie”. Het “neo” (nieuwe) ervan ten opzichte van het eerdere “laissez faire” liberalisme zit hem in de “ordening” via wetgeving en gerichte politieke steun.

Interessanter is hoe Engelen de dominantie van het neoliberalisme in het economische beleid van Nederland, en de rest van de Westerse wereld, beschrijft, hoe deze opkwam, en de status quo werd. De norm werd dat de vrije markt alles kan oplossen, simpel gezegd, en dat een minimale, maar effectieve, staat dit ondersteunt.

Dit Anglo-Amerikaanse kapitalistische model kwam inderdaad overwaaien uit de VS en het Verenigd Koninkrijk naar de rest van Europa. Dit was begin jaren 80 (1980s), met de University of Chicago als een leidend neoliberaal bolwerk, met internationale invloed. In Nederland, met een handelstraditie, was die invloed er relatief vroeger en sterker, zo vertelt Engelen, vergeleken met andere landen in Europa: landen als Frankrijk waar gemarginaliseerde economische “scholen” (Keynes, Marx e.a.) nog wel wat meer ruimte en politieke invloed behielden.

Engelen zet goed voor mij uiteen dat er weinig “altruïstisch” en “humanitair” is aan het neoliberalisme, en dat het cynisch genoeg inderdaad de belangen dient van een kleine, welvarende financiële elite in de wereld. Complottheorieën zijn niet eens meer nodig. Het idee van “trickle down economics”, dus dat de baten van winstgevende bedrijven iedereen, ook de arbeiders onderin (want meer werk) ten goede zouden komen, lijkt het cynische egoïsme te legitimeren.

Engelen spreekt zelf over een “proces” sindsdien, in plaats van een “complot”, een “gelijkschakeling” zo men wil, tussen alle machtige maatschappelijke groepen: politiek, de pers, met het grootkapitaal, tegenover “de massa”, en het “volk”. Deze gelijkschakeling -procesmatig, maar met welbegrepen eigenbelang - heeft zich volgens Engelen de laatste decennia in Nederland haast volledig voltrokken. Het omvatte ook puur machtspolitiek en druk, en subtiele omkoping ( zoals “job security” toch kan worden beschouwd).

POLITIEK

Alle “middenpartijen”, zo stelt hij, VVD, PVDA, CDA, D66, inclusief GroenLinks, voeren nu al een tijd neoliberaal economisch beleid uit, of propageren dat. Rechts-populistische partijen die het “ongenoegen” onder het volk willen kanaliseren - PVV, FVD – doen dat volgens Engelen met een verkeerde focus: op cultureel nationalisme, migratiebeperking, en harder vreemdelingenbeleid, daarbij het echte, diepere probleem, namelijk armoede onder dat volk door neoliberalisme, negerend. Partijen als PVV en FVD zitten in dezelfde “neoliberale” fuik wat betreft hun economische standpunten als de “middenpartijen” die ze zelf (als het “kartel”, zoals FVD voorman Thierry Baudet ze noemde) bekritiseren.

Het echte probleem, en dat vond ik een sterk punt van Engelen, is niet “migratie” of “mobiliteit” van mensen, maar mobiliteit van “kapitaal”.

Slechts de SP heeft een duidelijk ander economisch verhaal, volgens Engelen, terwijl de Partij voor de Dieren, ook wat meer afwijkend is qua ecologisch en economisch beleid van de “middenpartijen”, en minder in die neoliberale fuik zit.

WERELDBEELD

Wat is die “fuik” dan wel, en welk wereldbeeld zit achter het neoliberalisme? Dat vind ik interessant. Het “wereldbeeld” van het egoïsme, klaarblijkelijk, gedeeld door meerdere hoogopgeleiden. Daarnaast ziet Engelen ook het mensbeeld van de rationele, calculerende “homo economicus” terugkomen, sinds de stimulering van het neoliberalisme. Het gaat voorts, meer praktisch, uit van het “aanbod” (markten creëren) dan van de “vraag” van consumenten. Dit zorgt voor een – vanuit het perspectief van burger/klant - opdringeriger soort kapitalisme, met welbeschouwd ook meer leugenachtigheid (“behoeftes creëren” is the name of the marketing game), in vergelijking met de Keynesiaanse school van kapitalisme. Verrijking van het grootkapitaal, eenvoudig samen gevat, als belangrijkste uitkomst.

Overtuigend toont Engelen aan dat dit neoliberalisme – ondanks de “trickle down” pretenties – eigenlijk vooral negatieve gevolgen had voor de meerderheid van de bevolking. De bankencrisis van 2008 liet dat zien. Een kleine elite bleef er van profiteren, welke ook alsmaar rijker werd. Die elite werd juist politiek gesteund als antwoord op die economische crisis van 2008, en het neoliberalisme daarmee versterkt, ook politiek..

Hij zet ook uiteen hoe de analyses die ten grondslag liggen aan het neoliberalisme tot een “self-fulfilling prophecy” leiden: de scheiding van “feiten” en “theorie”, depolitisering van economie, samenhang tussen probleem en “oplossingen”. De interpretatie van feiten is inderdaad een heikel – en corrumpeerbaar - punt in meerdere wetenschappen.

ECONOMEN

Veel aandacht geeft Engelen ook aan “economie” als wetenschappelijke discipline. Met de dominantie van neoliberalisme sinds 1980 kregen academisch geschoolde economen - zo illustreert Engelen – veel macht en aanzien, resulterend in een combinatie van arrogantie en tunnelvisie. Hier gebruikt hij de term “technocraten” ook, alsmede “econocraten”. Kort door de bocht geformuleerd: meer geïnteresseerd in cijfers en winst dan in de bredere maatschappij. Of in zulke hinderlijke factoren als “het volk” of “democratie”.

Opvallend is ook – en dat verbaast mij ook, vanuit mijn tijd in een wetenschappelijk instituut – het gebrek aan open discussie in specifiek de economische discipline, het gebrek aan tegenspraak en twijfel. Wetenschap gedijt immers bij de twijfel, en elke “waarheid” erin is tijdelijk. In echte wetenschap dan.

Aan de neoliberale economen is dat over het algemeen weinig besteedt, verduidelijkt Engelen. Ze worden hierbij ook gesteund door de journalistiek, die dezelfde hoogopgeleide, technocratische positie en levensvisie delen, aldus Engelen. Het veelvuldig gebruik van de termen “topeconoom” of “topeconomen” in de media, wijzen op dat ontzag, als deel van een bredere kritiekloosheid. Dat de meeste politieke partijen diezelfde neoliberale focus hebben, eveneens.

Zo kregen deze technocratische economen veel invloed op het politieke discours, en “neoliberaliseerden” deze (mijn term) sinds de 1980s, zogezegd, tot op heden. In Nederland, en een flink deel van de Westerse wereld (en daarbuiten). Dit alles vergrootte de ongelijkheid tussen rijk en arm, en hoogopgeleid en lager opgeleid, maar vergrootte ook de ecologische schade.

MINACHTING

Voorts is een andere interessante lijn in dit boek van Engelen, het dédain of de regelrechte minachting van de hoogopgeleide “technocraten” voor “het volk”, met andere woorden: de lager-opgeleide (en armere) meerderheid. Dit uit zich volgens Engelen in een focus op “verdienste” (merit) van deze hoogopgeleide academici, voortkomend uit een vermeend superieur brein, waar goed gebruik van gemaakt is, door bijvoorbeeld die net-niet-zelfbenoemde topeconomen, en andere academische geschoolden in hun “bubble” en letterlijk of figuurlijk “gated communities”. Deze hoogopgeleide elite heeft een aura van internationaal, kosmopoliet burgerschap om zichzelf heen gecreëerd, geplaatst tegenover het al snel als dom, en xenofoob neergezet lager opgeleide “volk”, vatbaarder voor nepnieuws, populisme, en stemmen op Trump, of partijen als PVV, of voor nationalistische en racistische stromingen, etcetera.

RACISME

Terecht bekritiseert Engelen die hoogopgeleide hoogmoed, in Nederland ook sterk aanwezig, die generaliserend en onwaar is, ook wat betreft “racisme”. Het riekt ook nogal naar hypocrisie. De zwarte Amerikaanse komiek Paul Mooney gaf aan dat racisme vooral iets is wat (rijke) “blanken” DOEN (niet toelaten, niet aannemen, niet verstrekken), en dus meer is dan ergens “rancuneus PRATEN over andere rassen”, zonder verdere machtsmiddelen.

Die hoogopgeleide elite heeft die machtsmiddelen en zal de eigen groep daarmee bevoordelen. Ja, inderdaad vooral rijke blanke mannen, die al uit welvarende gezinnen komen. Daar ligt de hypocrisie.

Een autochtoon Nederlandse PVV-stemmer (werkeloos of uit de arbeidersklasse) die scheldt op teveel Marokkanen en andere buitenlanders in zijn wijk of omgeving, zal geen prettige of positieve persoon zijn, zeker niet voor individuele niet-Nederlanders, en andersom geldt dat ook voor leden van in Nederland etnische minderheden (Marokkanen, Surinamers e.a.) die alleen maar in rancuneuze en negatieve termen aan autochtone Nederlanders kunnen denken (vaak vanwege wat vernederende ervaringen), en contact met die Nederlandse meerderheid maar liever helemaal vermijden, ook al is dat wat generaliserend.

Deze “rancuneuze” mensen hebben door hun maatschappelijke positie echter weinig macht. Premier Mark Rutte, eindverantwoordelijke voor de “racistische” toeslagenaffaire, had daarentegen duidelijk wel macht.. Net als alle grote politieke partijen.

CULTUUR

Engelen betoogt dat de focus op “culturele” onderwerpen dominanter is geworden in het internationale politieke discours, met name sinds de terroristische aanslag (9/11) in 2001. De Islam en zich daarop beroepend terrorisme kreeg zeker overmatige aandacht van overheden, met strengere terreurwetten, en nieuwe, ingrijpende bevoegdheden, en meer inbreuk op privacy en lichamelijke integriteit. Populistische partijen in sommige landen maakten hier en daar gebruik van de Islamofobie, maar het werd ook deel van een breder “cultureel” discours binnen gevestigde partijen over de plaats van de Islam in Westerse samenlevingen. Het evidente feit dat de meerderheid van moslims geen terroristen zijn – en dat het vanuit de psychologie ook zomaar zo kan zijn dat individuele moslims hun religieus fanatisme gebruiken als uitlaatklep voor allerlei (eigen) frustraties -, werden daarbij gemakshalve veronachtzaamd.

Dat Islam-terrorisme was een “hype”, kun je concluderen uit wat Engelen in dit boek stelt, zelfs een afleidingsmanouevre om “neoliberaal” beleid te rechtvaardigen, via een sterkere, maar ondemocratische staat.

Hetzelfde vindt hij gelden voor de focus op andere “culturele”of “raciale” onderwerpen (naast de Islam in Nederland) in het maatschappelijke discours, en in de media in Nederland: “Zwarte Piet”, het Nederlands slavernijverleden of koloniaal verleden, emancipatie, standbeelden van koloniale moordenaars of slavenhouders, of zelfs thema’s als “genderneutraliteit”.

Dit dient vooral om “het volk” af te leiden van de macht van het “neoliberalisme”, en de ongelijkheid die het veroorzaakt, vindt hij. Verdeel en heers, met andere woorden, het volk (de “gevaarlijke” meerderheid) dus verdeeld houden.

Ik denk te snappen wat Engelen ermee bedoelt, hoewel ik het er niet 100% mee eens ben. De wetenschappelijke bibliotheek waar ikzelf ruim twaalf jaar voor werkte, had juist dat Nederlandse slavernijverleden (en koloniaal verleden) als thema, waarbij ik mij specialiseerde in het Caraïbisch gebied.

Ik heb er veel geleerd, maar vooral ook hoe belangrijk is om veel van dat slavernijverleden te leren: voor iedereen in de huidige wereld, en niet slechts mensen van Afrikaanse afkomst. Als slecht voorbeeld, voor het belang van mensenrechten en gelijkheid, en om de positie van bijvoorbeeld Afrika in de huidige wereld te begrijpen..

Ik vind het (Nederlands) “slavernijverleden” dan ook geen irrelevante “afleiding” zoals Engelen lijkt te suggereren, ook omdat de trans-Atlantische slavenhandel en plantage-slavernij in de Amerika’s, eigenlijk ook historisch aan de basis staan van het “kapitalisme” als zodanig, dus ook de huidige neoliberale variant, die Engelen in dit boek heftig bekritiseerd. De opbrengsten van de Britse slavernij financierden de bekende, eerste Industriële Revolutie, zoals wel wat bekender mag zijn.

Hetzelfde geldt voor racisme, waarbij Engelen wel terecht Martin Luther King citeert over de toch ook gedeelde belangen van arme arbeiders (van elk ras) met de Afro-Amerikanen – ook veelal van de arbeidersklasse – voor wie hij opkwam.. ze hadden dezelfde (neoliberaal-kapitalistische, rijke, witte) vijand. Nu nog steeds, zou je kunnen betogen.

Hoewel racisme bestaat, en discriminatie op uiterlijk en cultuur, ook in Nederland, aan de orde van de dag zijn, moeten de relaties met het dominante, ongelijkheid-bevorderende neoliberalisme niet vergeten worden, lijkt Engelen te stellen.

Enigszins samenvattend zegt Engelen treffend, achterin het boek:

Het neoliberale middel bij uitstek is het creëren van een technocratie die de controle over de regels van de markten en de bescherming van de eigendomsrechten zoveel mogelijk buiten het bereik van volk en democratie houdt”.

Het doel van neoliberalisme is de staat gebruiken om markten verder te verdiepen en eigendomsrechten verder te zekeren, stelt hij tegelijkertijd.

Om dit te bereiken zijn ‘rampen” en “crises” welkome aanleidingen, en zo komen we bij een ander thema in dit boek: de corona crisis.

CORONA

Engelen schreef dit boek terwijl deze merkwaardige coronacrisis gaande is, wereldwijd, met een beleid van ongekende “lockdowns”, ook in Nederland, nodig geacht – of als zodanig gepresenteerd – om verspreiding van de virale ziekte (een nieuwe SARS variant) die via China de wereld over ging (sinds Februari 2020) tegen te gaan. Zoals we veel te veel in de media hebben moeten vernemen, wordt dit virus “Covid 19” genoemd.

Ik was onder de indruk van Engelen’s analyse van deze crisis, met name het politiek gebruik ervan.

Hij geeft zich niet over aan complottheorieën rond Bill Gates, Agenda 2030, the Great Reset, die veel criticasters van het coronabeleid aanhalen, maar refereert er eigenlijk wel indirect naar.

Interessant is echter juist dat hij het plaatst binnen het verloop van het Westerse neoliberalisme.

Hij spreekt – vind ik terecht – tegen dat de hele crisis en het ondemocratische “lockdown-beleid”- wat opvallend veel regeringen nu hanteren - een “ommekeer” is ten opzichte van dat neoliberalisme.

Integendeel: hij ziet het eerder als een bevestiging ervan, zelfs een culminatie van hetgeen eraan vooraf ging. Net als bij de “terrorisme hype” sinds 2001, de politiek gebruikte “banken crisis” van 2008, ziet hij de corona crisis - of “corona hype” zoals ik het zelf wel wil noemen – als nog zo’n noodsituatie en crisis die de “powers that be” gebruiken om het neoliberalisme verder te versterken.

Er is zelfs een vergelijkbare rol van academisch geschoolde “technocraten”, wier woord wet lijkt, zonder de gebruikelijke toetsing en tegenspraak. Voorheen waren dat dus de (neoliberale) “economen”, nu dus de “virologen”, met eenzelfde neiging tot arrogantie en tunnelvisie.

Een desastreus gezag – veelal gebaseerd op zeker betwistbare “modellen” – welke zelfs basale burgerrechten en –vrijheden die we als Nederlandse burgers sinds 1945 voor lief namen, beperkten en afnamen. Voor het eerst sinds de Nazi-tijd een Avondklok, daarvoor al gedwongen sluiting van publieke gelegenheden, reisbeperkingen, samenscholingsverboden, en andere ge- en verboden die de lichamelijke integriteit zelfs aantasten (mondkapjesplicht, meer en meer gedwongen tests en inentingen, en quarantaine).

Engelen zegt daarbij dat de angst bij het volk voor het virus, het vergemakkelijkt voor die neoliberale elite om hun doelen door te drukken.

VERKIEZINGEN EN STEMGEDRAG

Engelen zegt in dit boek weinig over de ernst of aard van Covid 19, en of dat het beleid legitimeert. Of die angst voor corona bij “het volk” (een meerderheid, lijkt het) terecht is (overlijdenspercentage inmiddels minder dan 0,23%, aanwijsbare risicogroepen, is het nog wel een pandemie?) daar kun je ook een boom over opzetten, en genoeg mensen doen dat tegenwoordig nu ook. Terecht uiteraard. Zowel aan de linkerkant als de rechterkant van het politieke spectrum.

Viruswaarheid (rond Willem Engel) is naar eigen zeggen teleurgesteld in de “Linkse” steun voor het corona/lockdownbeleid, maar gezien de partijpunten voor de laatste verkiezingen (Willem Engel was zelf verkiesbaar voor Lijst 30), hebben hun sociaal-economische en culturele standpunten meer met pre-corona GroenLinks of Partij voor de Dieren, of zelfs de SP gemeen, dan met rechts-populisme. Niet erg “neoliberaal” dus.

Wel aan die rechtse kant zit de Forum voor Democratie (FVD), waar partijleider Baudet met Wybren Van Haga een sterke criticaster van het coronabeleid binnen heeft gehaald, kritiek die Baudet nu lijkt te delen (na eerdere steun voor het beleid). FVD was van de “cultureel nationalistische” school die Engelen bekritiseerde: met dus de verkeerde (xenofobe) antwoorden op de noden van het laagopgeleide volk. Met de “corona focus” van nu ook Baudet veranderde de partij wel wat.

Van Haga is minder met “cultureel nationalisme” bezig en probeert nuchter als ondernemer naar het coronabeleid te kijken, en zelfs of Baudet werkelijk een “racist” is betwijfel ik eigenlijk, ondanks wat ongelukkige uitspraken die de media haalden, of opgeblazen zijn. Sommige hardvochtige voorstellen als deel van hun plannen (van de FVD) gaan in die richting, maar verschillen ook niet zoveel van wat in ‘t VVD-of CDA-programma staat (“opsporen van illegalen”, kansarme migratie beperken, en meer van dat soort onempathische, rechtse onzin). De FVD is in ieder geval deels zeker Rechts en elitair, waardoor ze economisch ook gewoon meegaan met het neoliberalisme. Hetzelfde geldt voor de nog xenofobere PVV.

Daarnaast joeg Baudet met zijn recentelijke “obsessie” met het coronabeleid andere FVD-leden weg, die meer met “cultureel nationalisme” en xenofobie bezig waren, en die dat blijkbaar meer dan Baudet combineerden met hun smetvrees. Hetzelfde geldt voor Geert Wilders die het lockdownbeleid steunde, maar electoraal gewin zag in het tegen de draconische avondklok zijn.

Engelen (en zijn partner)’s eigen Partij Voor De Dieren is volgens hemzelf de enige waarvan het electoraat grotendeels bestaan uit mensen die én Links én hoogopgeleid én kritisch over het coronabeleid met mensenrechtenschendende – en niet-effectieve – maatregelen durven te zijn (avondklok en de meeste andere beperkingen).

Dat geldt ook voor Willem Engel en de zijnen, maar die haalde de kiesdrempel niet (volgens Engel zelf door fraude).. Partij Voor De Dieren wel.

Ook Van Haga lijkt beloond te zijn voor zijn anti-coronabeleid standpunt (enkele zetels), terwijl GroenLinks voor hun pro-coronabeleid – zo lijkt het - juist zetels verloor, bij een deel van hun achterban (immers populair bij Linksige studenten, die levendige studentensteden als Amsterdam, Utrecht, en Nijmegen in dystopische spooksteden zagen veranderen, met na een bepaald tijdstip alleen politie of bezorgers op straat).

Het stemgedrag is een ander thema in dit boek: waarom blijft de meerderheid van de Nederlandse bevolking die neoliberale “middenpartijen” (VVD e.a.) stemmen, die tegen hun eigen belangen in gaan, en die van een elite juist versterken?

Dat is een belangrijk thema van het boek: die “gelijkschakeling” en gevoelde verwantschap tussen hoogopgeleide technocraten, neerkijkend op het volk, met de media, en politiek, die de politieke en economische realiteit in hun voordeel hebben “geframed” (grote bedrijven laten groeien, winstmaximalisatie, meer markt is goed, “trickle down economics”), en steeds meer mensen daaraan mee hebben laten doen, afhankelijk van hebben gemaakt.

Denk aan het toenemende huizenbezit en aantal hypotheken onder Nederlanders, de afgelopen decennia.. Dat is deel van een neoliberaal wereldbeeld, naast andere dingen, die veel Nederlandse middenklassers bij de VVD maar ook bij D66, of het PVDA en CDA herkennen, waardoor veel mensen die partijen de afgelopen verkiezingen (17 maart 2021) gewoon weer in meerderheid stemden (of “leken te hebben” om de optie van fraude open te houden).

Dit “stemmen tegen eigen belangen in” lijkt raadselachtig, maar Engelen verklaart in dit boek zeer goed hoe dat zo kon ontstaan. Het is uiteraard ook niet zonder historische paralellen (onderdanige slaven op plantages die anderen verraadden, slijmen bij de baas, nepotisme etc.). Met de “corona crisis” kwam de factor “angst voor ziekte” of zelfs “smetvrees” (die laatste term is voor mijn rekening) erbij, ook misbruikt door neoliberale krachten.

Engelen geeft terecht kritiek op de waarheidsclaims van (nu virologische) deskundigen, die principieel betwistbaar dienen te zijn, inclusief de achterliggende aannames, maar dat niet zijn. Die claims van deskundigen (het OMT met name) lijken een eindpunt van debat te zijn, en niet een beginpunt van debat en waarheidsvinding, zoals in echte wetenschap.

Ik herinner mij dat uit mijn tijd in een wetenschappelijk instituut, over meer – zij het soms moeizaam - “debat-toelatende” thema’s als “slavernijgeschiedenis” en antropologie. Discussie was open en soms zelfs aangemoedigd, ook vanwege het evidente, scheve feit dat blanke academici schrijven/onderzoeken over zwarte/Afrikaanse geschiedenis.

Echter: toen heikele thema’s als “herstelbetalingen voor slavernij” besproken werden, onder meer aangekaart door Surinaamse wetenschappers, ging een deel van de (blanke) deskundigen op hun strepen staan. Het ging toen immers om geld van de overheid en de elite. De “apologistische” school van slavernij historici als Piet Emmer (die het leed en de omvang van de Afrikaanse Holocaust teveel zou relativeren) of (iets gematigder) Gert Oostindie, had veel macht – en ook meer toegang tot de politiek – lieten als blanke wetenschappers van zich horen via invloedrijke kanalen, hoewel ze genuanceerde kritiek kregen van andere (o.m. zwarte) slavernij deskundigen. De blanke “apologisten” onder wetenschappers speelden dus de machtskaart.

Dat zie je nu ook, wil ik betogen. Engelen lijkt dat te bevestigen. In de “epiloog” aan het einde, gaat hij meer in op het huidige coronabeleid.

Hij ziet de coronacrisis niet als “nieuwe kans” voor een groene en eerlijke samenleving, ondanks vage (en oncontroleerbare) pretenties van het World Economic Forum (club van rijkste mensen in deze wereld), en mensen als Bill Gates, maar ziet dat eerder als misleidende retoriek, om het neoliberalisme verder te versterken, via oneigenlijke middelen.

Het feit dat – zoals Oxfam Novib ook al concludeerde – de kleine, maar rijkste (financiële) elite van miljardairs in deze wereld sinds “corona” en lockdowns alleen maar rijker is geworden, terwijl wereldwijd de ongelijkheid, armoede, en honger juist toenamen, bevestigt dat. Dit is dan niet eens een "onbedoeld gevolg”, maar zou best weleens juist de bedoeling ervan kunnen zijn.

MORBIDE SYMPTOMEN

Engelen lijkt dat te concluderen, waarbij hij ook wijst op een soort “macht der wanhoop” en overschreeuwen door de neoliberale elite van zichzelf. Ergens is er het besef dat neoliberalisme niet werkt voor de meerderheid, maar dat besef moet overschreeuwd en onderdrukt worden. Vandaar dat gebrek aan wetenschappelijke tegenspraak, de virologische “technocratie”, de strikte, ondemocratische, vrijheidsbeperkende maatregelen voor het volk, en de merkwaardige terugkeer van dingen eigen aan dictaturen (vreedzame demonstraties verbieden, censuur), in wat we dachten een democratisch land was. “Overcompensatie door onzekerheid” zegt Engelend prikkelend over dit beleid, en terecht naar mijn mening.

Is het internationale coronabeleid – met lockdowns en restricties – eigenlijk een agressieve vlucht naar voren van een onzeker wordende neoliberale elite? Engelen citeert hier de Italiaanse intellectueel Antonio Gramsci, die sprak over “morbide symptomen”, als deel van die wanhopige, elitaire machtsgreep tijdens een crisis.

Zo’n agressieve “vlucht naar voren” is een constante in de wereldgeschiedenis, inclusief bij ondemocratische (fascistische of anderszins totalitaire) regimes, hoe deze zichzelf ook legitimeerden (fascistisch, communistisch, islamitisch, nationalistisch, e.a.). Bestudeer daarvoor maar het Italiaanse fascisme, de Rode Khmer, het fundamentalistische Talibaan-beleid, 't Ayatollah beleid in Iran, Pinochet in Chili, Franco en Salazar in Spanje en Portugal, maar ook – dichter bij huis – Hitler in Duitsland, die anders dan sommige andere dictatoren, niet via staatsgrepen of oorlogen, maar gewoon via democratische methoden in het centrum van de macht kwam, om de democratie daarna dus te vernietigen.

Die “schijndemocratie” is ook lang een euvel in Nederland geweest, maar totdat sinds Maart 2020 vrijheden en grondrechten geschonden werden (sluiting publieke etablissementen, samenscholingsverbod, lockdowns, avondklokken, reisrestricties, vraag om verplichte tests en quarantaines, mondkapjes, indirecte vaccinatiedwang etc.), kon de gemiddelde Nederlandse burger zich daar wat meer aan onttrekken. Al was het alleen maar door vrijelijk vrienden te bezoeken of ontmoeten, of vertier te zoeken, in toen nog “ongeproblematiseerde” en vrij toegankelijke culturele plekken of uitgaansgelegenheden.

De neoliberale orde staat op instorten, bezweken onder haar eigen mislukkingen”, zegt Engelen stellig in de laatste paragraaf. Om het boek te eindigen met een oproep, en ook in de hoofdtitel van het boek, ‘Ontwaak!’.

Daar ben ik het helemaal mee eens!

Zeker lezenswaardig en leerzaam, dit boek. Aan te raden!

dinsdag 2 december 2014

IDFA, Podemos, en (nogmaals) Zwarte Piet

Het voordeel van een internationale oriëntatie is dat het je meer vergelijkingsmateriaal biedt, en je horizon verbreedt. Toegegeven: talenkennis is hierbij vaak ook belangrijk. Met beheersing van het Engels kom je al een heel eind in deze geglobaliseerde wereld, maar ik spreek en versta ook goed Spaans, bijvoorbeeld.

Ik was laatst (november 2014) naar een aantal films gegaan in het kader van het IDFA: International Documentary Festival Amsterdam. In Amsterdam dus. Het was zo internationaal dat Engelstalige films, die ik zag, niet eens ondertiteld werden naar het Nederlands, en dat de Q & A na afloop ook als vanzelfsprekend in het Engels was. Ik beheers Engels goed, dus dat was op zich geen punt.

Spaans beheers ik ook goed genoeg om complexer nieuws te kunnen volgen. Ik vind dat goed om bij te houden (voor de taal), en daarnaast volg ik de ontwikkelingen in het land Spanje ook wel, vooral ook omdat ik half-Spaans ben (van mijn moeders kant).

PODEMOS

Gedurende de maand november van 2014 dat het IDFA in Amsterdam was, begon ik mij toevallig ook te verdiepen in een nieuwe Spaanse politieke partij die opkwam, genaamd ‘Podemos’, wat Spaans is voor “we kunnen (het)”. De woordvoerder ervan is de jonge Pablo Iglesias Turrión, een Madrileen die voorheen hoogleraar was aan de Complutense universiteit in Madrid, en aardig wat academische titels heeft. Interessant genoeg zijn deze titels in redelijk verschillende discipline’s, zowel politiek als de kunsten, bijvoorbeeld. Los daarvan, positioneert hij zich politiek aan de linkerkant.

De partij Podemos, waarvan Iglesias ook mede-oprichter was, heeft zeker wat aanhang gekregen in Spanje, en ook Pablo Iglesias, die als welbespraakt en charismatisch bekend staat, is bij veel mensen populair. Het is natuurlijk geen toeval dat de nieuwe partij op komt terwijl Spanje meer dan de meeste andere EU-landen last heeft van een economische crisis, en van armoede en werkeloosheid.

Recente cijfers wijzen erop dat thans ruim 20% van de Spaanse bevolking onder de armoedegrens leeft. Dit is veel voor Europese begrippen, en bijna twee keer zoveel als in Nederland (rond de 11%). Over de hoge jeugdwerkeloosheid in Spanje (meer dan 50%) is ook al vaker bericht. Recente algemene (jeugd en niet-jeugd dus) werkeloosheidscijfers van Spanje liggen al sinds 2013 boven de 25%, terwijl die in Nederland thans rond de 8% ligt. Dat (als deze cijfers kloppen) de armoede verhoudingsgewijs in Nederland ongeveer de helft van die in Spanje is, maar de werkeloosheid minder dan een derde, roept ook wat vragen op (meer “working poor”? of meer alleenstaanden?), maar het voert te ver om daarop nu in te gaan.

Hoe dan ook, op deze problemen in Spanje zal de nieuwe politieke partij Podemos een antwoord willen bieden. Ook bij sommige familieleden van mij was Pablo Iglesias populair. Me verdiept hebbend in de persoon, en hem opgezocht hebbende op YouTube – zijn speeches, zijn tv-optredens en deelnames aan debatten - , denk ik dat ik dat wel kan begrijpen. Hij heeft lange haren in een staart, draagt vaak “hippe” armbanden en vlotte kleren, en komt al met al wat jeugdiger en hipper over dan de oudere, vaak “grijze” politici in pakken die ook in Spanje de politiek domineren. Los van dit uiterlijk en imago kan hij – vind ik – ook goed praten. Hij brengt de boodschap goed over en lijkt analytisch en inhoudelijk goed onderlegd. Ook lijkt hij de werkelijke noden van Spanje goed te kennen. Iglesias is verder trouwens ook lid van het Europees parlement.

In de video hieronder een recente speech van hem (Engelse ondertitels op te roepen, via 2e button rechts-onderin):

Hij is jonger dan ik. Dit deed mij me een beetje oud voelen, eerlijk gezegd. Dat is vaker wanneer invloedrijke politici jonger dan of van dezelfde leeftijd als jezelf blijken. Sommigen hadden dat bij het concluderen dat Barack Obama dezelfde middelbare leeftijd als hen had, zoals Stephan Sanders eens schreef in zijn column in de Vrij Nederland. Pablo Iglesias is zelfs vier jaar jonger dan ik, nu dus ongeveer 36 jaar oud. Hij had een jonger broertje van me kunnen zijn.

Hij lijkt me een intelligente, welbespraakte jongeman, met standpunten waar ik het grotendeels wel mee eens ben, denk ik. Denk ik, want ik woon in Nederland, maar het grootste deel van mijn familie in Spanje is van de arbeidersklasse en zijn vaak teleurgesteld in de grote partijen. Ze herkennen de problemen van machtselites in Spanje (vaak met nog connecties teruggaand tot de Franco-dictatuur),en de sociale en economische problemen en ongelijkheid in Spanje, die Iglesias ook benoemt en wil aanpakken.

De tijd zal uiteraard leren of hij een positieve verandering teweeg zal brengen, maar voor de rest van dit bericht – dat ook internationaler dan alleen Spanje zal worden - wil ik vooral focussen op een interessante uitspraak van hem tijdens een speech die hij hield in Mérida, een stad in de regio Extremadura in West-Spanje. Mijn moeder is overigens ook geboren in de regio Extremadura (provincie Badajoz). Linkse organisaties hadden hem daar, samen met anderen, uitgenodigd voor een bijeenkomst. Ze hebben het leuk gemaakt, want ook een flamenco-muziekgroep uit het naburige Andalusië trad op.

Zijn speech aldaar is op YouTube te vinden en was uiteraard in het Spaans, wat ik dus gewoon kon volgen. Hij zei, vrij vertaald: “Patriottisme is niet alleen iets van “rood en geel” dragen (van de Spaanse vlag, bedoelt hij), of het nationale team met voetbal steunen, maar zorgen dat alle burgers in je land goed en menswaardig kunnen leven”. Daarmee vermoedelijk ook doelend op politici die enigszins populistisch steun aan dat voetbalteam gaven of de kleuren van de vlag droegen.

De huidige regerende partij in Spanje is de centrum-rechtse Partido Popular, en om een complex van historische maar ook deels onnavolgbare redenen heeft in de Spaanse politieke cultuur Spaans (nationaal) nationalisme een “rechts” imago. Regionalisme (Catalaans, Baskisch of anders) of regionaal separatisme heeft daarentegen een “links” imago. Hoewel “zelfbestuur” iets links lijkt te hebben, is dat eigenlijk weinig zinnig. Vooral als men bedenkt dat Vlaams nationalisme of Noord-Italiaans separatisme/regionalisme (Lega Nord) toch vooral rechts is. Dat Catalonië economisch een van de welvarendste delen van Spanje is (evenals Spaans Baskenland) doet doorredenerend twijfelen aan het werkelijk linkse karakter van gewenste afscheiding van Spanje, zoals een deel van de Catalanen lijkt te willen. Is het in de kern niet meer dan welvaart voor je zelf houden, om armere landsdelen niet te hoeven financieren? Maar dat terzijde..

Interessant uitgangspunt in ieder geval: echt patriottisme uit zich in goed zorgen voor de (alle!) burgers van je land. Welvaarts- en welzijnsverschillen verkleinen, met andere woorden. Het zal vermoedelijk wel eerder door ook anderen dan Pablo Iglesias zijn gezegd, vooral door linkse politici, uit en met betrekking tot andere landen. Hoe dan ook is het vanuit dat perspectief ook interessant naar andere landen te kijken, zoals Nederland, dat ik uit ervaring het beste ken. Ik ken de debatten die hier spelen, zoals de Zwarte Piet discussie, over asielzoekers, minderheden, moslims, homo’s en andere thema’s als de zorg, de welvaartsstaat etcetera.

IDFA

Ik ga eerst nog naar een ander land. Eén van de documentaires die ik zag op het IDFA heette: ‘Beats of the Antonov’ (2014) en ging over het land Soedan, in Afrika. De filmmaker - Hajooj Kuka - heeft ook een Soedanese achtergrond. Voor deze documentaire naar Amsterdam kwam had deze documentaire al een prijs gewonnen op een vergelijkbaar documentaire film festival in Canada (Toronto). Het thema van deze documentaire was dat het land Soedan vanuit de politiek een Arabische nationale identiteit propageert – lees: opdringt – en daardoor de meer Afrikaanse culturen en identiteit in delen van het land onderdrukt, zelfs met oorlogsgeweld. Dit gebeurt nog steeds.

Een brute onderdrukking en oorlogssituatie die sommigen deed vluchten naar het aangrenzende “nieuwe” land Zuid-Soedan. Zuid-Soedan is vooral Christelijk en animistisch, maar onder de vluchtelingen waren ook Soedanezen die nominaal Islamitisch waren, maar dit blijkbaar naar de smaak van Soedaneze machthebbers teveel combineerden met eigen, Afrikaanse culturele praktijken. In ieder geval (op zijn zachtst gezegd) een land dus dat “niet goed voor alle eigen burgers zorgt”. Dit vanuit een identiteit die, zoals wel vaker, een deels illusoire keuze is. Ook de zichzelf “Arabieren” noemende en Arabisch sprekende Noord-Soedanezen, inclusief de aan diverse oorlogsmisdaden en massamoorden (Darfur!) schuldige president Omar al-Bashir (zie hier op Wikipedia), zijn puur raciaal voor een groot deel een mengvolk van Arabieren met zwarte Afrikanen. Die zwarte Afrikaanse kant wordt zoveel mogelijk ontkend. Dit wellicht vanwege geloofsfanatisme, en een eenzijdige identificatie van de Islam met Arabieren. Islam = goed, Arabieren brachten de Islam = ook goed. Het andere is slechter. Dat is min of meer de redenering. Dat er Soedanezen zijn die hun eigen interpretatie van de Islam weten te combineren met een eigen Afrikaanse cultuur en erfenis, vaak via een mystieke “Soefi” achtige benadering (er zijn parallellen met het Maraboutisme in Senegambia, Guinee en andere delen van Afrika) is blijkbaar niet goed genoeg voor deze “Arabische” Soedanezen. Dat is dus het conflict.

Dat de dominantie van een Arabische Islam in Afrikaanse landen parallellen vertoont met het Europese kolonialisme, was mij al langer bekend. Het is niet bij iedereen bekend dat het bijvoorbeeld in Egypte bij veel mensen gangbaar was om de Arabische afkomst te benadrukken, en te ontkennen van (deels) zwart Afrikaanse afkomst te zijn, ook als je dat laatste bij iemand een beetje aan zijn trekken (wat donkerder huid, kroeshaar e.a.) kon zien, of bij iemand met “Nubische” trekken. De Arabieren brachten immers de heilige Islam. Zoals in door Europese landen gekoloniseerde landen ook wel gebeurde: de elite in de Dominicaanse Republiek minachtte lang de Afrikaanse kant van de nationale identiteit (de meeste Dominicanen mengen Europees/Spaans en Afrikaans bloed), of zoals in Britse kolonies je zo min mogelijk Afrikaans moest zijn en zo Brits mogelijk (raciaal en/of cultureel) om iets te kunnen bereiken. In de Britse Caraïben, maar ook in landen als Ghana of Nigeria was dat deels zo. Hetzelfde gold in Franse kolonies.

TAAL, NATIE, EN RAS

Dit loochenstraft tegelijkertijd een stelling van de (Baskisch) Spaanse filosoof Miguel de Unamuno. Een stelling die ik al lang ken, maar waar ik altijd een beetje twijfels bij had: “de taal is het ras”. Ik had twijfels, maar nu weet ik zeker dat ik het er niet mee eens ben, mede door de voorbeelden die ik hierboven aandroeg. Deze andere Miguel (ik: zo noemen ze me wel eens in Spanje..vertaling van Michel) zegt: “het ras is NIET de taal”. Wel kan taal een machtsmiddel zijn, ook ter vorming van een identiteit. Die is echter vaak illusoir. Dat Unamuno, van wie ik andere uitspraken wel zinnig vond, dit zei verbaast me ook. Het zou bijvoorbeeld betekenen dat alle Italianen, maar ook Spanjaarden, Fransen, Portugezen, Roemenen etcetera, van de Romeinen afstammen. Zowel historisch als genetisch is het allang aangetoond dat dit nauwelijks waar is: in Italië zelf mengden de Romeinen zich al met daar aanwezige volkeren, maar in een land als Spanje waren de Romeinen nog veel meer slechts een van de vele volkeren die aan het genetisch materiaal hebben bijgedragen. In Frankrijk worden de (Keltische) Galliërs als voorouders gezien, maar ook dat is slechts gedeeltelijk waar.

Het ras is ook niet de taal, als men denkt aan het kolonialisme. Neem de “Francophonie”: de meeste formeel Franstalige mensen, deel van deze francophonie, in deze wereld, leven in Afrika, waar Frankrijk veel kolonies had. Daarna volgt getalsmatig pas Frankrijk zelf en oostelijk Canada. Tegelijkertijd zijn veel zwarte mensen (van Afrikaanse afkomst dus) in deze wereld Engelstalig, en veel Spaanstalige mensen in Latijns Amerika van gemengde en soms zelfs geheel niet-blanke afkomst. Etcetera etcetera.

De film over Soedan op het IDFA ging over een raciale/culturele identiteit die een staat wilde opleggen aan de burgers. Nationale politici houden zich ook bezig met de staat, maar in een heleboel opzichten denken mensen toch graag in termen van de begrensde staat. Het land, de staat waar men vandaan komt wordt dan de kern van de identiteit. Daar zijn wel meer parallellen met de “taal”, hoewel dat ook niet altijd samen valt. Taal is wel een belangrijk symbool voor de eigen nationale identiteit – en voor delen die zich willen afscheiden (denk aan sommige Catalanen, Vlaanderen, of separatisme dat ook in Franstalig Canada bestaat), maar kan wel degelijk andere verschillen verhullen binnen de bevolking. Veel van die onderdrukte Soedanezen spraken net als die onderdrukkende machthebbers Arabisch. Zwarten in de VS spraken en spreken gewoon Engels, en zo zijn er wel meer voorbeelden te geven.

ZWART ALS ROET

Een andere film/documentaire die op het IDFA draaide (en 1 december 2014, jongstleden dus, ook op de Nederlandse televisie kwam) is van Sunny Bergman, en heette ‘Zwart als roet’ (2014). Het is in zijn geheel op Internet te bekijken, zoals hier, dan wel hier, of via 'uitzending gemist'. Het ging over de Zwarte Piet-discussie die nu enkele jaren wat prominenter in Nederland gevoerd wordt. Ik heb daar in een eerder blogbericht al mijn mening over gegeven. Inhoudelijk heb ik daar niet zoveel aan toe te voegen. Ik heb nog steeds dezelfde kritiek op het fenomeen Zwarte Piet, en ben in die zin (net als anderen) in grote lijnen een medestander van Bergman, die dit ook bekritiseert met deze documentaire.

Interessant is soms ook om tussen de regels te lezen. Uitgedost als zwarte pieten gingen de filmmakers naar Londen om te kijken hoe dat in Groot-Brittannië zou vallen. Aanwezige Britten in een park wezen erop dat dat in Engeland niet geaccepteerd werd. Goed, maar toch even die nationale trots binnengesmokkeld, dacht ik ergens ook. Ook niet-Engelsen hebben bezwaren tegen racisme, dacht ik toen. Sterker nog: onder Engelsen zijn er ook racisten: niet minder dan andere landen, dacht ik zo, mogelijk wat verhulder. Maar misschien zeiden ze dat alleen omdat Bergman er bij uitlegde dat deze “Black Face” deel was van een kinderfeest in Nederland.

Bergman’s documentaire wees er in ieder geval goed op hoe het “witte privilege” werkt in Nederland. Niet alles was nieuw voor me. Dat de omroepen, ook de “vrijzinnige” VPRO, voornamelijk blanke bestuurders en medewerkers heeft, bracht Bergman goed aan het licht, maar wist ik ergens ook wel (ik noem dat ook in dat eerdere essay van mijzelf). Andere gesprekken in de documentaire vond ik zeker inzichtelijk en interessant.

Het lijkt me ook boeiend om vanuit een ander perspectief naar deze documentaire te kijken, namelijk vanuit de stelling die ik eerder aanhaalde, in directe zin aan de nieuwe Spaanse politicus Pablo Iglesias ontleend: “echt patriottisme houdt in: goed zorgen voor mensen in je land”. Ook het genoemde “opgelegde nationale identiteit” perspectief (uit de documentaire over Soedan) is in dezen interessant.

SINTERKLAAS

Het kinderfeest Sinterklaas symboliseert voor veel Nederlandse mensen de eigen Nederlandse identiteit. Die indruk wordt in ieder geval gewekt. Dat snap ik een beetje, maar niet helemaal. Ik snap dat de kinderjaren vormend zijn voor een eigen identiteit, wellicht ook een connectie met je land via je ouders en je familie. Dat kan ook als je ouder bent en op eigen benen staat extra gewicht krijgen, als je terugkijkt en je positie bepaalt. Ik vind het alleen een wat beperkte visie op nationale identiteit. Er zal vast meer zijn waar Nederland trots op kan zijn: een land goed organiseren en welvarend houden, om maar iets te noemen. In zekere zin is het ook een ongelukkige keuze, want de figuur Zwarte Piet is niet alleen een karikatuur van zwarte mensen en in die zin racistisch in historische zin, maar ook in de hedendaagse praktijk: het stimuleert racisme nu, en het uitschelden of pesten van zwarte mensen (jong en oud) via het flauwe scheldwoord “zwarte piet”.

Nu is de Nederlandse cultuur naar verhouding hoe dan ook wat “sarcastisch”, naar mijn ervaring – vergeleken met andere culturen die ik ken (Nederlanders zelf prefereren zichzelf als “direct” te zien, maar ik zie dat anders) – maar mogelijk is dat het probleem juist. Nederland herken je als sarcastische cultuur vooral als niet-Nederlander, als “buitenstaander”. Dan gaan ze je makkelijker beledigen, simpel gezegd; je hoort er immers niet echt bij. Dat treft zwarte mensen die toch door veel (niet alle) Nederlanders als “mindere Nederlanders”worden gezien, ook als zijn ze in Nederland geboren uit ouders uit een voormalig Nederlandse kolonie. Ook in de behandeling van andere etnische minderheden (Marokkanen,Turken, Chinezen e.a.), of zelfs ten opzichte van een licht-verdwaalde toerist in Amsterdam tonen veel Nederlanders dikwijls hun meest sarcastische kant. Vaak alleen op uiterlijk gebaseerd. Dat wil zeggen: zogenaamde “grappen” die eigenlijk vooral beledigingen of zelfs vernederingen zijn, en je verbaal uitsluiten. Alledaagse pesterijtjes hebben eenzelfde functie. Andere (nonverbale) manieren om vooroordelen of etnische voorkeuren te uiten zijn specifiek/gericht negeren of oogcontactvermijding (puur op uiterlijk of vooroordelen gericht: ik heb het niet over het begrijpelijke negeren van een junkie die je coke probeert te verkopen, of iemand die van je wil profiteren), en ook die "uitsluitende communicatie" passen veel Nederlanders in het openbaar verkeer wel toe. Okee.. allemaal minder erg dan bommen gooien op woongebieden zoals al-Bashir in Soedan doet bij Afro-culturele Soedanezen, maar ergens toch in de kern voort komend uit een vergelijkbaar sentiment.

Patriottisme is goed voor de mensen in je land zorgen, maar wat als niet geldt “de taal = het ras” (zoals Unamuno stelde), maar “het land = het ras”. De verharde Zwarte Piet-discussie in Nederland, en vooral wat het reflecteert over het bredere en diepere racisme in Nederland, wijst erop dat een deel van de Nederlanders dat vindt: “het ras is het land”. Wie daarbuiten valt kan dan hoogstens een “tweederangsburger” in dit land zijn. Of “anders oprotten”, zoals ook weleens direct wordt gescholden tegen anti-Zwarte Piet-betogers.

OVEREENKOMSTEN IN RACISME

Mijn indruk is dat het racisme in Nederland veel raakvlakken heeft met dat in Groot-Brittannië. Beide landen hebben een “linksig” en democratisch, multicultureel nationaal imago gecreëerd, dat voor een groot deel meer imago is dan werkelijkheid. Er is een flinke dosis hypocrisie hieromtrent, alsmede “verhulling” bij een deel van de bevolking in beide landen. In beide landen zijn – misschien ironisch – “zwarte” cultuuruitingen relatief populair, ook bij een deel van de blanke autochtonen, die er zelfs dingen van overnemen. Er zijn in beide landen relatief veel raciaal gemengde relaties. Door dit alles wordt verhuld dat zwarte mensen ook in die landen relatief vaker geconfronteerd worden met discriminatie, sociaal-economische achterstelling , en met vooroordelen en stereotypen. Ook heeft Groot-Brittannië zelf ook flink wat, wat Russell Brand in de documentaire van Sunny Bergman noemde, “colonial hangovers”. De Britse premier Cameron heeft onder zijn voorouders eigenaren van Afrikaanse slaven in het Caraïbisch gebied, net als veel andere elitaire Britse (en Nederlandse) families. De Black Face of Minstrel traditie is dan wat eerder dan in Nederland verlaten en in de ban gedaan, andere problemen zijn er nog steeds. Hetzelfde geldt voor andere Europese landen, maar Bergman vergeleek in haar documentaire Nederland voor een deel met Engeland.

Een deel van de Nederlanders (en van de Britten) is ook echt multicultureel en open-minded, maar dat deel van de bevolking is kleiner of minder invloedrijk dan velen denken (of willen doen geloven). De Zwarte Piet discussie maakte dat ook deels duidelijker.

VERANDERING?

Echt “patriottisch” trots zijn op je eigen, zogenaamd multiculturele, tolerante land, kan wellicht beginnen met echt multicultureel en tolerant te zijn. Rekening houden met minderheden omtrent raciale stereotypen, al dan niet gepropageerd via een nationaal feest voor kinderen (kinderen die de vorm van het feest zelf niet zoveel interesseren), zou daarbij een goede eerste stap zijn .

Culturele en internationale verschillen die niet kwetsend zijn verrijken je wereld en referentiekader, zoals ik in het begin ook zei. Nederland heeft iets eigens en interessants, zoals elk land. Mijn ouders kwamen uit Italië (vader) en Spanje (moeder) en kwamen hier in de jaren 60; zij begrepen ook niet alles van de Nederlandse cultuur, of maakten er grappen over (andere feesten, afspraken voor bezoek, zuinigheid, het eten… de bekende beelden, die soms te generaliserend waren). Aan de andere kant waardeerden ze ook aspecten in de Nederlandse cultuur die ze in hun landen misten. Mijn moeder verliet het door de rechtse dictator Franco geregeerde Spanje, en ervoer in Nederland de aanwezigheid van iets als “arbeidersrechten” als een verademing. Ook de landelijk goede organisatie, het regelmatige onderhoud, en de financiële degelijkheid vonden ze in Nederland relatief beter. Toegegeven, niet echt “spannende” dingen om als Nederlander trots op te zijn (“ik ben cool want ik ben financieel degelijk”, hoor je weinig), maar ook waardeerden ze in Nederland – net als veel andere mensen van buitenlandse afkomst - de naar verhouding democratische samenleving, de relatief kleine sociaal-economische verschillen, formele participatiemogelijkheden, de uitgebreide ruimte voor educatie, de internationale gerichtheid en talenkennis, én.. de ruimte voor culturele variatie. Dat alles is wel degelijk iets om trots op te zijn als Nederland.

Een oude traditie met racistische stereotypen als Sinterklaas kan ofwel aangepast worden, of eventueel vervangen worden. Daarnaast: misschien is de echt Nederlandse folklore van de “klompendans” – of zijn andere Nederlandse tradities - wel cooler dan veel mensen denken, en kunnen dergelijke organisch ontstane, oude Nederlandse tradities afgestoft en wellicht bijgeschaafd worden en van ouders op kind worden overgebracht. Zoals je in een land als Cuba vaak ook van jongs af aan de salsa leert dansen, Ierse volksdansers hun vaardigheden ook vaak aan hun kinderen leren, en mensen in Spanje die met flamenco dansen bezig zijn dat vaak ook aan hun kinderen door geven.

In deze en veel andere landen in de wereld bestaan immers ook eigen, lokale dansen, culturele tradities, of desnoods carnaval-achtige festiviteiten, die soms iets van een eigen nationale culturele identiteit uitdrukken, en tegelijkertijd de band met je familie of (nationale/regionale) historische voorouders bevestigen. Zonder dat andere bevolkingsgroepen in het land daarvoor per se gekwetst, vernederd, of buitengesloten hoeven te worden. Een kwestie van keuze en instelling..

Ik eindig dan ook met de zin waarmee ik dit essay ook begon:

Het voordeel van een internationale oriëntatie is dat het je meer vergelijkingsmateriaal biedt, en je horizon verbreedt.