Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen

woensdag 2 augustus 2023

Stereotypen

Zijn stereotypen per definitie beledigend? Of kunnen ze “goedaardig” zijn, “onschuldig”, dan wel een “kern van waarheid” bevatten, zoals men over cliché’s zegt?

Het bezwaarlijke van stereotypen is uiteraard de generalisatie. Dat blijft mijns inziens bezwaarlijk, omdat het in zekere zin het indidividu als mens ontkent, en derhalve “dehumaniseert” tot groepslid. Grote woorden, maar in gradaties kun je dat wel zo stellen. Als vooroordelen kunnen ze ook tot discriminatie in de praktijk leiden.

“Alle Nederlanders zijn zuinig”, bijvoorbeeld, bevalt mogelijk niet elke gulle, niet-materialistische Nederland als stereotype, maar is relatief onschuldig. Het is een van die stereotypen die, denk ik, Nederlanders zelf ooit de wereld in hebben gegooid. Het heeft immers iets nuchters en bedachtzaams, evenals het andere stereotype dat Nederlanders “nuchter” zouden zijn.

Minder onschuldig zijn generaliserende stereotypen als “Marokkanen zijn agressief”, of “Surinamers zijn lui”. De inzet is namelijk al negatief. Een opgefokte Marokkaan die dat bevestigt kun je zo sneller dehumaniseren, en een uitkeringstrekker die het wel prima vindt zo en liever niet werkt, en toevallig Surinaams is, krijgt wat meer kritiek dan een autochtone Nederlander die nog luier leeft: omdat hij niet “van buiten” komt, natuurlijk.

TOESLAGEN-AFFAIRE

Dat laatste bleek des te minder onschuldig, omdat tijdens de Toeslagen-affaire in Nederland bleek, dat de Nederlandse overheid (eventuele) uitkerings-/bijstands-fraude specifiek meer bij bepaalde etnische (minderheids)groepen ging controleren. Dit is net zo racistisch als het klinkt, maar ging zelfs uit van de premier Mark Rutte, als eindverantwoordelijke. Het betrof onder meer Somaliërs, die extra controle kregen op fraude. Later volgde daar een juridische reprimande op – zij het halfhartig -, en werd Mark Rutte zelfs formeel veroordeeld voor racisme. Rutte’s populariteit bleek echter onverminderd: vele verarmingen van volksdelen, leugens, lockdowns en avondklokken later. Vraag me niet waarom..

Je trof zelfs de nodige gecorrumpeerde – of op zijn minst: verwarde - dwazen aan – vooral ter “nep” linkerzijde - die quasi- of selectief verontwaardigd deden over de toeslagenaffaire (al dan niet terecht), maar Rutte en het kabinet in alle andere (inmiddels aantoonbare) onzin bleven steunen, inclusief de loze, op totaliarisme gerichte corona-hype/pLandemie, de verhulde Navo/militair-industriële belangen bij oorlog in Oekraïne, en de door Shell bedachte klimaat-milieu wisseltruc. Maar dat terzijde..

Het stereotype van de feestende Somaliër (of Antilliaan, of andere etnische minderheden) van “ons” belastinggeld, opgebracht door hard werkende nette Nederlanders, speelde bij deze toeslagenaffaire in ieder geval een rol.

“POSITIEF”

Stereotypering is generalisatie en derhalve versimpeling, en misschien ook al te menselijk, kun je redeneren. Zoals mensen (wereldwijd) wel meer – ook racistische en seksistische - onzin denken en praten, gebaseerd op frustratie en te weinig kennis. Zijn ze echter, nogmaals, altijd beledigend of verkeerd? Je hebt weliswaar ook positieve stereotypen, of die dat lijken, over volkeren, waar een zeker wantrouwen op zijn plaats is: “Joden zijn slim”, om maar wat te noemen, of “Latinos’s feesten graag”, “zwarte mensen kunnen goed dansen”, “Indiërs zijn goed met computers”, etcetera..

Sommigen zullen denken: deze hebben een kern van (zij het versimpelde) waarheid, maar ze zijn alleen quasi-onschuldig.. Ik denk namelijk niet dat de mensen uit die etnische groepen zelf deze stereotypen bedacht hebben, wat ik bij (vaak Europese) mensen wel denk: Nederlanders zien zichzelf graag als zuinig en nuchter, Engelsen als koel en flegmatisch, Italianen zichzelf als gepassioneerd.. Ze vinden het ook ego-strelend om dat van anderen te horen. Zelf-beelden zijn per definitie “coole beelden”, zeg maar.

Stereotypering heeft derhalve, betoog ik, nare en dubieuze, zelfs discriminatoire kanten. “Reducerend” , en het woord “ontmenselijkend”, schuw ik zelfs niet. Het reflecteert onvermijdelijk de ongelijke machtsverhoudingen in deze wereld. Aan de andere kant heeft het – althans: de aandacht voor stereotypen -, betoog ik tegelijkertijd, menselijke en leerzame kanten. Soms ook grappige kanten.

BINNEN EUROPA

Stereotypes binnen Europa kunnen ook als onterecht ervaren worden, maar zijn soms grappig. Grappig, puur door de menselijke behoefte aan bevestiging bij twijfel en onzekerheid, aan simpele, overzichtelijke categorieën. Een zwakke behoefte, toegegeven, maar de mens is nu eenmaal zwak. Dit bleek immers ook bij allerlei politieke manipulaties van “het volk” door de geschiedenis heen. Dat “zwakke” hoeft echter niet altijd (bedoeld) “slecht” te zijn: en eigenlijk net zo flexibel als de menselijke geest.

CASE STUDY

Ik zal al deze aspecten nu nader bestuderen aan de hand van een case study van persoonlijke aard. Als halve Spanjaard (Spaanse moeder) en Spanje als land goed kennende (en de taal sprekend), en opgegroeid in Nederland, met ook nog een Italiaanse vader, kwam ik onvermijdelijk stereotypes over Spanje tegen, en reacties van Spanjaarden erop, die ook weer hun stereotypes hadden.

DAT ZIJN NOU TYPISCH SPANJAARDEN

Ik heb daar pas wat over gelezen, zoals het grappig bedoelde, informatieve boek: ‘Dat zijn nou typisch Spanjaarden: gids voor xenofoben’, uit 1994, vertaald uit het Engels, maar ik las het in het Nederlands. Drew Launay, een Engelsman met Franse ouders, schreef het. Het is met zo'n 63 pagina's niet al te omvangrijk.

De titel verraadt al de zelfspot en –relativering, wat ik wel waardeer. Hier geen mensen aan het woord die pretenderen de wijsheid over Spanjaarden in pacht te hebben: ze willen gewoon grappig, luchtig generaliserend over de Spaanse cultuur schrijven, in een niet al te serieus “informatief” boekje. Humoristisch bedoeld ook.

In dezelfde serie verscheen ‘Dat zijn nou typisch Grieken’ of ‘Dat zijn nou typisch Fransen’. In het vervolg kort ik het boek over Spanje in ieder geval af tot DZNTS.

Wat betreft Spanje, voel ik minder afstand en kan me dus ook in theorie “beledigd” voelen door zo’n flauw boekje. Ik kan ook dingen “herkennen” of (rationeel) als juist of onjuist zien.

ASTERIX

Erg oppervlakkig ben ik niet, en ben o.m. historisch onderlegd, dus zal de stereotypes ook breder kunnen duiden. Dit deed ik zelfs met een ander, evenmin erg serieus, maar wel “informatief” boek met stereotypes over Spanje voor het grote publiek: ‘Asterix in Hispania’, ouder, uit 1967. Ook hier: gelukkig speels, humoristisch, en relativerend, en als kind was ik eigenlijk een fan van Asterix de Galliër. Leuke verhalen, zonder dat ik me onderworpen voelden aan racistische propaganda. Bij Kuifje en Suske & Wiske had ik dat idee wel, zelfs als kind, voelde ik bezwaren (Afrikanen met dikke lippen en kookpotten). Het Belgische geweten en de verhulde schaamte rond de koloniale misdaden in Congo, werden hier vals duidelijk.

De geschiedenis toegankelijk gemaakt, zo zag ik Asterix stripverhalen eigenlijk. Belgen, Goten (Scandinaviërs) en Britten (of hun voorouders in de Romeinse tijd) dronken toen al veel bier. Bier drinken heeft ook een lange geschiedenis in Noord-Europa (want het bestanddeel hop groeit daar, niet in Zuid-Europa), dus historisch feitelijk.

Galliërs, belangrijke, Keltische voorouders van de huidige Fransen, hielden toen al van lang tafelen, met een wijntje erbij, Romeinen praatten met hun handen (samengebalde vingers) als huidige Italianen, etcetera. Stereotypes, maar ook grappig.

BELEDIGEND OF GRAPPIG?

Vond ik dat ook gelden voor Asterix in Hispania? Kon ik er om lachen, als halve Spanjaard?

En om dat andere boekje DZNTS ook?

Het antwoord is ja. Om weinig was ik persoonlijk beledigd in relatie tot mijn waarden. De beschreven “stereotypen” in beide boeken waren toevallig in mijn beleving ook niet negatief, dat scheelt. Als er een negatieve trek als “gewelddadig” of “ongemanierd” gegeneraliseerd zou worden, zou ik wel wat bezwaren hebben. Ik vind Spanjaarden in het openbaar iets beleefder dan dat deel van Nederland dat ik goed ken (Randstad), dus zou ik ook een onterechte karakterisering vinden.

Zelfs het hardnekkige stereotype van het grotere “racisme” van Spanjaarden – meerdere mensen spraken erover dat Spanje lang “de rednecks” van Europa waren, omdat een term als “negro” (letterlijk: “zwarte”) voor een voetballer openlijk en direct geuit wordt – klopt denk ik niet.

De multiculturele, stedelijke samenleving die we kennen van Amsterdam, Londen, of Parijs, kwam evenwel wat later (en beperkter) naar Madrid en Barcelona. Dat verklaart het verschil. Landen als Nederland en Engeland hadden derhalve meer tijd om een “subtiel” indirect racisme te ontwikkelen ten opzichte van mensen die er nu eenmaal zijn (maar wel hun plaats moeten weten). Grotere groepen van “je eigen mensen” maken ook dat je in een “bubbel” met je eigen mensen kunt blijven, dus ook minder last hebt van negativiteit van de autochtonen: je hoeft minder contact met ze te hebben. Zo simpel is het. Spanje had dat eerst minder, dus iets meer (openlijk) ongemak.

Het boekje DZNTS (uit de jaren 90), stelt dat het moderne Spanje (na de dictatuur van Franco) inmiddels op zich niet xenofober is dan andere Europese landen, ook omdat het open naar de wereld ging, mede door toerisme, en migratie wat normaler is geworden.

STEREOTYPEN OVER SPANJE

Welke stereotypen onderscheiden Spanjaarden dan wel van andere Europeanen, volgens datzelfde boekje (en Asterix In Hispania, dat in 1967 verscheen)?

Dan werd het grappig: ik moest soms ook echt lachen om de droge toon. “Alles moet leuk zijn” voor een Spanjaard, en werk is een "noodzakelijk kwaad", is de rode draad in het boekje DZNTS. Nogal wat anders dan het ernstige, protestantse arbeidsethos dat andere delen van Europa (waaronder Nederland) beïnvloedde.

Het woord “negocio” voor “zaken” (business) in het Spaans komt, veelzeggend genoeg, van “neg” (niet/afwezig) en “ocio” (vrije tijd): “niet vrije tijd” (negocio) dus tegenover het Engelse “drukheid” (business). Cultuurverschil.

Spanjaarden praten veel en lang, stelt het boekje voorts bewust overdrijvend. Daarnaast, ook overdreven stellig: Spanjaarden “plannen” niet graag, en als er een afspraak is, wordt die makkelijk vergeten of vervangen door iets dat “leuker” is op dat moment (een gesprek, bijv.). Zo’n overdreven stereotype met een (kleine) kern van waarheid, denk ik.

Albert Helman (Lou Lichtveld), een Surinaamse Nederlander die verslag deed van de Spaanse Burgeroorlog in 1936, beschreef die neiging als “nonchalance met betrekking tot organisatie” en als inderdaad terugkerend, ook in een situatie waar dat ongunstig uit kan pakken, en organisatie vereist is, zoals in de strijd tegen de veel beter getrainde en geëquipeerde troepen van de couppleger Generaal Franco: een modern, professioneel leger, zogezegd, bijna on-Spaans. Dat anarchistische vertaalde zich in Spanje in bepaalde episoden ook in politieke bewegingen, ook tijdens die Burgeroorlog aan “Linkse”, Republikeinse kant. Dit kwam helaas de effectiviteit niet ten goede, en de gedisciplineerde, getrainde militair Franco maakte daar uiteraard misbruik van, om de oorlog door zijn coup te winnen (wat hem lukte in 1939).

Dat vrijheidslievende/anarchistische, ongeplande, heeft historische voorlopers in de Spaanse geschiedenis, met geconcentreerde Romeinse troepen in steden, maar anarchie erbuiten, en de lang durende (met tussenpozen) strijd tegen de Moorse, Islamitische overheersing, met langzame “herovering” van Christenen vanuit het noorden, maar met veel “niemandslanden” en bovendien veel interne verdeeldheid binnen het Moorse deel, dat vaak ook een “strakke regie” miste. De eerste eeuwen van Moorse overheersing werd de Islam ook weinig dwingend opgelegd.

VOLKSAARD

Dit alles droeg bij aan wat je een Spaanse “volksaard” kan noemen. Een bekend begrip, maar bestaat dat wel: een “volksaard”. Is het niet een verzameling stereotypen, dus te generaliserend?

Ik denk wel dat culturele patronen zich geografisch kunnen concentreren of beperken vanwege een bepaalde geschiedenis, in combinatie met natuurlijke omstandigheden. Spanje is een van de bergachtigste (na Zwitserland en Oostenrijk), en droogste landen van Europa, deels onherbergzaam, met een centrale hoogvlakte rond bergketens.

Lijkt toch iets moeilijker te organiseren en tot welvaart te brengen dan de groene polders met sloten, zoals in Holland, of zelfs de vruchtbare Po-vlakte in het welvarende deel van Italië.

“Plannen” gaat in zo’n ruig landschap wat moeilijker, en gecombineerd met chaotische episoden met autoritaire regimes, afgewisseld met weinig strakke, centrale regie en planning, in de Spaanse geschiedenis, ontstaat dan vanzelf een wat anarchistische, niet-plannende, ongeorganiseerde levenshouding.

ZEDEN

Ook het Franco regime (1939-1975), hoewel een dictatuur, was niet zo totalitair zoals hardliners rond Franco eerst wilden. Het botste op de Spaanse en Latino cultuur. Hoewel moordpartijen in de vroege dictatuur, wat extra wetten, en simpelweg veel politie en militairen op straat, het Spaanse volk wel degelijk intimideerde. Er was een katholieke invloed in de Rechtse dictatuur (verder gemengd met fascistische elementen), dus die nieuwe wetten waren deels zedelijke wetten, die een beetje zoals in Iran vooral “vrije” vrouwen en seksualiteit/genotzucht moesten inperken (vrouwen mochten niet fietsen, geen strakke kleding dragen, lang geen broeken voor vrouwen), naast bijvoorbeeld niet zoenen in de openbare ruimte, of al te vrije feesten/samenkomsten op straat.

De belangrijke avenues en pleinen in steden als Madrid en Barcelona die alle toeristen wel kennen (Plaza de España, Plaza Mayor, Puerta del Sol, Callao, las Ramblas, Plaza de Cataluña), waren tijdens de dictatuur gevuld met politie en militairen (of guardias civiles).. ter controle. Dit nam aan het einde van de dictatuur (vanaf ongeveer 1968) wat af.

Anekdotisch bewijs, ook binnen mijn eigen familie, toonde echter aan dat de wetten niet overal even strikt werden aangehouden, tenzij er een politie-agent in de buurt stond, en zelfs dan (als bevriend) was er flexibiliteit (oogje toe, deze x geen boete of arrestatie), kon je geluk hebben: op zijn Latijns dus, en Spaans “informeel” dus. Zoenen op straat bleef wel verboden, zoals mijn Spaanse peettante (vriendin van mijn moeder, al in Spanje) in Madrid onder Franco ondervond, toen ze zoende op straat met haar nieuwe, Nederlandse vriend, en een politie-agent haar vermaande. Mijn moeder stond hierbij.

Hoe dan ook, na Franco’s dood in 1975, kregen alle typisch Spaanse neigingen tot vrij, ongeorganiseerd leven weer alle ruimte, zo geeft het boekje DZNTS ook aan. Ook de seksuele moraal in het dagelijkse leven in het moderne Spanje, wordt er gekarakteriseerd als “los”, en seksuele lust als normaal en geaccepteerd, voor mannen en vrouwen. De auteur(s?) relateren dat interessant genoeg aan het relatief wat minder voorkomen van zware zedenmisdrijven, dan in samenlevingen met meer religieuze repressie. Juist tegenovergesteld dan preutse autoriteiten beweren, dus.

In een ander boek dat ik las, over een ander deel van de wereld (niet-Islamitisch, Sub-Saharaans Afrika) werd vreemd genoeg hetzelfde gezegd: minder zedenmisdrijven dan elders door lossere seksuele moraal, dus minder frustratie. De in de media nogal uitvergrote verkrachtingen tijdens oorlogsgeweld in Congo – die overigens ook plaatsvonden tijdens de Tweede Wereldoorlog, en de recente Joegoslavië-oorlog – spraken dit echter tegen, en bevorderden helaas weer een ander hardnekkig (eigenlijk ook onjuist) stereotype over Afrikaanse mensen.

Om een cultuur echt te kennen, moet je erin zitten, blijkt hier maar eens uit. Anders krijg je, inderdaad, stereotypen, generalisaties, en vooroordelen.

Het boekje ‘ Dit zijn nou typisch Spanjaarden’/DZNTS noemt voorts een relativering van geld en carrière als middelen en niet doelen op zich: het moet vooral “leuke” doelen hebben (feesten, familie, opscheppen) en dient geen arbeidsethos op zichzelf. De natuurlijke omgeving – de familie - wordt meer als geluksbron gezien in Spanje dan rijkdom door werk, wat zelfs nog iets “verlichts” lijkt te hebben ook. Dit lijkt dan een “positief” stereotype.

NEOLIBERALISME

Wel verfrissend in dit neoliberale tijdsgewricht, en tegelijkertijd aantonend hoe “angelsaksisch/protestants” dat neoliberalisme (moderne VS kapitalisme) in feite is. Dit verklaart ook de financiële (begrotingsdiscipline) conflicten in de EU tussen Noord- en Zuid-Europa. Spanjaarden hebben zich een beetje aan dat neoliberalisme aangepast, is mijn indruk, maar niet heel sterk. Het informele en ongeorganiseerde, en de voorkeur voor plezier en “natuurlijke relaties” boven werk, is wat beperkt, soms even gaan slapen, maar zeker niet dood.

Veel armere mensen “moeten” in Spanje zo’n 40 uur werken, zoals overal, om rond te komen, maar een cultureel aspect wat in Spanje wat sterker is dan in, zeg, Duitsland of Nederland, is dat het ook als “moeten werken” wordt ervaren. Als het even kan dus “vermeden”, evenals (strakke) “planning”, want “niet leuk”. De siësta – lange middag-pauze – waar Spanjaarden koppig aan vast blijven houden, maar ook past bij het warme klimaat, dient naar mijn idee ook als tegenwicht tegen “moeten werken”.

Ook de vele patroonsfeesten op de Spaanse kalender, en vele dorpsfeesten, geven die voorkeur voor “feesten” aan, inclusief dansen en zingen.

De latere en gebrekkige industrialisatie, en de gebleven connectie met “het (platte)land”, deelt Spanje met Ierland, inclusief de neiging tot feesten en plezier (naast werk). In de westelijke helft van Europa, zijn dat om die redenen ook de landen met de relatief rijkste “volksmuziek” (Ierland en Spanje). Helaas deelt het ook de conservatieve katholieke traditie, inclusief reactionaire perioden.

Volgens het boekje ‘Dat zijn nou typisch Spanjaarden’ is ook de rol van de katholieke kerk in het dagelijkse leven van moderne Spanjaarden inmiddels sterk verminderd. Nu niet veel anders schat ik in, dan pakweg het huidige Frankrijk of Zuid-Nederland. Tenzij het een aanleiding voor patroons- of andere feesten zijn, want dat vinden Spanjaarden – daar is het weer – “leuk”.

Over de Franco-tijd zegt dit boekje het volgende: “toen Franco nog leefde deed hij erg zijn best om de Spaanse bevolking onder controle te houden, maar hij slaagde er niet in het Spaanse vermogen tot plezier maken aan banden te leggen. Hij kon de Spanjaarden alleen maar een aantal jaren iets minder gelukkig maken”.

Leuk verwoord, en tegelijkertijd verwijzend naar de verborgen werkelijkheid achter het “achterlijke”, conservatieve imago Spanje had, elders in Europa in de jaren 60 en 70 (1960-1975), en wel daarna.

Mensen als mijn moeder en andere Spaanse migranten naar bijv. Nederland in de jaren 60, “vluchtten” veelal, minstens economisch, maar vaak ook politiek. Spanje bleef economisch achter, kreeg geen Marshall-hulp na de Tweede Wereldoorlog, en Franco werd door sommige landen geboycot, hoewel deels alleen in naam. Er vonden wat pogingen van “nationale zelfvoorziening” plaats, die veelal mislukten door zelfoverschatting, en eigenlijk ook de lage industrialiseringsgraad en technologische achterstand.

Wat mijn moeder het meest waardeerde toen ze in Nederland kwam rond 1966, zo vertelde ze mij, was niet de welvaart, de betere economie met beter betalende banen (ook voor haar), nee.. dat benaderde ze meer met de houding van “a woman’s gotta do what a woman’s gotta do” (ze stuurde, zoals andere migranten uit arme families, ook geld van haar loon naar Spanje, naar haar moeder). Ze sprak vooral de waardering uit voor het respect dat ze ontving als werknemer (bloemen op de eerste dag als “chamber maid” in een hotel in Zandvoort, bezit van de rijke Amsterdamse Caransa familie).

In het harde fascistische Spanje van toen, werd ze als werkzoekende, voor slechtere banen, als zeurende zwerver behandeld, dan wel als sloof, dus meer botte, cynische afhankelijkheid zonder respect.

Behalve dat, waardeerde ze ook de formele beleefdheid en behulpzaamheid op meer plekken in Nederland, en de vrijere samenleving en bijeenkomsten, ook voor jongeren.

Dit lijkt los te staan van het begrip “volksaard”. Hier heeft de politieke situatie invloed, autoritair regime of democratie.

Iedereen, ieder mens, wil vrijheid en plezier maken. Hoe die vrijheid en dat plezier ingevuld worden kun je “cultuur” noemen. Een mooi, vaak complex iets, maar vaak versimpeld in “stereotypen”. Soms is dat denigrerend (of afgunstig?), soms humoristisch bedoeld, zoals in het boekje DZNTS dat ik hier bespreek.

Dit boekje bevat verder grappige one-liners over die “volksaard” als:

“Van systemen verwacht men in Spanje meestal niet dat ze functioneren”, of:

“De Spanjaarden drinken niet om hun remmingen los te laten, want die hebben ze niet”,

“Stilte werkt Spanjaarden op de zenuwen. Dat is ook de reden dat het Spaans niet gewoon gesproken, maar naar elkaar geschreeuwd wordt”, en deze:

“Spanjaarden laten zich weinig gelegen aan regels – want regels zijn niet leuk”.

Dit laatste citaat herhaalt nogmaals het “niet willen plannen” of “niet aan tijd willen denken” en het vermaak-zoekende als stereotypen. Een soort rode draad door dit boekje, DZNTS.

Nogmaals, niet echt negatieve stereotyperingen, en als overdreven of onjuist, dan toch te grappig verwoord om echt beledigend te zijn. Ze worden zo gerelativeerd.

ASTERIX

Ook in de Nederlandse Wikipedia-pagina over het begrip ‘stereotypes’ worden de stripverhalen Asterix de Galliër genoemd als milde, amusante hanteringen van stereotypen. Ook visueel, heel goed en treffend getekend, door de soms geniale illustrator Uderzo.

De tekeningen zijn zo leuk, de verhalen en humor erin zo speels, dat je vergeet dat veel van het verbeelde stereotypen zijn. Wederom: meer grappig dan beledigend.

In Asterix in Hispania (1967), komen alle cliché’s langs: het hete klimaat, Don Quichot, de vele feesten, stierenvechten, Flamenco en zigeuners, olijfolie, alsmede slechte organisatie en traagheid. Daarnaast ook aspecten als “trots” en “eer”, en het bekende vurige temperament. In de chaotische organisatie en in het vele feesten en dansen in het Asterix in Hispania verhaal worden de stereotypen uit het boekje DZNTS nogmaals bevestigd: vermaak-gericht, en niet willen plannen, traag- of luiheid.

Met mijn kennis van geschiedenis kan ik natuurlijk wat bezwaren aantekenen en correcties plaatsen: de Hispaniaanse mensen in het Asterix boek over de Romeinse tijd, zeggen voortdurend, cliché-matig “Olé”, terwijl die term uit het Arabisch komt (Moorse overheersing), zo’n 6 eeuwen later dus. Net als het Castiliaanse woord Ojalá (betekent: “laten we het hopen”, “hopelijk”) verwijst het naar God (Arabisch: Allah), bij God’s wil, prijs God, dat idee. Een van de vele Arabische leenwoorden in het Spaans (Castiliaans) om historische redenen. “Olé” als term gebruiken huidige Spanjaarden als uitroep wel veel: een beetje in de betekenis zoals zwarte Amerikanen “right on!” gebruiken – positieve bevestiging, dus, dus dat stereotype heeft wel iets van waarheid.

Om diezelfde historische redenen is de opmerking van iemand in het Asterix boek dat “we” (Spanjaarden) “van Grieken afstammen”, simplistische onzin. In de loop der eeuwen is het DNA van Spaanse mensen nogal vermengd, en bovendien verschillend per regio. Romeinen en Moren (Berbers, Arabieren) droegen eraan bij, maar ook eerder Kelten, Feniciërs (een proto-semitische taal sprekend), Carthagers (dat verhaal van Hannibal speelde deels in Spanje), Basken en hun voorouders, Iberiërs, Westgoten, Vandalen, Joden, en weinig Grieken. Daarnaast ook mensen die er al woonden toen de Feniciërs zo’n 1200 vóór Christus de eerste stad in Spanje stichtten (het huidige Cádiz, in Andalusië), van onduidelijke etnische origine.

DNA

Hoe dan ook, serieuze, wetenschappelijke DNA-studies sinds de jaren 1950s (toen DNA-studies eerst opkwamen), laten niet overtuigend één belangrijkste etnische voorouders van de huidige Spanjaarden zien, alleen een beetje bij de Basken. Andere landen in de wereld hebben dat wat meer (een dominante groep - nooit enige - voorouders), maar Spanje is veel gemengder. Zelfs de inquisitie bleek niet al te succesvol (te "Spaans" gepland?) en aardig wat in naam bekeerde Joden bleven uiteindelijk toch in Spanje (toch ruim 40% van hen). "Keltisch" DNA in Spanje wordt geschat op zo'n 30% (Portugal iets meer), geconcentreerd in het Noordwesten, maar "Germaans" DNA maar op zo'n 5%, "Berbers" DNA al met al op minstens 10%, maar dit alles is soms moeilijk te meten, onderzoekstechnisch gezien: Westgoten spraken een Germaanse taal, maar waren gemengd met Slaven, en Semitisch DNA kan ook van eerdere Feniciërs komen en niet alleen van Joden of Arabieren, Romeinen stuurden soms soldaten van Gallische of Griekse afkomst. Etcetera, etcetera.

Verder vind ik DNA-studies vanuit historisch perspectief wel een interessant studieterrein, overigens pas historisch ontwikkeld na de dwaze rassentheoriën van de Nazi's. Het had die Nazi-onzin mogelijk wat gerelativeerd, hoewel voorspelbaar de landen met Germaanse talen inderdaad wat meer Germaans DNA hebben.

Misschien neem ik het allemaal te serieus, kun je betogen, want het is grappig bedoeld. Asterix – gericht op kinderen – heeft echter ook wel een educatieve functie.

Wat ik inderdaad niet te serieus moet nemen, in dit geval, zijn de stereotypen in Asterix in Hispania, en evenmin die in het eerdergenoemde boek DZNTS. De auteurs relativeren zichzelf al, en daarmee hun stereotypen. Dat maakt het minder denigrerend of kwetsend.

STAND-UP COMEDY

Hetzelfde zie je bij veel stand-up comedy, zowel in Nederland als daarbuiten. Vooroordelen en stereotypen bespreken – en er grappen over maken – is in dat genre erg gangbaar, soms zelfs de norm. Richard Pryor en Eddy Murphy deden dat al goed en grappig, niet zonder zelfspot. Je hebt verschillende soorten humor, uiteraard, en ik schreef daar een eerder blog artikel over. Humor kan ook verschillende functies hebben, deels ook nare en ideologische: stereotypen bevestigen, volkeren denigreren en uitsluiten. De “blackface” traditie in de VS en deels in Europa bijvoorbeeld, humor tegen Joden (cartoons in Islamitische landen), en andere racistische grappen, zonder enige zelfspot en relativering. Dit is meestal “sarcastisch” van aard, waardoor ik niet zo positief ben over “sarcastische” humor, zoals anderen.

Nederlanders vinden zichzelf sarcastisch, en Amsterdammers helemaal. Tenzij ze het woord verkeerd gebruiken en “ironisch” bedoelen (een gangbare fout), zou ik iets anders zoeken. Humor kan situaties en wereldlijke onzin leuk relativeren en in een ander perspectief plaatsen, zonder dat je mensen persoonlijk, laag-bij-de gronds, per se hoeft te vernederen. Iets van zelfspot en zelfrelativering (als karaktertrek niet zo sterk ontwikkeld bij Amsterdammers) zou al helpen. Als er iets is wat ik bij Spanjaarden iets sympathieker vind dan bij Nederlanders (ik ben het allebei, in feite) is dat Spanjaarden meer zelfspot hebben.

Veel stand-up comedy, ook in de VS en Groot-Brittannië, en zelfs in het sarcasme-rijke Nederland, is goed en grappig omdat het die zelfrelativering, die zelfspot wel heeft. De eigen mening wordt niet zo bloedserieus genomen, en bescheiden genoeg wordt niet verhuld dat het vanuit een eigen, beperkt perspectief is. Niet al te serieus te nemen, en daardoor prettig. Geen “bully-achtige” metaforische “hand tegen de keel” waardoor je niet kunt ademen en in een hoek gedwongen wordt, zoals een keiharde racistische grap die je op straat in Amsterdam soms keihard kan overvallen.

Zelfs de meest met stereotiepen spelende delen van deze comedy van mensen als Eddy Murphy, Richard Pryor, en latere goede, succesvolle comedians als Lenny Henry, Dave Chappelle, Katt Williams, Russell Peters, Sarah Silverman, waren niet zo denigrerend als ze leken (over blanken die niet kunnen dansen bijvoorbeeld). Het zijn meer begrijpelijke observaties over cultuurverschillen. Geen wetten van Meden en Perzen.

Ze hoeven niet in alle gevallen waar te zijn, zoals de Nederlandse zuinigheid, en in Spanje noemen ze Catalanen “zuinig”, mijn moeder noemde Italianen “jaloers”, etcetera, maar de manier waarop het gebracht wordt – met “zachte” humor - , maakt dat relatieve, betwistbare eigenlijk al duidelijk.

HOLLYWOOD

Stereotiepen en het verwante cliché’s vind ik wel negatiever uitpakken in Hollywood-films. Deze zijn nog veel invloedrijker dan stand-up comedy, met name de laatste decennia. Ze zijn wereldwijd populair, gericht op vermaak en spektakel, maar drijven toch vaak op cliché’s en een (soms verhulde) pro-VS bias. Zelf-beelden zijn altijd “coole” beelden, zei ik eerder, dus ook hoe de VS gepresenteerd wordt in Hollywood films uit de VS. Orde, rationaliteit, en democratie in de VS, gekken en chaos daarbuiten, al te beginnen in Mexico.

Dat is soms subtiel, omdat politiek-correcte stromingen direct racisme in een kwaad daglicht stelden, sinds de 1970s met name, maar het is er nog steeds. Heel toevallig – of eigenlijk niet – sloten en sluiten ze ook heel goed aan bij het buitenlands militair/politiek beleid van de VS, met invallen in Iraq en Libië en zo, veelal gericht op eigenbelang. Britse films en series hadden lang datzelfde pro-imperialistische euvel.

Ook de African Americans lijken dan wel een plaats te hebben in vele Hollywood-films, net zoals sommige “token” Latino’s, maar in veel films worden toch negatieve stereotiepen over zwarten en Latino’s eigenlijk bevestigd. Ook in populaire, invloedrijke films die vanuit het zwarte perspectief lijken uit te gaan, zoals in Boyz In The Hood.. Er zullen ook wel wat mooie, menselijke, universele aspecten in zulke films zitten, maar ook veel “vieringen” van een minderwaardigheidscomplex en een laag zelfbeeld. Jezelf reduceren tot een groepslid, een stereotype.

Met name kwetsbare jongeren, met een beperkt referentiekader, worden daardoor beïnvloedt, ook in Europese steden, denk ik. “Gangstertje spelen”, zeg maar, als de enige “zwarte” film die je keek Boys In The Hood was. Hadden ze beter Spike Lee-films kunnen kijken.

Stereotiepen kunnen dus op verschillende manieren gevaarlijk zijn. Zowel bij minderheidsgroepen zelf in het gedrag, maar uiteraard ook in verband met machtsverschillen, als een witte werkgever mensen onterecht discrimineert voor een baan (niet aannemen/uitnodigen) vanwege niet een individu maar alleen een (in potentie irritant) groepslid ziet, of als een overheid in een Europees land raciale, etnische minderheden strenger gaat controleren op bijstands-/uitkeringsfraude dan de eigen mensen, en dat nog geaccepteerd wordt ook (de Toeslagen-affaire).

Onschuldig is alleen de relativering, en daarmee betwijfelen van die stereotiepen, soms juist door ze te benoemen en uit te vergroten. Met goede, positieve humor, zeg maar.

In gradaties zit dat in zowel dat boekje, Dat Zijn Nou Typisch Spanjaarden, waar ik het over had, de Asterix-strips, en in de betere (stand-up) comedy. Het gaat toch om de intentie. Lachen om cultuurverschillen maakt de wereld denk ik ook leuker en interessanter. Mijn ouders deden niets anders, zelfs die van de eigen echtgeno(o)t(e).

Het is daarnaast historisch leerzaam om te onderzoeken hoe die stereotypen zijn ontstaan..

CONCLUSIE

Tja, welke conclusies kan ik hier verder nu uit trekken? Kloppen de grappig weergegeven stereotypen over Spanje in de genoemde werken, naar mijn ervaring, ook met familie?

Laat ik zeggen dat ik deels meen te herkennen wat ze bedoelen te zeggen. Qua gebrek aan planning en aversie tegen kloktijd zijn er ook volkeren “in de tropen”, zoals Latijns-Amerika waarvan dat nog veel meer gezegd wordt, als stereotiep, maar in ieder geval in vergelijking met andere Europese landen geldt dat vaker te laat komen en mindere planning van Spaanse mensen wel. In Cuba bijvoorbeeld, evenals in Jamaica, was een kloktijd-afspraak veelal een “vage indicatie”, ervoer ik op beide eilanden. Het gericht zijn op feesten en liever niet willen werken, ben ik inderdaad bij veel Spaanse mensen min of meer schaamteloos tegen gekomen.

Echter: ook wel (in mindere mate) bij bijvoorbeeld Nederlanders of Italianen, met name levenslustige vrouwen, wat ik leuk vond. “Girls just wanna have fun”. Niet iedereen is een robot. In meerdere mate trof ik die feest-neiging boven werklust zelfs bij Cubanen en Jamaicanen. Spanjaarden zijn er misschien iets schaamtelozer in om dat toe te geven, en dat beantwoordt aan een ander stereotype in het boek ‘Dat Zijn Nou Typisch Spanjaarden’/DZNTS: dat Spanjaarden nogal “informeel” zijn in omgangsvormen.. lees: direct, ongefilterd.

Sociologisch en historisch wijt ik dat aan de gebrekkigere industrialisatie (slechts rond grote steden en Baskenland) en de gebleven verbinding met het platteland, het agrarische. De omgangsvormen zijn daarmee ook wat “boerser”, vergeleken met bijvoorbeeld Duitsland of Nederland. Niets mis met zulke plattelands-principes, zeg ik altijd maar.

Ook het terugkerende stereotype van "sterke familiebanden" die Spanjaarden zouden hebben herken ik wel, maar is niet anders in veel andere culturen, met name ook armere landen buiten Europa, en betreft vooral de "extended family", niet vooral het kerngezin zoals elders in Europa. Wat breder dus, en de vader-zoon of vader-dochter verhouding op zich is soms daarom zelfs sterker in Noord-Europa of Noord-Amerika. Mijn moeder maakte altijd grapjes over de vond ze overdreven verering van "daddy!" in Amerikaanse films, dus dat is ook relativeerbaar.

Die verschillen in “volksaard” tussen Europese volkeren zijn inmiddels overdreven (de wereld is internationaal, men imiteert elkaar, reist meer, wil verandering), maar met nog steeds een grond, een aanwezige kern.

Spanje moet zich aanpassen aan het neoliberalisme, terwijl steeds meer Noord-Europeanen fanatieker zijn gaan feesten - de klok vergetend -, alsof ze altijd al zo waren.

Het meest interessante vindt ik hierbij zelf de connectie met de moderne variant van het kapitalisme, het neoliberalisme, die wereldwijd veel invloed heeft, zeker sinds 1980, en een duidelijk VS/Angelsaksisch stempel heeft. Derhalve ook Protestants qua arbeidsethos, en gevormd door andere “angelsaksische” filosofische stromingen als utilitarisme, en materialisme, welke in “Latijnse “ landen toch minder aansloegen.

Het “kapitalisme” komt historisch uit het Protestantisme voort, weet niet iedereen, maar het voert te ver dat nu uit te leggen. Wel verklaart dit alles - samen met ruige natuurlijke condities - de “cultuurverschillen” van Spanje met, zeg Duitsland of de VS, die te versimpelen zijn tot de eerdergenoemde stereotypen.

Die verschillen zijn bovenal menselijk en eigenlijk ook grappig. In ieder geval zeker warmer en liefdevoller dan de koude cijfers van geld en materialisme.

Cultuur is wat je krijgt als je mensen met rust laat, zeg ik altijd.

Mijn hoop is dat deze natuurlijke neiging tot vrijheid van gewone mensen, van een eigen gevormde cultuur zonder inmenging van bovenaf of machtige partijen, van plezier en inspiratie, en van echte muziek en (levens)kunst en levenslust, altijd sterker zullen blijven dan welke economisch/politieke, elitaire - en totalitaire - machtsgreep en onderdrukking ook..

dinsdag 2 december 2014

IDFA, Podemos, en (nogmaals) Zwarte Piet

Het voordeel van een internationale oriëntatie is dat het je meer vergelijkingsmateriaal biedt, en je horizon verbreedt. Toegegeven: talenkennis is hierbij vaak ook belangrijk. Met beheersing van het Engels kom je al een heel eind in deze geglobaliseerde wereld, maar ik spreek en versta ook goed Spaans, bijvoorbeeld.

Ik was laatst (november 2014) naar een aantal films gegaan in het kader van het IDFA: International Documentary Festival Amsterdam. In Amsterdam dus. Het was zo internationaal dat Engelstalige films, die ik zag, niet eens ondertiteld werden naar het Nederlands, en dat de Q & A na afloop ook als vanzelfsprekend in het Engels was. Ik beheers Engels goed, dus dat was op zich geen punt.

Spaans beheers ik ook goed genoeg om complexer nieuws te kunnen volgen. Ik vind dat goed om bij te houden (voor de taal), en daarnaast volg ik de ontwikkelingen in het land Spanje ook wel, vooral ook omdat ik half-Spaans ben (van mijn moeders kant).

PODEMOS

Gedurende de maand november van 2014 dat het IDFA in Amsterdam was, begon ik mij toevallig ook te verdiepen in een nieuwe Spaanse politieke partij die opkwam, genaamd ‘Podemos’, wat Spaans is voor “we kunnen (het)”. De woordvoerder ervan is de jonge Pablo Iglesias Turrión, een Madrileen die voorheen hoogleraar was aan de Complutense universiteit in Madrid, en aardig wat academische titels heeft. Interessant genoeg zijn deze titels in redelijk verschillende discipline’s, zowel politiek als de kunsten, bijvoorbeeld. Los daarvan, positioneert hij zich politiek aan de linkerkant.

De partij Podemos, waarvan Iglesias ook mede-oprichter was, heeft zeker wat aanhang gekregen in Spanje, en ook Pablo Iglesias, die als welbespraakt en charismatisch bekend staat, is bij veel mensen populair. Het is natuurlijk geen toeval dat de nieuwe partij op komt terwijl Spanje meer dan de meeste andere EU-landen last heeft van een economische crisis, en van armoede en werkeloosheid.

Recente cijfers wijzen erop dat thans ruim 20% van de Spaanse bevolking onder de armoedegrens leeft. Dit is veel voor Europese begrippen, en bijna twee keer zoveel als in Nederland (rond de 11%). Over de hoge jeugdwerkeloosheid in Spanje (meer dan 50%) is ook al vaker bericht. Recente algemene (jeugd en niet-jeugd dus) werkeloosheidscijfers van Spanje liggen al sinds 2013 boven de 25%, terwijl die in Nederland thans rond de 8% ligt. Dat (als deze cijfers kloppen) de armoede verhoudingsgewijs in Nederland ongeveer de helft van die in Spanje is, maar de werkeloosheid minder dan een derde, roept ook wat vragen op (meer “working poor”? of meer alleenstaanden?), maar het voert te ver om daarop nu in te gaan.

Hoe dan ook, op deze problemen in Spanje zal de nieuwe politieke partij Podemos een antwoord willen bieden. Ook bij sommige familieleden van mij was Pablo Iglesias populair. Me verdiept hebbend in de persoon, en hem opgezocht hebbende op YouTube – zijn speeches, zijn tv-optredens en deelnames aan debatten - , denk ik dat ik dat wel kan begrijpen. Hij heeft lange haren in een staart, draagt vaak “hippe” armbanden en vlotte kleren, en komt al met al wat jeugdiger en hipper over dan de oudere, vaak “grijze” politici in pakken die ook in Spanje de politiek domineren. Los van dit uiterlijk en imago kan hij – vind ik – ook goed praten. Hij brengt de boodschap goed over en lijkt analytisch en inhoudelijk goed onderlegd. Ook lijkt hij de werkelijke noden van Spanje goed te kennen. Iglesias is verder trouwens ook lid van het Europees parlement.

In de video hieronder een recente speech van hem (Engelse ondertitels op te roepen, via 2e button rechts-onderin):

Hij is jonger dan ik. Dit deed mij me een beetje oud voelen, eerlijk gezegd. Dat is vaker wanneer invloedrijke politici jonger dan of van dezelfde leeftijd als jezelf blijken. Sommigen hadden dat bij het concluderen dat Barack Obama dezelfde middelbare leeftijd als hen had, zoals Stephan Sanders eens schreef in zijn column in de Vrij Nederland. Pablo Iglesias is zelfs vier jaar jonger dan ik, nu dus ongeveer 36 jaar oud. Hij had een jonger broertje van me kunnen zijn.

Hij lijkt me een intelligente, welbespraakte jongeman, met standpunten waar ik het grotendeels wel mee eens ben, denk ik. Denk ik, want ik woon in Nederland, maar het grootste deel van mijn familie in Spanje is van de arbeidersklasse en zijn vaak teleurgesteld in de grote partijen. Ze herkennen de problemen van machtselites in Spanje (vaak met nog connecties teruggaand tot de Franco-dictatuur),en de sociale en economische problemen en ongelijkheid in Spanje, die Iglesias ook benoemt en wil aanpakken.

De tijd zal uiteraard leren of hij een positieve verandering teweeg zal brengen, maar voor de rest van dit bericht – dat ook internationaler dan alleen Spanje zal worden - wil ik vooral focussen op een interessante uitspraak van hem tijdens een speech die hij hield in Mérida, een stad in de regio Extremadura in West-Spanje. Mijn moeder is overigens ook geboren in de regio Extremadura (provincie Badajoz). Linkse organisaties hadden hem daar, samen met anderen, uitgenodigd voor een bijeenkomst. Ze hebben het leuk gemaakt, want ook een flamenco-muziekgroep uit het naburige Andalusië trad op.

Zijn speech aldaar is op YouTube te vinden en was uiteraard in het Spaans, wat ik dus gewoon kon volgen. Hij zei, vrij vertaald: “Patriottisme is niet alleen iets van “rood en geel” dragen (van de Spaanse vlag, bedoelt hij), of het nationale team met voetbal steunen, maar zorgen dat alle burgers in je land goed en menswaardig kunnen leven”. Daarmee vermoedelijk ook doelend op politici die enigszins populistisch steun aan dat voetbalteam gaven of de kleuren van de vlag droegen.

De huidige regerende partij in Spanje is de centrum-rechtse Partido Popular, en om een complex van historische maar ook deels onnavolgbare redenen heeft in de Spaanse politieke cultuur Spaans (nationaal) nationalisme een “rechts” imago. Regionalisme (Catalaans, Baskisch of anders) of regionaal separatisme heeft daarentegen een “links” imago. Hoewel “zelfbestuur” iets links lijkt te hebben, is dat eigenlijk weinig zinnig. Vooral als men bedenkt dat Vlaams nationalisme of Noord-Italiaans separatisme/regionalisme (Lega Nord) toch vooral rechts is. Dat Catalonië economisch een van de welvarendste delen van Spanje is (evenals Spaans Baskenland) doet doorredenerend twijfelen aan het werkelijk linkse karakter van gewenste afscheiding van Spanje, zoals een deel van de Catalanen lijkt te willen. Is het in de kern niet meer dan welvaart voor je zelf houden, om armere landsdelen niet te hoeven financieren? Maar dat terzijde..

Interessant uitgangspunt in ieder geval: echt patriottisme uit zich in goed zorgen voor de (alle!) burgers van je land. Welvaarts- en welzijnsverschillen verkleinen, met andere woorden. Het zal vermoedelijk wel eerder door ook anderen dan Pablo Iglesias zijn gezegd, vooral door linkse politici, uit en met betrekking tot andere landen. Hoe dan ook is het vanuit dat perspectief ook interessant naar andere landen te kijken, zoals Nederland, dat ik uit ervaring het beste ken. Ik ken de debatten die hier spelen, zoals de Zwarte Piet discussie, over asielzoekers, minderheden, moslims, homo’s en andere thema’s als de zorg, de welvaartsstaat etcetera.

IDFA

Ik ga eerst nog naar een ander land. Eén van de documentaires die ik zag op het IDFA heette: ‘Beats of the Antonov’ (2014) en ging over het land Soedan, in Afrika. De filmmaker - Hajooj Kuka - heeft ook een Soedanese achtergrond. Voor deze documentaire naar Amsterdam kwam had deze documentaire al een prijs gewonnen op een vergelijkbaar documentaire film festival in Canada (Toronto). Het thema van deze documentaire was dat het land Soedan vanuit de politiek een Arabische nationale identiteit propageert – lees: opdringt – en daardoor de meer Afrikaanse culturen en identiteit in delen van het land onderdrukt, zelfs met oorlogsgeweld. Dit gebeurt nog steeds.

Een brute onderdrukking en oorlogssituatie die sommigen deed vluchten naar het aangrenzende “nieuwe” land Zuid-Soedan. Zuid-Soedan is vooral Christelijk en animistisch, maar onder de vluchtelingen waren ook Soedanezen die nominaal Islamitisch waren, maar dit blijkbaar naar de smaak van Soedaneze machthebbers teveel combineerden met eigen, Afrikaanse culturele praktijken. In ieder geval (op zijn zachtst gezegd) een land dus dat “niet goed voor alle eigen burgers zorgt”. Dit vanuit een identiteit die, zoals wel vaker, een deels illusoire keuze is. Ook de zichzelf “Arabieren” noemende en Arabisch sprekende Noord-Soedanezen, inclusief de aan diverse oorlogsmisdaden en massamoorden (Darfur!) schuldige president Omar al-Bashir (zie hier op Wikipedia), zijn puur raciaal voor een groot deel een mengvolk van Arabieren met zwarte Afrikanen. Die zwarte Afrikaanse kant wordt zoveel mogelijk ontkend. Dit wellicht vanwege geloofsfanatisme, en een eenzijdige identificatie van de Islam met Arabieren. Islam = goed, Arabieren brachten de Islam = ook goed. Het andere is slechter. Dat is min of meer de redenering. Dat er Soedanezen zijn die hun eigen interpretatie van de Islam weten te combineren met een eigen Afrikaanse cultuur en erfenis, vaak via een mystieke “Soefi” achtige benadering (er zijn parallellen met het Maraboutisme in Senegambia, Guinee en andere delen van Afrika) is blijkbaar niet goed genoeg voor deze “Arabische” Soedanezen. Dat is dus het conflict.

Dat de dominantie van een Arabische Islam in Afrikaanse landen parallellen vertoont met het Europese kolonialisme, was mij al langer bekend. Het is niet bij iedereen bekend dat het bijvoorbeeld in Egypte bij veel mensen gangbaar was om de Arabische afkomst te benadrukken, en te ontkennen van (deels) zwart Afrikaanse afkomst te zijn, ook als je dat laatste bij iemand een beetje aan zijn trekken (wat donkerder huid, kroeshaar e.a.) kon zien, of bij iemand met “Nubische” trekken. De Arabieren brachten immers de heilige Islam. Zoals in door Europese landen gekoloniseerde landen ook wel gebeurde: de elite in de Dominicaanse Republiek minachtte lang de Afrikaanse kant van de nationale identiteit (de meeste Dominicanen mengen Europees/Spaans en Afrikaans bloed), of zoals in Britse kolonies je zo min mogelijk Afrikaans moest zijn en zo Brits mogelijk (raciaal en/of cultureel) om iets te kunnen bereiken. In de Britse Caraïben, maar ook in landen als Ghana of Nigeria was dat deels zo. Hetzelfde gold in Franse kolonies.

TAAL, NATIE, EN RAS

Dit loochenstraft tegelijkertijd een stelling van de (Baskisch) Spaanse filosoof Miguel de Unamuno. Een stelling die ik al lang ken, maar waar ik altijd een beetje twijfels bij had: “de taal is het ras”. Ik had twijfels, maar nu weet ik zeker dat ik het er niet mee eens ben, mede door de voorbeelden die ik hierboven aandroeg. Deze andere Miguel (ik: zo noemen ze me wel eens in Spanje..vertaling van Michel) zegt: “het ras is NIET de taal”. Wel kan taal een machtsmiddel zijn, ook ter vorming van een identiteit. Die is echter vaak illusoir. Dat Unamuno, van wie ik andere uitspraken wel zinnig vond, dit zei verbaast me ook. Het zou bijvoorbeeld betekenen dat alle Italianen, maar ook Spanjaarden, Fransen, Portugezen, Roemenen etcetera, van de Romeinen afstammen. Zowel historisch als genetisch is het allang aangetoond dat dit nauwelijks waar is: in Italië zelf mengden de Romeinen zich al met daar aanwezige volkeren, maar in een land als Spanje waren de Romeinen nog veel meer slechts een van de vele volkeren die aan het genetisch materiaal hebben bijgedragen. In Frankrijk worden de (Keltische) Galliërs als voorouders gezien, maar ook dat is slechts gedeeltelijk waar.

Het ras is ook niet de taal, als men denkt aan het kolonialisme. Neem de “Francophonie”: de meeste formeel Franstalige mensen, deel van deze francophonie, in deze wereld, leven in Afrika, waar Frankrijk veel kolonies had. Daarna volgt getalsmatig pas Frankrijk zelf en oostelijk Canada. Tegelijkertijd zijn veel zwarte mensen (van Afrikaanse afkomst dus) in deze wereld Engelstalig, en veel Spaanstalige mensen in Latijns Amerika van gemengde en soms zelfs geheel niet-blanke afkomst. Etcetera etcetera.

De film over Soedan op het IDFA ging over een raciale/culturele identiteit die een staat wilde opleggen aan de burgers. Nationale politici houden zich ook bezig met de staat, maar in een heleboel opzichten denken mensen toch graag in termen van de begrensde staat. Het land, de staat waar men vandaan komt wordt dan de kern van de identiteit. Daar zijn wel meer parallellen met de “taal”, hoewel dat ook niet altijd samen valt. Taal is wel een belangrijk symbool voor de eigen nationale identiteit – en voor delen die zich willen afscheiden (denk aan sommige Catalanen, Vlaanderen, of separatisme dat ook in Franstalig Canada bestaat), maar kan wel degelijk andere verschillen verhullen binnen de bevolking. Veel van die onderdrukte Soedanezen spraken net als die onderdrukkende machthebbers Arabisch. Zwarten in de VS spraken en spreken gewoon Engels, en zo zijn er wel meer voorbeelden te geven.

ZWART ALS ROET

Een andere film/documentaire die op het IDFA draaide (en 1 december 2014, jongstleden dus, ook op de Nederlandse televisie kwam) is van Sunny Bergman, en heette ‘Zwart als roet’ (2014). Het is in zijn geheel op Internet te bekijken, zoals hier, dan wel hier, of via 'uitzending gemist'. Het ging over de Zwarte Piet-discussie die nu enkele jaren wat prominenter in Nederland gevoerd wordt. Ik heb daar in een eerder blogbericht al mijn mening over gegeven. Inhoudelijk heb ik daar niet zoveel aan toe te voegen. Ik heb nog steeds dezelfde kritiek op het fenomeen Zwarte Piet, en ben in die zin (net als anderen) in grote lijnen een medestander van Bergman, die dit ook bekritiseert met deze documentaire.

Interessant is soms ook om tussen de regels te lezen. Uitgedost als zwarte pieten gingen de filmmakers naar Londen om te kijken hoe dat in Groot-Brittannië zou vallen. Aanwezige Britten in een park wezen erop dat dat in Engeland niet geaccepteerd werd. Goed, maar toch even die nationale trots binnengesmokkeld, dacht ik ergens ook. Ook niet-Engelsen hebben bezwaren tegen racisme, dacht ik toen. Sterker nog: onder Engelsen zijn er ook racisten: niet minder dan andere landen, dacht ik zo, mogelijk wat verhulder. Maar misschien zeiden ze dat alleen omdat Bergman er bij uitlegde dat deze “Black Face” deel was van een kinderfeest in Nederland.

Bergman’s documentaire wees er in ieder geval goed op hoe het “witte privilege” werkt in Nederland. Niet alles was nieuw voor me. Dat de omroepen, ook de “vrijzinnige” VPRO, voornamelijk blanke bestuurders en medewerkers heeft, bracht Bergman goed aan het licht, maar wist ik ergens ook wel (ik noem dat ook in dat eerdere essay van mijzelf). Andere gesprekken in de documentaire vond ik zeker inzichtelijk en interessant.

Het lijkt me ook boeiend om vanuit een ander perspectief naar deze documentaire te kijken, namelijk vanuit de stelling die ik eerder aanhaalde, in directe zin aan de nieuwe Spaanse politicus Pablo Iglesias ontleend: “echt patriottisme houdt in: goed zorgen voor mensen in je land”. Ook het genoemde “opgelegde nationale identiteit” perspectief (uit de documentaire over Soedan) is in dezen interessant.

SINTERKLAAS

Het kinderfeest Sinterklaas symboliseert voor veel Nederlandse mensen de eigen Nederlandse identiteit. Die indruk wordt in ieder geval gewekt. Dat snap ik een beetje, maar niet helemaal. Ik snap dat de kinderjaren vormend zijn voor een eigen identiteit, wellicht ook een connectie met je land via je ouders en je familie. Dat kan ook als je ouder bent en op eigen benen staat extra gewicht krijgen, als je terugkijkt en je positie bepaalt. Ik vind het alleen een wat beperkte visie op nationale identiteit. Er zal vast meer zijn waar Nederland trots op kan zijn: een land goed organiseren en welvarend houden, om maar iets te noemen. In zekere zin is het ook een ongelukkige keuze, want de figuur Zwarte Piet is niet alleen een karikatuur van zwarte mensen en in die zin racistisch in historische zin, maar ook in de hedendaagse praktijk: het stimuleert racisme nu, en het uitschelden of pesten van zwarte mensen (jong en oud) via het flauwe scheldwoord “zwarte piet”.

Nu is de Nederlandse cultuur naar verhouding hoe dan ook wat “sarcastisch”, naar mijn ervaring – vergeleken met andere culturen die ik ken (Nederlanders zelf prefereren zichzelf als “direct” te zien, maar ik zie dat anders) – maar mogelijk is dat het probleem juist. Nederland herken je als sarcastische cultuur vooral als niet-Nederlander, als “buitenstaander”. Dan gaan ze je makkelijker beledigen, simpel gezegd; je hoort er immers niet echt bij. Dat treft zwarte mensen die toch door veel (niet alle) Nederlanders als “mindere Nederlanders”worden gezien, ook als zijn ze in Nederland geboren uit ouders uit een voormalig Nederlandse kolonie. Ook in de behandeling van andere etnische minderheden (Marokkanen,Turken, Chinezen e.a.), of zelfs ten opzichte van een licht-verdwaalde toerist in Amsterdam tonen veel Nederlanders dikwijls hun meest sarcastische kant. Vaak alleen op uiterlijk gebaseerd. Dat wil zeggen: zogenaamde “grappen” die eigenlijk vooral beledigingen of zelfs vernederingen zijn, en je verbaal uitsluiten. Alledaagse pesterijtjes hebben eenzelfde functie. Andere (nonverbale) manieren om vooroordelen of etnische voorkeuren te uiten zijn specifiek/gericht negeren of oogcontactvermijding (puur op uiterlijk of vooroordelen gericht: ik heb het niet over het begrijpelijke negeren van een junkie die je coke probeert te verkopen, of iemand die van je wil profiteren), en ook die "uitsluitende communicatie" passen veel Nederlanders in het openbaar verkeer wel toe. Okee.. allemaal minder erg dan bommen gooien op woongebieden zoals al-Bashir in Soedan doet bij Afro-culturele Soedanezen, maar ergens toch in de kern voort komend uit een vergelijkbaar sentiment.

Patriottisme is goed voor de mensen in je land zorgen, maar wat als niet geldt “de taal = het ras” (zoals Unamuno stelde), maar “het land = het ras”. De verharde Zwarte Piet-discussie in Nederland, en vooral wat het reflecteert over het bredere en diepere racisme in Nederland, wijst erop dat een deel van de Nederlanders dat vindt: “het ras is het land”. Wie daarbuiten valt kan dan hoogstens een “tweederangsburger” in dit land zijn. Of “anders oprotten”, zoals ook weleens direct wordt gescholden tegen anti-Zwarte Piet-betogers.

OVEREENKOMSTEN IN RACISME

Mijn indruk is dat het racisme in Nederland veel raakvlakken heeft met dat in Groot-Brittannië. Beide landen hebben een “linksig” en democratisch, multicultureel nationaal imago gecreëerd, dat voor een groot deel meer imago is dan werkelijkheid. Er is een flinke dosis hypocrisie hieromtrent, alsmede “verhulling” bij een deel van de bevolking in beide landen. In beide landen zijn – misschien ironisch – “zwarte” cultuuruitingen relatief populair, ook bij een deel van de blanke autochtonen, die er zelfs dingen van overnemen. Er zijn in beide landen relatief veel raciaal gemengde relaties. Door dit alles wordt verhuld dat zwarte mensen ook in die landen relatief vaker geconfronteerd worden met discriminatie, sociaal-economische achterstelling , en met vooroordelen en stereotypen. Ook heeft Groot-Brittannië zelf ook flink wat, wat Russell Brand in de documentaire van Sunny Bergman noemde, “colonial hangovers”. De Britse premier Cameron heeft onder zijn voorouders eigenaren van Afrikaanse slaven in het Caraïbisch gebied, net als veel andere elitaire Britse (en Nederlandse) families. De Black Face of Minstrel traditie is dan wat eerder dan in Nederland verlaten en in de ban gedaan, andere problemen zijn er nog steeds. Hetzelfde geldt voor andere Europese landen, maar Bergman vergeleek in haar documentaire Nederland voor een deel met Engeland.

Een deel van de Nederlanders (en van de Britten) is ook echt multicultureel en open-minded, maar dat deel van de bevolking is kleiner of minder invloedrijk dan velen denken (of willen doen geloven). De Zwarte Piet discussie maakte dat ook deels duidelijker.

VERANDERING?

Echt “patriottisch” trots zijn op je eigen, zogenaamd multiculturele, tolerante land, kan wellicht beginnen met echt multicultureel en tolerant te zijn. Rekening houden met minderheden omtrent raciale stereotypen, al dan niet gepropageerd via een nationaal feest voor kinderen (kinderen die de vorm van het feest zelf niet zoveel interesseren), zou daarbij een goede eerste stap zijn .

Culturele en internationale verschillen die niet kwetsend zijn verrijken je wereld en referentiekader, zoals ik in het begin ook zei. Nederland heeft iets eigens en interessants, zoals elk land. Mijn ouders kwamen uit Italië (vader) en Spanje (moeder) en kwamen hier in de jaren 60; zij begrepen ook niet alles van de Nederlandse cultuur, of maakten er grappen over (andere feesten, afspraken voor bezoek, zuinigheid, het eten… de bekende beelden, die soms te generaliserend waren). Aan de andere kant waardeerden ze ook aspecten in de Nederlandse cultuur die ze in hun landen misten. Mijn moeder verliet het door de rechtse dictator Franco geregeerde Spanje, en ervoer in Nederland de aanwezigheid van iets als “arbeidersrechten” als een verademing. Ook de landelijk goede organisatie, het regelmatige onderhoud, en de financiële degelijkheid vonden ze in Nederland relatief beter. Toegegeven, niet echt “spannende” dingen om als Nederlander trots op te zijn (“ik ben cool want ik ben financieel degelijk”, hoor je weinig), maar ook waardeerden ze in Nederland – net als veel andere mensen van buitenlandse afkomst - de naar verhouding democratische samenleving, de relatief kleine sociaal-economische verschillen, formele participatiemogelijkheden, de uitgebreide ruimte voor educatie, de internationale gerichtheid en talenkennis, én.. de ruimte voor culturele variatie. Dat alles is wel degelijk iets om trots op te zijn als Nederland.

Een oude traditie met racistische stereotypen als Sinterklaas kan ofwel aangepast worden, of eventueel vervangen worden. Daarnaast: misschien is de echt Nederlandse folklore van de “klompendans” – of zijn andere Nederlandse tradities - wel cooler dan veel mensen denken, en kunnen dergelijke organisch ontstane, oude Nederlandse tradities afgestoft en wellicht bijgeschaafd worden en van ouders op kind worden overgebracht. Zoals je in een land als Cuba vaak ook van jongs af aan de salsa leert dansen, Ierse volksdansers hun vaardigheden ook vaak aan hun kinderen leren, en mensen in Spanje die met flamenco dansen bezig zijn dat vaak ook aan hun kinderen door geven.

In deze en veel andere landen in de wereld bestaan immers ook eigen, lokale dansen, culturele tradities, of desnoods carnaval-achtige festiviteiten, die soms iets van een eigen nationale culturele identiteit uitdrukken, en tegelijkertijd de band met je familie of (nationale/regionale) historische voorouders bevestigen. Zonder dat andere bevolkingsgroepen in het land daarvoor per se gekwetst, vernederd, of buitengesloten hoeven te worden. Een kwestie van keuze en instelling..

Ik eindig dan ook met de zin waarmee ik dit essay ook begon:

Het voordeel van een internationale oriëntatie is dat het je meer vergelijkingsmateriaal biedt, en je horizon verbreedt.

donderdag 1 maart 2012

De Spaanse Burgeroorlog (en Albert Helman)

Een voorspel van de Tweede Wereldoorlog, zo wordt de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) wel genoemd. Op zijn minst was het zeer bepalend voor de recente geschiedenis van Spanje. Links en Rechts stonden tegenover elkaar. Ietwat simplistisch werd dat ook wel genoemd als het Communisme tegenover het Fascisme. Het is echter eerder zo dat er een links-georienteerde (gematigd en radicaler combinerende-dus niet communistische) regering op democratische wijze in Spanje was gekozen in 1936. Een aantal rechtse generaals, die zichzelf Nationalisten noemden – ten opzichte van de (democratisch/linkse) Republikeinen aan de andere kant – pleegden een staatsgreep in 1936 tegen de wettige regering in Madrid, waarna de burgeroorlog begon.

Rechts (eigenlijk uiterst rechts) in Spanje werd duidelijk fascistisch beïnvloed – hier en daar ideologisch, en puur oppervlakkig in de fascistische groet met gestrekte opgeheven hand, welke Mussolini in Italië naar Romeins model als, tja wat is het…staats- of volksgroet, introduceerde. Rechts kende daarnaast ook andere conservatieve, zo men wil “reactionaire” invloeden en bestanddelen: de Katholieke Kerk, monarchisten, veel vermogenden en grootgrondbezitters. Deze rechterzijde/Nationalisten, waarvan Francisco Franco al snel de machtigste generaal zou worden, kreeg militaire steun van fascistische “bondgenoten” Italië en Duitsland, en de linkerzijde/Republikeinen van de Sovjet Unie en ook wel van Frankrijk.

Deze burgeroorlog - die ook vele families verscheurde - duurde uiteindelijk drie jaar, en resulteerde in op zijn minst een half miljoen doden in Spanje. Het leidde uiteindelijk tot de overwinning van de rechtse/fascistische zijde, met Francisco Franco als absolute leider en dictator sinds 1939. Hierin zit het bepalende voor Spanje’s recente geschiedenis. Deels anders dan Hitler of Mussolini toonde Franco op bepaalde tijden tactisch vernuft waardoor hij de val van andere fascistische regimes overleefde. Voldoende formele/politieke afstand houden van Hitler and Mussolini weerhield het Franco regime als al te directe bondgenoot van Duitsland, Italië en Japan samen met die regimes ten onder te gaan. Uiteindelijk bleef Franco de dictator van Spanje met een conservatief/fascistoïde regime tot zijn dood, na een lang ziekbed, pas zo laat als 1975, waarna de democratisering van Spanje pas kon beginnen.

FAMILIE

Afijn, dit is kort de geschiedenis zoals in de school- en historische boeken staat en die ik ook heb meegekregen. Ik heb echter ook meer meegekregen. Ik ben half-Spaans van mijn moeders kant en mijn moeder was geboren tijdens de Franco-dictatuur in een klein dorpje in Zuidwest-Spanje, later - eind jaren 50 - als jonge vrouw migrerend naar de grote stad Madrid. Halverwege de jaren 60 kwam ze naar Nederland. Ook zij vertelde mij de verhalen over de Burgeroorlog die Franco aan de macht bracht. Harde, pijnlijke, maar ook interessante verhalen vond ik dat. Het bevatte elementen die ook in de schoolboeken en de officiële geschiedschrijving vermeld werden, maar werd menselijker, bevatbaarder door de persoonlijke verhalen over (min of meer) bekenden. De scheiding van familieleden: mijn opa vocht aan Nationalistische (Rechtse, Franco-) kant, later werkend als hospik, en zijn broer, die toen woonde in Madrid, aan Republikeinse (Linkse) kant.

Dit was vaak geen persoonlijke keuze, maar had te maken met de gebieden die de verschillende partijen onder controle hadden – de Nationalisten (ook: Franquisten genoemd, naar Franco) hadden op een gegeven moment een flink deel van de grote zuidelijke regio Andalusië, en verder (grotendeels) West-Spanje en Extremadura onder controle, en Madrid nog lang niet. Vanuit dit front viel men in het oosten Madrid, het deel van Castilië ten zuiden ervan, Valencia, Catalonië en andere regerings- of linksgezinde regio’s aan (regio’s waarin echter ook zat rechtse krachten waren). De hoofdstad Madrid zou uiteindelijk als een van de laatste steden door de Nationalisten ingenomen worden (later dan Catalonië ook).

De volgende link met informatie is hierbij zeker leerzaam. (Mijn moeder is geboren in een dorp iets ten westen van Castuera op de kaart – Zuidwest-Spanje -, waar mijn opa dus opgroeide – vlakbij een front blijkbaar). Bron: Spaanstalige Wikipedia.

http://es.wikipedia.org/wiki/Archivo:Guerra_Civil_Espa%C3%B1ola.svg

In hoeverre een individu in zo’n gebied nog opties gehad is mij niet geheel duidelijk geworden. Ergens intrigeerde mij dat. De wortels van mijn Spaanse familie liggen voor een groot deel in een bepaald deel van de zuidwestelijke regio Extremadura, meer specifiek de zuidelijke provincie Badajoz, het oostelijke deel La Serena (een substreek zogezegd) niet ver van de grens met de provincie Córdoba (Andalusië). Enkele familietakken lopen echter naar Madrid (centraal Castilië) dus, terwijl sommige familienamen weer van Aragoneze oorsprong zijn. Zoals andere landen kende Spanje ook de nodige historische, interne migratie. Migraties tussen Badajoz en Madrid waren gangbaar in mijn familie, en later ook naar elders, zoals Noord-Europa.














Maar goed: de regio Extremadura en omliggende gebieden kwamen in de vroegere fase van de Burgeroorlog grotendeels onder Rechtse, Nationalistische controle, grotendeels door intimidatie en brute machtsuitoefening, maar geholpen door Rechtse krachten (grootgrondbezitters, Kerk en anderen) in de gebieden zelf (hoewel een oostelijk deel van Extremadura langer onder Republikeinse (regeringsgetrouwe/legale) controle bleef).

Hierbij is het toepasselijk te citeren uit een gedicht van de Jamaicaanse intellectueel en zwarte leider Marcus Garvey, die ik als Rastaman graag citeer. Uit Garvey’s gedicht The Tragedy Of White Injustice (1927):

"The rich white man starts the unholy war. Then from the line of action he keeps far. He pushes to the front the sons of the poor, there to do battle, die, suffer galore".

Geschreven zo'n decennium eerder dus…

Nu heb ik begrepen dat mijn opa’s familie nog wel wat land en daarmee relatieve rijkdom had, onder meer olijven verbouwend, maar velen – lees de meerderheid - in Extremadura en Andalusië, waar grootgrondbezit lang gangbaar bleef, waren arm en vaak dagloners, meer belang hebbend bij “linkse” verdeling van macht en rijkdom. Evenwel kwamen zij te strijden aan de Nationalistische kant.

Verder begreep ik dat bij mijn moeder en haar zussen en broers (mijn ooms en tantes dus) – allen geboren na deze oorlog - de Franco-dictatuur zeer slecht bevallen is: de meesten kozen al dan niet verhuld de linker- en democratische kant, met af en toe uit zelfbehoud een apolitieke houding. Gelovige katholieken in mijn familie waren door de propaganda bang gemaakt voor de Republikeinen (of Communisten) en kozen dan maar voor Rechts, eigenlijk tegen hun belangen in. Het wisselde een beetje, ook per generatie, maar in het algemeen beviel de Franco-dictatuur het grootste deel van mijn familie slecht: veelal omdat men vrijheid wilde, maar ook omdat de meesten arbeiders aan de onderkant van de samenleving waren, niet voldoende gecompenseerd met wat landbezit in oostelijk Badajoz bij delen van de familie.

Ziehier mijn wat regionaal toegespitste beeld op de Spaanse Burgeroorlog, bepaald door historische kennis verlevendigd door verhalen in mijn familie..

DE SFINX VAN SPANJE

Met en vanuit dit persoonlijke beeld is het interessant om een ander, specifiek perspectief op de Spaanse Burgeroorlog te analyseren. Helemaal als het van een in Suriname geboren schrijver is: Albert Helman, echte naam Lou Lichtveld. Helman (van huis uit katholiek, en met een wat elitaire achtergrond) migreerde naar Nederland, kwam daar in progressief-katholieke en Linkse kringen terecht, werkte als journalist en ging uiteindelijk in Barcelona wonen vanaf 1932, daar verslag doend over de Spaanse ontwikkelingen en burgeroorlog voor de Nederlandse kranten/bladen de Nieuwe Rotterdamsche Courant en De Groene Amsterdammer. Deze verslagen werden uiteindelijk verwerkt tot het werk ‘De sfinx van Spanje : oogbeschouwingen van een ooggetuige’, eerst gepubliceerd in 1937, en pas heruitgegeven.





Ik vond dit boek zeer boeiend om te lezen. Ook om het perspectief te vergelijken met het perspectief dat ik mee heb gekregen. Er is onder meer een regionaal verschil: Helman leefde in en schreef vanuit Barcelona en Catalonië.




Een praktische reden, lijkt het, maar Catalonië krijgt relatief veel aandacht van buitenlandse schrijvers over de Spaanse Burgeroorlog (ook van George Orwell bijvoorbeeld), niet zelden enigszins romantisch, wat wellicht van doen heeft met het meer internationale en toegankelijker geachte Barcelona en Catalonië. Catalonië was toen al economisch een van de meest ontwikkelde/welvarende regio’s van Spanje, en ook in andere opzichten wat moderner en internationaler. “Europeser” zo men wil. Waarom de regio meer aandacht oproept in het buitenland is mij evenwel niet geheel duidelijk. Soms zelfs meer dan de hoofdstad Madrid. Vanuit sociaal perspectief zou het ook interessant zijn om economisch armere gebieden als Andalusië, met grootgrondbezit en ook grote verschillen, tijdens de Burgeroorlog te analyseren, maar dat gebeurde vreemd genoeg relatief minder. Internationaal in ieder geval.

Los van deze kanttekening, laat Helman zien dat er veel interessants is te vertellen over Catalonië waar hij woont: politieke en sociale verschillen onder de linkse Republikeinen. Het anarchisme was ook sterk onder de Republikeinen in Catalonië, vaak in conflict met communisten, socialisten en marxisten. Daarbij waren er ook verschillen en conflicten tussen stalinisten (autoritair-nationaal) en de meer sociaal-revolutionaire trotskisten. Helman schrijft boeiend en inzichtelijk over de verschillen onder de Linkse Republikeinen, en over de methoden en ideeën van met name de anarchisten en anarcho-syndicalisten. Hierbij kiest Helman zelf niet echt een kant, alleen voor de Republikeinse en anti-fascistische kant als geheel. Hij vindt dat moreel de juiste keuze en zet de activiteiten van de Republikeinen neer als eerlijker, doordachter, en humaner dan die van de vijanden, de Nationalisten, die zich baseren op onderdrukking en leugens om het volk onderdanig te houden. Hij is wellicht partijdig, maar overtuigt met zijn argumenten en voorbeelden.

De verslagen van Helman met de Republikeinse strijders, zijn pogingen om echt militair mee te vechten (het bleef bij een poging: hij kan er beter over schrijven, concludeert hij), en anderszins helpen van de strijders, vormen meeslepende verhalen, waarbij Helman de Spaanse politieke context - gelukkig ook buiten Catalonië - kernachtig weet te schetsen.

Hij maakt de context ook wat breder door vooraf de langere Spaanse geschiedenis in vogelvlucht door te nemen. Hij vat het goed samen, maar meer nog sprak mij aan dat hij consequent vanuit de uitgebuite arbeidersklasse en arme boeren denkt, of in ieder geval hun positie centraal stelt. Hiermee lijkt hij een oprecht links-progressieve visie te tonen die vooral humaan is en daardoor overtuigend. Dat perspectief blijft zo bij de beschrijving van de Burgeroorlog zelf. Hij beschrijft de corruptie en het machtsmisbruik van de Katholieke Kerk – een van de grote machtsfactoren aan de andere (Nationalistische) kant - en hoe de Republikeinen daarmee omgaan, kerken leeg halen of een andere sociale bestemming geven bijvoorbeeld.

Grappig vond ik ook de quasi-antropologische beschouwingen over de Spaanse mensen in het werk, de Spaanse volksaard zogezegd, en over de algemene Spaanse cultuur. Deze zijn per definitie generaliserend, maar ik ervoer het eigenlijk zelden als minachtend. Helman heeft het over zelfs “aangeboren” nonchalance met betrekking tot organisatie bij de Spanjaarden, waarbij ik een glimlach bij mezelf niet kon onderdrukken, wellicht door vage herkenning. De Spanjaard zou ten diepste mystiek zijn en blijven, zelfs wanneer anti-katholiek of anti-religieus. Tevens zou hij een sterke, standvastige innerlijke cultuur hebben die sterk blijft ook bij conflicten. Dat is wel heel erg complimenteus. Ook zou er een sterke familiebinding zijn bij de Spanjaarden (“for better or worse”). Vaste eettijden zijn ook belangrijk bij Spanjaarden, zelfs temidden van een oorlog, wat ik ook wel vagelijk cultureel herken, en grappig wordt geschetst door Helman.

Twee regio’s passeren in de beschreven oorlogsperikelen – die Helman zelf beleefde – de revue. Catalonië, uiteraard, en het aangrenzende Aragón, als een groep Republikeinen daar gaat strijden richting het front en tegen de daar oprukkende Nationalisten. Hij schetst helder de verschillen tussen het economisch modernere, en vruchtbaardere Catalaanse land en het armere en drogere, rotsachtige Aragón, dat veel kleine, arme boeren kent, die destijds volgens Helman nog middeleeuwse methoden hanteerden.

Bepaalde stromingen onder de Catalaanse Republikeinen waren behalve met oorlog ook met revolutie bezig. Helman maakt nauwkeurig onderscheid tussen revolutie en oorlog. In een wat ontwikkelder gebied als Catalonië – en nog Republikeins/regeringsgezind in het begin van de oorlog - ontstond er blijkbaar ruimte om sociale hervormingen door te voeren: meer en beter onderwijs, collectivisering van bedrijven en opbrengsten, meer gelijke verdeling van welvaart, meer zeggenschap en democratie, meer gelijke rechten, gelijkere man-vrouw verhoudingen, sociale voorzieningen etcetera. Maar dus ook efficiëntere landbouwmethoden waar ze tussen het strijden door ook arme Aragoneze boeren mee hielpen.

Contextuele beschouwingen van Helman gaan echter over de hele Spaanse en zelfs internationale context. Wat grofmazige, maar deels kloppende regionale verschillen binnen Spanje bespreekt hij ook. De snellere controle over delen van Andalusië en Extremadura van de Rechtsen/de Nationalisten zou te wijten zijn aan dat het (economisch?) achterlijke regio’s zijn. Klinkt wat cru, maar Helman denkt altijd vanuit de uitgebuitenen, en weet dat die ook de meerderheid zijn in armere, veel minder geïndustrialiseerde delen van Spanje, zoals Andalusië, Extremadura, of dus Aragón. Dat is wat hij bedoelt: het achterlijke van de uitbuiting.

Het volgende fragment uit het boek is het in dat licht waard letterlijk te citeren (uit Hoofdstuk 9: ‘De evolutie van politiek partijen’, pag. 128/129):

“Want de partijen die tot rebellie (-de Rechtse staatsgreepplegers-) zijn overgegaan, beschikken wel over een kader, over leidende figuren, maar ze hebben geen massa-basis, zij hebben geen enkel uitgebreid volksdeel achter zich, en kunnen zich slechts door terreur staande houden , daar waar zij tegen de volkswil in, voet hebben kunnen vatten. Het is de grootste, de onoverkomelijke moeilijkheid voor Franco, overal waar hij stad en land heeft bezet, vooral in de later bezette gebieden. Het is trouwens geen toeval dat de rebellie alleen succes had in de achterlijkste delen van Spanje: Andalusië, Extremadura, midden Aragón en Navarra, en al het andere slechts moeizaam, kilometer na kilometer moest worden afgedwongen . Dat is de enorme, de principiële misrekening van de Rebellen geweest. En van tal van lieden die uit het gebied van de Franquisten hadden weten te ontsnappen, hoorde ik hetzelfde verhaal: de bevolking voelt niets voor Falangisten en Requetés, niets voor officieren uit binnen- of buitenland. Alles wordt zoveel mogelijk gesaboteerd, moet met executies en schenderij worden afgedwongen”.

Dit sluit min of meer aan op wat ik eerder schreef, maar bevat ook iets anders: namelijk de impliciete toekomstverwachting van Helman. Achteraf bekeken een misrekening: de Franquisten/Nationalisten wonnen uiteindelijk de oorlog, zoals bekend, ondanks het waargenomen gebrek aan massa-steun.

Bij de Basken benadrukt hij hun katholieke karakter (in vergelijking met de gemiddelde Catalanen blijkbaar), en inderdaad was een deel van de Basken in die periode relatief zeer katholiek. Dit leidde overigens niet altijd tot een keuze voor de Nationalisten. Veel katholieke Basken sloten zich toch aan bij de Republikeinen.

De Republikeinen onder de centrale Castilianen zouden meer burgerlijk-democratisch zijn, zoals de centrum-linkse regering in Madrid die in 1936 werd gekozen. Regeringsgezind dus; de regering werd ook geleid door de Madrileen Manuel Azaña. Dit verschilt van de meer radicale, revolutionairdere anarcho-syndicalisten die onder de Republikeinen in Catalonië invloed hebben. Zoals ik zei: wat te algemeen gesteld hier en daar, maar wel deels kloppend.

Soms is het wel wat tegenstrijdig: als deel van zijn “antropologische” beschouwingen over de Spaanse volksaard, wijst hij ook op de individualistische, anarchistische ziel van de Spanjaarden, ook dus in Castilië of elders. Elk geïmporteerd systeem zou die ziel nooit echt vervangen. Don Quijote wordt ook als archetype gebruikt voor de Spaanse mens, en Don Quijote’s verhaal speelde zich af in La Mancha, zuidelijk Castilië, ten zuiden van Madrid. Waarom zou er dan in Valladolid, Madrid, Murcia, of Córdoba geen grote anarchistiche aanhang zijn, net als in Catalonië? Wellicht omdat het wat minder politiek ontwikkeld is dan het rijkere, internationalere Catalonië.

SURINAAMS PERSPECTIEF?

Dan is er nog een vraag die in mij op kwam, tijdens en na het lezen van Helman’s beschouwingen. Hij is van Surinaamse afkomst, hoewel de facto wereldburger, en beïnvloedt die Surinaamse achtergrond zijn perspectief? Of verschilt dat niet van andere Nederlanders, zonder die achtergrond? Hij woonde immers eerst een tijd in Nederland.





Foto links: een wat jongere Albert Helman/Lou Lichtveld






Helman (Lou Lichtveld) is lichtgekleurd, voor een groot deel van Europese afkomst, maar heeft wel wat Amerindiaans bloed, en mogelijk een beetje Afrikaans bloed. Maar hij ziet er overwegend blank uit. Hij was bij het uitbreken van de Burgeroorlog in 1936 al redelijk geïntegreerd in de Barceloneze samenleving, met veel Spaanse vrienden, en ook Spaans sprekend. Er waren wel meer niet-Spanjaarden in sommige brigades van de Republikeinen. Door dit alles zou de verschijning van Helman onder Spaanse en Catalaanse Republikeinen ook weer niet zo opvallend zijn. Dat eventueel “andere” komt ook als niet al te bijzonder naar voren in het werk, hoogstens als bijzaak.

Een expliciet Surinaams (koloniaal of antikoloniaal?) perspectief ontbreekt, maar is misschien indirect, meer impliciet aanwezig, namelijk in zijn betrokkenheid bij de lagere, onderdrukte klassen. Ik vraag me verder wel af hoe het zou zijn voor mensen met een kleur, zoals zwarte of bruine mensen. Die waren er ook onder de Republikeinen, en de beleving van “ras” zou iets interessants toevoegen aan de gebruikelijke perspectieven. Zouden zelfs de zichzelf zo links, kosmopolitisch en menslievend vindende Republikeinse Spanjaarden en Catalanen discrimineren, termen als “negrito” gebruiken (al dan niet amicaal), en ander minachtend gedrag tonen?: Spanje heeft daarbij immers ook een koloniaal verleden. Misschien zou er echt respect en broederschap zijn, zonder rassenwaan. Of zou racisme beperkt blijven tot wat incidenten? Maar het zou ook erger kunnen zijn. Er is in ieder geval weinig over geschreven, zover ik weet. Zwarte, gekleurde soldaten – en rassenverhoudingen - tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben bijvoorbeeld recentelijk wel meer aandacht gekregen.

Wie daar meer over gezegd had kunnen hebben was bijvoorbeeld de Cubaanse schilder Wilfredo Lam, die ook een tijd in de Burgeroorlog in Spanje aan de zijde van de Republikeinen mee vocht. Wilfredo Lam mengde in zich Chinees, Afrikaans (Congolees), en ook wat Europees bloed, en dat zag je ook aan hem. Je ziet bijvoorbeeld Afrikaanse/negroïde (naast Chinese) trekken. Veel Spanjaarden zullen ook toen geweten hebben dat dat wel meer geldt voor Cubanen, maar ik vraag mij wel af hoe Lam behandeld en benaderd werd. Was er toch (subtiel) racisme aanwezig, ondanks dat Lam voor het uitbreken van de oorlog ook redelijk geïntegreerd was geraakt in Spanje, met veel persoonlijke banden, onder meer in Madrid?




Foto links: een wat jongere Wilfredo Lam










Lam was geen schrijver maar een schilder/beeldend kunstenaar. Een hele goede overigens. Hij leek veel minder dan Helman bezig met journalistiek, schrijven, en literatuur, waardoor zijn directe oorlogservaringen minder uitvoerig in tekst zijn vast gelegd. Op zich jammer. Daarbij vocht Lam met de Republikeinen in/bij Madrid, weer een ander deel van Spanje. Wel maakte Lam wat later in Frankrijk een aantal indrukwekkende schilderijen over de Spaanse Burgeroorlog (zoals 'La guerre civile').


La Guerre Civile (Wilfredo Lam, 1937)








Hoe dan ook is Helman’s werk over de Spaanse Burgeroorlog boeiend en leerzaam wat betreft het politieke en sociale klimaat in Spanje destijds, maar het heeft denk ik een bredere, universelere dimensie door de filosofische en psychologische beschouwingen rondom sociale en politieke verschillen en conflicten, en de verhouding met de menselijke aard. Helman verdiept zich in het perspectief en analyseert het lot van de allerarmsten, de uitgebuitenen en onderdrukten van, in dit geval, Spanje. Dit lijkt mij terecht en nodig, maar daarnaast ook getuigen van zijn menselijkheid. Hij doet dat ook origineel en meeslepend, wat op een onmiskenbaar schrijftalent wijst.

Boekgegevens:

De sfinx van Spanje: beschouwingen van een ooggetuige : Albert Helman. - 172 p. - Tweede druk: De Bilt : Uitgeverij Schokland, 2011 (Eerste druk: Rotterdam : Nijgh & Van Ditmar NV, 1937). ISBN: 978 9081662819

donderdag 3 juni 2010

Schuldcomplex

Interessant begrip: schuldcomplex. Ik hoor het eigenlijk vaker in het Engels.
Malcolm X gebruikte “guilt complex” om het onvermogen dan wel de onwil van de autoriteiten in de VS en de blanke meerderheid in dat land om de positie van zwarten te verbeteren te verklaren. Interessante en waarschijnlijk terechte verklaring, maar er zitten meer interessante aspecten aan dit begrip. Op het niveau van het individu, alsook op het niveau van naties, groepen en dergelijke.



Het is overal ter wereld, en in vele verschillende contexten, van toepassing, maar laat ik het nu maar toepassen op iets wat ik pas heb bezocht. Het betreft het Museo de America (Museum van Amerika) in Madrid, Spanje.
Ik ben vaker in Madrid geweest, heb er de nodige familie wonen (ik ben half-Spaans van afkomst), maar gebruikte toch voor het gemak een reisgids. Ik ging samen met een vriend, tevens ooit studiegenoot.
De reisgids was van Lonely Planet – de uitgever ‘comme il faut’ in zogenaamd alternatieve kringen ‘ – en ik las er regelmatig in. Het gaf ook wel nuttige tips, ook enkele verkeerde, en daarnaast redelijk uitgebreide achtergrondinformatie.

Na op de eerste dag al aardig wat gedaan en gezien te hebben op de “city trip”, stelde ik de dag erop voor om naar dit museum te gaan, waar ik wel iets positiefs van iemand over had gehoord: Museo de America. Over het koloniale verleden van Spanje en Amerika, uiteraard. De reisgids was ook positief, maar had wel een kanttekening in niet veel meer dan een bijzin, namelijk dat het weinig zelfkritisch was (letterlijk “excellent, if largely unselfcritical museum”). Vele oorspronkelijke bewoners werden immers, tja, uitgeroeid. In sommige delen van Amerika weliswaar wat meer dan elders, maar in het algemeen zeker. De komst van Columbus in 1492 leidde onderdrukking en dus die uitroeing in, en verder volgde slavernij, invoer van tot slaaf gemaakte mensen uit Afrika, ongelijkheid, en onrechtvaardigheid.

De omgang met het koloniale verleden is bij uitstek een voorbeeld van hoe zo’n schuldcomplex werkt op nationaal/landelijk niveau. Natuurlijk niet alleen in Spanje. Spijtbetuigingen over het slavernijverleden zijn er bijvoorbeeld in Nederland, Groot-Brittannië en andere Europese landen geweest. Echter: het bewust gekozen woord “spijtbetuiging” is iets anders dan “schuldbekentenis”: dat laatste werd juridisch moeilijker, daar het de weg zou openen voor “herstelbetalingen” waar een deel van de Afrikaanse diaspora – de nakomelingen van naar het Westen onder dwang vervoerde slaven – voorstander van is.
De schuld is er, maar wordt “complex” gemaakt om bijvoorbeeld juridische redenen. De term “hypocrisie” is hier zonder meer op van toepassing.
Menselijke verhoudingen zijn moeilijk en dubbel. “Complex” inderdaad. Of iets alleen de schuld van de één is, is in sommige gevallen moeilijk te zeggen. Op individueel niveau is dat merkbaar bij ruzies: wie begon, wie provoceerde? Ook daar kan de schuld uiteindelijk wat meer bij de ene partij liggen. De betrokken partijen zullen de omstandigheden vaak in hun eigen voordeel uit willen leggen. Dit is ook geschiedvervalsing.
Geschiedvervalsing, bijvoorbeeld over het koloniale verleden, is in verhulde vorm eigenlijk lang de norm geweest. De nadruk in de geschiedenisboeken in Nederland lag tot voor kort op heldendaden, veroveringen en verspreiding van culturen. Dat is deels nog zo.
Geschiedvervalsing en het schuldcomplex gaan altijd samen. Het een kan niet zonder het ander. Om dezelfde reden dat criminelen vaak leugenachtig zijn.

Affijn, ik vroeg me af hoe dit in Spanje was. Was het in dat opzicht (evenals over Portugal wordt betoogd) achter gebleven, of meer verschillend? Hypocrisie (zoals “arguably” in Nederland en Groot-Brittannië), of ontkenning en onverschilligheid over koloniale misdaden (zoals “arguably” in Spanje). Ik weet niet wat erger is.
Ik ging er dus als kritisch museumbezoeker heen. Het Museo de America bevindt zich iets ten noordwesten, even erbuiten, van het centrum van Madrid, nabij het Parque del Oeste (Westelijk Park), in een rustige, redelijk groene, en wat ruim opgezette buurt. Metrostation Moncloa, daar moesten we uitstappen.












Nabij dit metrostation stond (waarschijnlijk toevallig) ook iets anders waar de term “schuldcomplex” relevant geacht kan worden. Een door vroegere dictator Francisco Franco, in de 50er jaren, de fascistische tijd dus, gebouwde Romeinse-stijl boog, genaamd Arco de la Victoria, wat betekent Ark van de Overwinning (zie foto hierboven). De overwinning zijnde die van de Rechts-fascistische troepen van Franco van de Spaanse Burgeroorlog.
Fascistische grootheidswaan en zonder meer “fout”, dit monument. Een deel van de versieringen zijn inmiddels weg gehaald, dat wel.
Er zal schaamte over zijn bij de Spanjaarden over die dictatoriale periode tot 1975, wellicht ook een schuldcomplex, maar dat is bij een allenheerser lastig te beoordelen. Wat ik begrepen heb van mensen die in de Franco-tijd opgroeiden (zoals mijn moeder) is dat een aantal mensen, met name de bevoorrechte klassen, gedijden door en profiteerden van de gebrekkige rechtsbescherming van vele arbeiders. Er was censuur en repressie, de Katholieke Kerk had een perverse macht in zo’n conservatief klimaat, en er was de nodige geschiedvervalsing (het schuldcomplex van Franco en de zijnen: vele tegenstanders zijn ook na de Burgeroorlog om het leven gebracht).
Stuitend is bijvoorbeeld dat de Holocaust niet werd onderwezen of anderszins werd gebracht aan/tot de meeste Spanjaarden in het land: mijn moeder hoorde pas echt van de Holocaust toen zij naar Nederland migreerde in de jaren 60. Reden: Hitler was ook een fascist, en had, samen met Mussolini, militaire steun verleend aan Franco in de Burgeroorlog. Openlijk, structureel antisemitisme was misschien geen deel van het Franco-regime, maar deze Holocaust-“ontkenning” was er in ieder geval niet bepaald het tegendeel van.
In het onderwijs lag daarnaast in Franco-Spanje met betrekking tot Amerika en het Spaanse wereldrijk de nadruk op de “glorie” die Spanje bracht en allerlei volkeren tot een superieure cultuur van Hispanidad bracht: geen direct, doch wel indirect racisme dus.

Is dat inmiddels veranderd, in 2010? Op loopafstand, bijna op zicht-afstand van de Boog uit de Franco-tijd lag dus het museum over Amerika waar ik dat kon nagaan. Eén van de grootste musea over Spanje’s koloniale verleden, toch. Ik had de kanttekening “if rather unselfcritical” in mijn hoofd, maar wilde niet alleen kritisch maar ook open blijven.



Zicht op het museum van buiten






Ik heb inmiddels vele musea bezocht in mijn leven, en het bevalt me meestal. Gedoseerde kennis, feitelijk, neutraal, en goed gepresenteerd over een bepaald thema kan op een plezierige manier leerzaam zijn.
Dat gold ook voor de Museo de America. Het opende met de mythevorming over America in Europa. De beelden over kannibalen, monsters en andere culturen en hoe die in Europa bestonden over de “ander” in het door Columbus bereikte continent. Een interessante manier om te openen, en niet per se pro-koloniaal.

Daarna volgden vele gebruiksvoorwerpen van Amerindianen zoals aangetroffen door de Spaanse veroveraars, en ook uit andere Spaanse koloniën, zoals de Filippijnen of Guam.
Er waren meerdere video’s, algemene schetsen van het “koloniale project”, raciale indelingen en vermengingen. Slavernij van Afrikanen kreeg ook – zij het beperkt - aandacht.
De nadruk lag op de Amerindiaanse samenlevingen (de Azteken, Inca’s en andere volkeren): via voorwerpen, films, nagebouwde woningen e.a. werden hun samenlevingen, wereldbeeld, religie etcetera goed en uitgebreid geschetst. Er waren zeker interessante stukken tussen en je kreeg zeker veel mee over de Amerindiaanse culturen op het moment dat en vóór de Spanjaarden kwamen. Het Museo de America is dus vooral historisch, maar de vernietiging van deze culturen en samenlevingen kreeg inderdaad zeer summier aandacht. In die zin was ook de behandelde geschiedenis wat beperkter dan de naam van het museum doet vermoeden. De link naar het heden (restanten van die culturen in Peru, Bolivia en elders) ontbrak, om maar iets te noemen, en ook nogmaals de slavernij van Afrikanen (ooit ter vervanging van uitgestorven Amerindianen in onder meer de Caraïben) kreeg summier aandacht.

De gegeven informatie zelf leek mij neutraal en correct. Met respect ook wel: gelukkig geen beeld van “barbaren” die beschaafd moesten worden.
Echter: zelfkritiek over het Spaanse koloniale verleden, over de genocidale gevolgen van de veroveringen, ontwrichting van samenlevingen, slavernij etcetera was er niet.

Ik weet alleen niet of er elders in Madrid (zoals de in hetzelfde stadsdeel liggende grote Complutense universiteit), of Spanje als geheel, wel kritische aandacht voor het koloniale verleden is of dat je daarvoor, net als destijds in het geval van de Holocaust, vooral naar het buitenland moet...