donderdag 3 april 2014

Eten: van biologisch naar spiritueel en cultureel

Je zou eten (en drinken) als iets puur fysieks kunnen zien. Als iets praktisch. Dat is het ook in feite. Het dient om in leven te blijven: daarna kun je je richten op andere, “diepere” dingen. Het moge evenwel bekend zijn dat door de mens historisch “symboliek”, of anders gezegd “geestelijke betekenis” is toegekend aan het eten (als daad), maar meer nog aan afzonderlijke voedselwaren of levensmiddelen. Rein of onrein voedsel is daarbij veelal een basis-tegenstelling. Dit overstijgt meestal het fysieke/biologische, of zelfs gezondheid op zich.

De culturele en symbolische scheiding tussen geest en lichaam schijnt volgens velen typisch (modern-) Westers te zijn. Dit is mogelijk ten dele waar, maar kan wel genuanceerd worden. Met name als men naar voedsel- en eet-symboliek kijkt, treft men daarvan ook vele culturele voorbeelden in Westerse landen aan: de nationalistische/regionale trots op de eigen keuken is een voorbeeld daarvan. Is die “eigen” keuken altijd lekkerder qua smaak – wat ook subjectief is veelal – of inherent gezonder voor het menselijk lichaam? Vaak niet eens, maar het is deel van de culturele identiteit geworden. Vaak is het niet eens echt altijd “eigen”: de pasta kwam oorspronkelijk via China en Azië naar Italië (reizen Marco Polo).

Religies en spirituele beweging zijn er natuurlijk ook in het Westen. Het Jodendom en Christendom zijn uiteraard historisch invloedrijk in Europa, en de Islam heeft verwantschap met deze andere Abrahamische religies – de Koran bouwt deels voort op de Bijbel - , en had ook wel indirecte culturele invloed op Europa (o.m. via Moors Spanje), ook op culinair gebied. Niet iedereen weet dat het verbod op varkensvlees bij Moslims, oorspronkelijk overgenomen is van de Joden, die Mohammed trof in Arabië. Christenen hadden en hebben ook symbolische eetgewoonten: vasten (verminderd in vergelijking met de Islam), en, bijvoorbeeld, geen vis op vrijdag bij katholieken.

In de historisch nogal invloedrijke Bijbel, Leviticus 11, en de regels voor Nazireeërs (Bijbelboek Numeri 6:1-21) staan ook richtlijnen voor voeding.

Meer recent heeft ook de in Japan ontstane en op het zenboeddhisme gebaseerde macrobiotiek (een eetcultuur en levenswijze) invloed onder mensen in het Westen. Vaak onder spiritueel zogenaamde “New Age” aanhangers.

VOEDSEL VERKRIJGEN

De stappen voorafgaand aan eten in de menselijke geschiedenis, verzamelen, later tuin- en landbouw, zijn even zeer vooral als iets praktisch en prozaïsch te zien. Symboliek hoeft daar niet aan verbonden te worden (gebeurt vaak wel): sociale betekenis lijkt echter onvermijdelijk. In een recensie die ik ooit schreef van het boek ‘Antropologie voor Dummies’ vond ik interessant dat ook zoiets praktisch als de opslag van voedsel de menselijke culturele ontwikkeling uiteindelijk beïnvloedde. Zo werd men erdoor sedentairder en kon men verhandelen. Iets met ergens een hoog “nogal wiedes” gehalte, maar toch ook weer even goed om te beseffen.

Bij een grotere schaal (en opslag van overschotten) kwam immers ook de handel met omliggende gebieden. De nog grootschaliger wereldhandel van later begon toch vooral met het imperialisme en kolonialisme: het Romeinse Rijk was daar een vroeg voorbeeld van, gevolgd door bijvoorbeeld later Arabieren, en Italiaanse stadstaten als Genua, Venetië, en weer iets later het kolonialisme van Spanje, Portugal, Groot Brittannië, Frankrijk, Nederland e.a.

Voedsel werd van ver gehaald en ver verbouwd om klimatologische redenen. Daarbij kwam historisch zoals bekend heel wat dwang, overheersing, en uitbuiting bij kijken. Het kolonialisme versterkte het racisme en de superioriteitswaan van Europese volkeren, waardoor we weer bij de culturele symboliek zijn beland. Globalisering en internationaal kapitalisme vloeien historisch voort uit dit kolonialisme.

De voedsel- en levensmiddelenmarkt is sindsdien natuurlijk uitermate geïnternationaliseerd. Veel van wat tot het gangbare voedsel in Europa is gaan behoren: aardappelen, bananen, kiwi, en heel veel andere levensmiddelen komen oorspronkelijk uit andere werelddelen.

CULTURELE IDENTITEIT

Ik zou verder willen in gaan op de band tussen eet- en drinkpatronen en culturele (of religieuze) identiteit. Ik voeg dus de variabel “identiteit” toe aan het voorafgaande. Die identiteit kan van een groep zijn: generationeel overgebracht en collectief (zoals bij georganiseerde religies), of recenter - vaak in Westerse landen - een individuele keuze van mensen die vrij willen denken, maar toch ergens “cultureel”of ‘symbolisch” bij willen horen: de groene beweging, de macrobioten, vegetariërs en veganisten, de “raw food” scene etcetera.

India is een interessant geval van religieuze groepsidentiteiten omdat er veel Islamieten en Hindoes wonen, naast mensen met andere religies (veelal door elkaar): sommigen eten varkens en geen koeien, of koeien maar geen varkens. De Sikhs hebben weer andere eetgewoonten, en er zijn ook de nodige vegetarische groepen in India.

Afrika is zeker ook interessant, bijvoorbeeld een land als Ethiopië: daar is paardenvlees eten bijvoorbeeld taboe. Behalve de Islamieten en joden, hebben ook Orthodoxe Christelijke Ethiopiërs het taboe op het eten van varkensvlees, alsook schaalvissen. Anders dan de Christenen thans in Europa dus.. In andere spirituele systemen in Afrika - waarbij geesten of voorouders tijdelijk bezit nemen van mensen – spelen specifiek(e) voedsel en drank ook een rol bij de spirituele rituelen, vaak via complexe en uitgebreide standaarden en richtlijnen. In de Yoruba-religies in Nigeria, Benin en omgeving (ook voortlevend in de Amerika’s) horen bij de verschillende godheden/geesten – en verschillende rituelen -ook verschillende voedselwaren.

MACHT

Zowel bij de meer georganiseerde religies: zoals Islam, Christendom, Hindoeïsme en andere, als ook wel bij “de keuken als deel van nationale trots”, en bij meer sektarische nieuwere bewegingen (New Age e.a.) komt een andere, onprettige variabel om de hoek kijken: macht. Dergelijke systemen worden al snel onderdrukkend ten opzichte van de individuele vrijheid.

Iets wat met je eigen lichaam te maken heeft (voedsel om in leven te blijven en fit genoeg te zijn) wordt iets waar anderen iets over te zeggen krijgen: ouders of zelfs de gemeenschap. Iemands seksualiteit is ook zo´n lichamelijk, individueel iets waar machtswellustelingen graag controle over hebben. Met name als de factor angst of mysterie een rol speelt. Denk aan de controle over vrouwen en hun seksualiteit in de grote religies het Christendom en de Islam (en andere), veel meer dan over mannen en hun seksualiteit. Derhalve zei de Jamaicaanse denker en dichter Mutabaruka dat de Bijbel en andere heilige boeken van grote religies geschreven zijn door onzekere mannen. Arnon Grunberg schreef verder bijvoorbeeld in zijn stukje op de voorpagina van de Volkskrant dat mannen angst voor de vrouwelijke seksualiteit hebben, maar ook dat vrouwen zelf die angst hebben geïnternaliseerd.

Al zouden machtige mannen die eetregels ooit hebben bedacht, beide ouders – ook moeders - kunnen hun ideeën hieromtrent doorgeven aan hun kinderen, vaak met goede bedoelingen, en soms echt gezonde gewoonten, maar soms ook ongezonde eet- en drinkgewoonten doorgeven.

Macht is er ook bij de symbolische betekenis die bepaalde luxueuze etenswaren kregen bij rijkere Europeanen: levens- en genotsmiddelen uit koloniën en veelal door uitbuiting en slavernij verbouwd, zoals rietsuiker, tabak, rum, bepaalde vruchten en groenten etcetera. Later verspreidde de consumptie zich breder onder de bevolking in Europa, maar het gaf status aan.

Los van de machtskwestie kan eten een middel zijn om een eigen identiteit te ontwikkelen, en daarmee connectie met andere mensen te zoeken: een diepe menselijke behoefte. Die identiteit kan ook juist van relatief machtelozen in een samenleving zijn.

RASTAFARI

Een goed, ouder voorbeeld van een bewuste, alternatieve identiteit - van arme, machteloze mensen - waarin voedsel en levensmiddelen een rol spelen is de Rastafari-beweging. Deze is in de 1930s op het eiland Jamaica ontstaan. Het begon als een op Afrika-gerichte zwarte trots (Black Power) beweging, met een spirituele component: Haile Selassie – in 1930 gekroond als keizer van het onafhankelijke Afrikaanse land Ethiopië - werd een symbool van Afrikaanse trots, en ook als goddelijk gezien. Uit rebellie - en als uiting van een Afrikaanse identiteit en origine – begon een groep Jamaicanen in de Engelse kolonie Jamaica Selassie te vereren in plaats van de Britse koning. De ideeën van zwart zelfbewustzijn en Afrikaanse trots van Marcus Garvey (geboren Jamaicaan) vormden deels de basis van Rastafari-beweging. Garvey zou ook de kroning van Selassie voorspeld hebben en geduid als een teken van wereldwijde Afrikaanse/zwarte bevrijding.

Dit is de diepere historische kern: Black Power, Afrika, eigen identiteit, en antikolonialisme als identiteit. Een directe relatie met voedsel lijkt er zo niet te zijn, anders dan dat het “spirituele”gedeelte grotendeels op het al bekende Judeo-Christelijke gedachtegoed gebaseerd werd (en dus met die genoemde Bijbelse eet-richtlijnen).

Al vroeg kwam echter ook “voedsel” als specifieker voor de eigen identiteit bij de Rastafari-beweging kijken. Dit had deels te maken met het idee van “zelfvoorzienend” willen zijn – los zijn van het systeem -, maar ook met de kwaliteit van eten: de balans met de natuur die gezocht werd: om gezond te blijven, maar ook als een soort spirituele bevrijding ven het Westerse systeem, “Babylon” genoemd. Het natuurlijke, organische werd hierbij geprefereerd boven het kunstmatige van Babylon. Er ontstond een vegetarische, onbewerkte keuken die veel Rastafari eigen werd: hoewel niet uniform over de hele beweging: sommige groepen onder de Rastafari aten/eten weleens vis of vlees. Evenwel werd de vegetarische, natuurlijke keuken deel van de Rastafari-identiteit: eigenlijk als sinds ongeveer 1940. Daarmee werd, zoals in het recent verschenen boek ‘Congotay, congotay : a global history of Caribben food’ (2014) (zie: http://www.amazon.com/Congotay-Global-History-Caribbean-Food/dp/0765642166) stond: “the Rastafarian cuisine.. one of the world’s first antiglobalization diets”.

In andere woorden: een voorloper van de “groene (eet-) beweging” en de enigszins verwante macrobioten in Japan of Westerse landen. Voorloper, want Rastafari eetgewoonten ontwikkelden zich zo vanaf ongeveer 1940, en de macrobiotiek kwam vooral in de 1950s op. Deze laatste beweging verschilt echter wat dit betreft ook weer in sommige opzichten van de Rastafari-beweging. Zo is de macrobiotiek vooral op zenboeddhisme gebaseerd, inclusief aspecten als de Chi (energiestroom) en het Yin en Yang-principe. Soms gebruiken Rastafari de term Yin en Yang wel, maar niet als norm. Zo wordt het gebruikt als sommige Rasta’s toch een beetje tabak mixen (eigenlijk taboe voor Rasta’s) met de marijuana die ze roken, en dit dan toch legitimeren met het Yin en Yang principe: het goede (marijuana) wordt versterkt door het slechte erbij. Meestal hanteren de Rasta’s echter een terminologie aangaande eten die deels bijbels (Nazarite vow e.d.) en deels Afrikaans of Afro-Jamaicaans/Creools is. Daarnaast dus af en toe een geleende Boeddhistische of Taoistische term.

Reggae-muziek is sterk door de Rastafari-beweging beïnvloed, en in songs van Rastafari-aanhangende reggae-artiesten komt voedsel als thema regelmatig terug. Hierbij wordt natuurlijk, vegetarische eten bepleit tegenover de “junk food” en gemanipuleerd supermarkt-voedsel, en worden “deadas”, zoals Rasta’s in Jamaica vlees van vermoorde dieren noemen, afgekeurd.

Dat laatste wijst ook op de vanzelfsprekende maar doorgeredeneerde band met “leven” dat eten voor Rasta’s heeft. Hoe dan ook moet je eten om te overleven – zie de Nederlandse term “levensmiddelen”- , maar "beter" leven door beter eten zeg maar.. Iets dergelijks pretenderen macrobioten ook (ook de term “macrobioten”, is afgeleid uit het Grieks en betekend iets van “meer” of “langer” – macro – leven). De invulling ervan verschilt, ook wat betreft wat wel en niet gegeten mag worden tussen beide bewegingen; ook al is er schijnbaar een vergelijkbaar doel.

Daarnaast zijn er ook symbolische aspecten die verschillen. Schijnbaar vooral gericht op kwaliteit van het leven en lichamelijke gezondheid, worden door sommige Rastafari ook symbolische waarden aan voedsel gehecht. Vooral specifieke levensmiddelen. Onder de Rasta’s die wel vis eten worden schaaldieren, maar ook de grotere “roofdieren” onder deze vissen juist niet gegeten: dat zou een goedkeuring zijn van de grote vissen die kleine vissen eten en van de roofdieren in de mensen: aspecten die ze bij het kwaadaardige Babylon vinden horen en waar ze zich nu juist van willen distantiëren. Denk aan de regel “These are the big fish who always try to eat down the small fish”, in de songtekst van Bob Marley’s fijne song ‘Guiltiness’.

Deze symboliek mengt zich met cultureel/generationeel overgeleverde kennis van wat gezond is, vaak gestaafd door de huidige wetenschap, en het ook spirituele geloof in de helende kracht van de natuur. Ook marijuana als natuurlijke plant wordt derhalve als een genezend kruid gezien door Rasta’s, naast de kennis die gehanteerd wordt als toepassing van natuurlijke behandeling van ziekten, via passend geachte botanische middelen, zoals specifieke vruchten, kruiden, groenten, en sappen. Het genezende van de natuur hangt ten diepste samen met het basale wereldbeeld van de Rastafari, samen te vatten als “I-and-I consciousness”, als volgt te definiëren: “the merging of the individual with all life forces, the realization that all life flows from the same source , and the collapse of the distance between internal and external, subject and object” (bron: ‘The structure and ethos of Rastafari’ door Ennis B. Edmonds, artikel in bundel ‘Chanting down Babylon : the Rastafari reader’ (1998).

De overeenkomsten met de macrobiotiek zijn er dus, maar eigenlijk alleen oppervlakkig: de sociale context van het ontstaan is echter duidelijk een andere: de een onder armere, onderdrukte mensen in een arm land, de ander ontwikkeld door een Japanner en vooral populair geworden in andere rijke, westerse landen, onder selecte “intellectuele” groepen: vaak meer midden- of hogere klasse dan lagere klasse. Deze laatsten hadden er vaak minder kennis over, alsmede minder geld voor.

Omdat de meeste Rastafari-aanhangers in Jamaica tot de lagere sociale klassen behoorden, werd het I-tal Rastafari dieet zoals hierboven genoemd vooral een “ideaal streven” voor hen, maar in de armoedige praktijk – met weinig keuzes – lastiger consequent te hanteren. Er moest vanwege de armoede wel eens mee geschipperd worden om toch genoeg te kunnen eten. Overleven dus.

KWAAD DAGLICHT

Een interessante, boeiende roman die ik pas heb gelezen gaat deels over macrobiotische eetgewoonten. In de roman ook verbonden met een bepaalde levensopvatting en spiritualiteit. Het is de roman ‘Kwaad daglicht’ (2013) van de Nederlandse schrijfster Marleen Schefferlie (zie: http://www.bol.com/nl/p/kwaad-daglicht/9200000011356167/).

Schefferlie is een bekende van me, en ook daarom las ik het graag. ‘Kwaad daglicht’ is haar tweede roman.

Vanuit het perspectief van het kind wordt erin het verhaal van een kind, Lena geheten, verteld (14 jaar oud) en haar macrobiotische moeder, Marijke, gescheiden van haar vader (die het kind ook regelmatig bezoekt) die daar minder in gelooft. De moeder pretendeert daarnaast paranormaal begaafd te zijn, helderziend, maar ook “heldervoelend” (wat dat ook wezen mag), en helpt daarmee mensen te “genezen”. Ze probeert haar wereldbeeld - door zenboeddhisme beïnvloed - aan haar opgroeiende kind over te brengen. Daar komt het op neer. De dochter houdt van haar moeder, maar denkt er toch het hare van. Het macrobiotische eten dat ze standaard van haar moeder te eten krijgt vindt ze vaak niet lekker.

Het speelt in de jaren 80 van de 20ste eeuw, wat mij wel relevant lijkt voor het tijdsbeeld. Het is immers niet lang na de hippie-tijd, en was nog steeds een ideologisch bevlogen tijd, waarbij zelfbenoemde progressieve en alternatieve bewegingen relatief wat meer opkwamen en populair waren. Krakers waren bijvoorbeeld ook erg actief in die jaren 80, en die waren vaak anarchistisch ingesteld.

Het speelt ook in Nederland, en toch vooral in een middenklasse-milieu, hoewel niet van heel erg rijke mensen. Mensen die in ieder geval wel wat te besteden hebben en genoeg opties hebben in hun samenleving. Genoeg winkels – ook als alternatief ten opzichte van de supermarkten – naar hun macrobiotische of biologische gading, zeker in de stad.

De moeder in Schefferlie’s ‘Kwaad daglicht’ combineert macrobiotische ideeën met een spiritueel, symbolenrijk wereldbeeld, waarin paranormale gaven, en de terugkeer van “geesten”, alsmede “goede en kwade energiëen” voor komen. De specifieke focus van de moeder heeft dus niet alleen met een voorkeur voor gezond eten te maken, maar ook met spirituele of paranormale aspecten. Dat lijkt mij een redelijk wijdverbreide combinatie in westerse landen: macrobiotisch of biologisch eten en “New Age”- achtige spiritualiteit losjes gebaseerd op Aziatische ideeën (uit Hindoeisme, Boeddhisme e.a.), maar in een geïndividualiseerde vorm.

Daarentegen: een combinatie van biologisch eten met Afrikaanse of Afro-Amerikaanse ideeën (zoals Vodou, Winti, of Rastafari) komt minder voor, zeker buiten de zwarte gemeenschap, hoewel het wel voor komt (blanken beïnvloed door Vodou of Afrikaanse rituelen bijvoorbeeld, gecombineerd met New Age). In Latijns-Amerikaanse landen als Cuba en Brazilië komt het overigens vaker voor dat mensen (vooral) van Europeze afkomst toch met Afrikaanse spiritualiteit (zoals Santería of Candomblé) bezig zijn, maar dat zijn raciaal uiteraard “gemengdere” samenlevingen (zowel sociaal als biologisch) dan de Europeze.

In een persoonlijk schrijven met mij gaf de schrijfster van ‘Kwaad Daglicht’ – Marleen Schefferlie dus – aan dat behalve het fictieve plot de rest van het boek veel autobiografische aspecten uit haar eigen jeugd bevat, wat het voor haar soms moeilijk maakte om het te schrijven.

De moeder lijkt mij een relatief wat streng en bazig type, hoewel ik van ergere voorbeelden heb vernomen. Dat New Age denkbeelden soms kil en ongevoelig kunnen zijn, dat wist ik al. Vooral door geïndividualiseerde varianten van zenboeddhisme-achtige ideeën. Die individualisering geschiedt door specifieke individuen, met hun eigen zwaktes, frustraties, vooroordelen, ontkenning, zelfoverschattig, rancune etcetera. Pervertering van ”mooie” maar abstracte denkbeelden door individuele ego’s lijkt dan bijna onvermijdelijk.

Die kans op corrumpering geldt voor alle spirituele en religieuze bewegingen – denk bijvoorbeeld aan moslimterroristen en ook iemand als Christopher Columbus vond zichzelf een Christen -, maar de sterkere nadruk binnen New Age op “je kunt zelf dingen sturen en oplossen” - een mentaliteit gangbaar onder de Westerse, liberale middenklasse (vooral VVD- en D66-stemmers zeg maar) -wordt uiteindelijk kil en hard als er geen gemeenschapszin is. Zoals ik ooit ergens zei: het probleem met individualisme is dat het vooral op kwam onder mensen die zichzelf al belangrijk genoeg vonden: welgestelde, goed opgeleide Westerlingen dus..

Hier wreekt zich dan ook het middenklasse of hogere klasse-karakter van die Westerse New Age beweging: het kent de onderkant niet: de uitsluiting, armoede, en vernedering. De machteloosheid ook niet: om het eerder genoemde aspect van “macht” er maar weer bij te halen. Samengevat: het kent – uitzonderingen daar gelaten - dit type wanhoop doorgaans niet echt, dus ook niet het echte belang van iets als “troost”. Daarnaast nemen veel New Age-aanhangers (niet allemaal) een wat kille houding aan als mensen iets overkomt. Ik heb mensen horen betogen dat kanker of andere ziekten in mensen komen omdat diegenen willen geloven dat ze het hebben, en ook omdat ze hun immuniteit tegen kwade energie verwaarloosd hebben. Ook andere (onterechte) varianten op ‘eigen schuld, dikke bult’ zijn gangbaar in de New Age-beweging.

Je staat dan met New Age toch vaker alleen in je pijn. Rastafari-aanhangers, maar ook bijvoorbeeld Winti-aanhangers of zelfs sommige Christenen of Moslims hebben die intermenselijke verbindingen en gemeenschapszin sterker. Die “troost ”veel sterker. Warmte en liefde tussen mensen – of op zijn minst gedeeld onvermogen – verzacht individuele pijn. Mensen zijn uiteindelijk toch sociale dieren.

Die individualistiche interpretatie van New Age komt naar mijn idee inderdaad ook naar voren in Schefferlie’s roman, zelfs in gezinsverband. Een fenomeen – of beweging zo men wil – die naar ik meen ook sterk vertegenwoordigd is in veel moderne Europese steden, in relatief sterkere mate in Noord- en West-Europa, Californië, en delen van Japan. De roman kwam daarom realistisch op me over.

PERSOONLIJKE NOOT

Daar Marleen Schefferlie wees op autobiografische aspecten uit haar jeugd, bracht de roman me ook aan het denken over mijn jeugd, levensloop, specifiek in verband met voedsel en ideeën daaromtrent. Hoe voedden mijn ouders me op rond eten, wat zeiden andere familieleden daarover? Welk eten werd in mijn ouderlijk huis gestimuleerd, zoals de moeder in ‘Kwaad Daglicht’ bij haar dochter dus macrobiotisch voedsel stimuleert.

Hoe sta ik er op dit moment zelf in? Laat ik beginnen te zeggen dat ik denk (of bang ben) dat ik vooral een rationeel type ben. Ik vind ook soms troost in het rationele, in meer kennis of wetenschap over bepaalde thema’s. Een ongebreideld verliezen in irrationele emotionaliteit ervaar ik als beangstigend voor mezelf, en vermijd ik daarom. Emoties verlammen je, maken je kwetsbaar.

Ik heb daarnaast wel wat gevoel voor spiritualiteit, en vind er soms troost in, maar veelal gecombineerd met kennis en bewustzijn. Om diezelfde reden vind ik “wetenschappelijke” kennis rond voedingswaarde, waar tegenwoordig veel websites over bestaan, interessant. Het is dan een biologisch bewezen feit. Tegelijk besef ik dat ook hier belangen en corrumpering een rol spelen: die kennis lijkt vaak objectiever dan het is. De industrie, voedselbedrijven, en wetenschappers (zelfs als schijnbaar onafhankelijk) hebben zo ook hun belangen.

Kennis over de biologische voedingswaarde en effecten van bijvoorbeeld avocado of kaneel - beiden als gezond beschouwd/bewezen - vind ik hoe dan ook vaak interessant. In dit geval bevestigt het immers ook “traditionele” kennis in niet-westerse samenlevingen, die ook zonder die Westerse wetenschappelijke onderzoeken vaak goed wisten wat gezond voedsel was.

Dan kom ik via een omweg toch bij mijn eigen opvoeding. Mijn ouders kwamen uit Italië (vader) en Spanje (moeder). Ze kwamen in de jaren 60 van de 20ste eeuw naar Nederland als gastarbeider. Arbeidersklasse dus, en afkomstig uit landen met redelijk gevarieerde culinaire culturen. Mijn moeder had achteraf bekeken redelijk gezonde kook- en eetgewoonten: ze voegde regelmatig avocado’s, kiwi en basilicum of andere kruiden toe, maakte vaak afwisselend rijst en pasta, en ook aubergine, en verder doperwten en broccoli, at ik regelmatig in mijn ouderlijk huis. Ook gebruikte ze veel olijfolie. Niet alleen was ze geboren en opgegroeid in een streek met veel olijfgaarden (provincie Badajoz, vlakbij de grens met Córdoba), maar ook haar familie zelf bezat daar sinds generaties land met olijfbomen. Standaard at ik in mijn ouderlijk huis ook regelmatig een gemengde groente-fruit salade. Meestal met kiwi, zoals ik nu ook vaak doe. Mijn moeder was geen fanatieke vleeseter, en we aten het meeste kip. Met varkensvlees had ze minder dan met rundvlees.

Het kon er qua gezondheid en voedingswaarde al met al mee door, kun je zeggen, alleen: biologisch eten was toen niet zo gangbaar en ook niet zo bekend bij mijn ouders. Mijn ouders kochten in normale supermarkten, en vonden EKO-producten naar verhouding te duur, wat hun het ook deed wantrouwen. Het wijst nogmaals op het hogere-klasse karakter van het biologische of EKO-eten. Jammer natuurlijk, dat die producten duurder zijn dan gangbare supermarktproducten.

Wel zijn mijn ouders van een eerdere generatie dan ik. Beide groeiden op in rurale omgevingen: mijn moeder diep op het platteland van Extremadura (provincie Badajoz): ver van de stad en industrie, mijn vader in een wat stedelijker, geïndustrialiseerder gebied in Noord Italië, maar net buiten de stad, met een stuk land om dingen te verbouwen en zo. Beide waren daardoor beter op de hoogte van landbouw, natuurlijke groei, hoe gewassen groeien in de natuur, in welk seizoen etcetera.

Per definitie aten ze in hun jeugd, zeker mijn moeder, nog vooral biologisch: wat het land opbracht. Chemische middelen waren toen veel minder gangbaar in de landbouw.

Exemplarisch is derhalve deze anekdote: rond 1996 bezocht ik in mijn eentje de stad Madrid in Spanje. Een flink deel van mijn familie in Spanje was verhuisd van het relatief arme en agrarische Badajoz naar de grote stad Madrid. In het huis waar mijn oma nog woonde (toen inmiddels overleden) in Madrid, woonde mijn tante, een jongere zus van mijn moeder. Ik bezocht haar toen ik rond 1996 naar Madrid ging.

Op zo’n mooie, warme en zwoele Madrileense zomeravond zaten we toen een keer buiten in het tuintje even te praten over hoe het nu ging in mijn leven. Ik vertelde dat ik aan het HBO studeerde en ook een stage liep: dat was bij de Alternatieve Konsumenten Bond (nu heeft het een andere naam: Goede Waar & Co, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Goede_Waar_%26_Co). Die lette op EKO en groene producten, en mens- en milieu-vriendelijke productie, en ook op voedsel: een groene consumentenbond zogezegd. Dat de organisatie de Alternatieve Konsumentenbond (gevestigd in Westerpark – de Staatsliedenbuurt -, Amsterdam) – ook qua spelling – een restant van de ideologische jaren 70 leek vond ik toen juist leuk. Ik geloofde ook wel in “natuurlijk eten”, dacht ik. Ik vond meer natuurlijk voedsel ook wel lekker (ik at veel fruit), en was niet zo’n zoetekauw. Ik was toen ook al redelijk maatschappelijk betrokken.

Afijn, ik vertelde mijn tante wat dat voor organisatie was, waar ik stage liep: voor mens- en milieuvriendelijke producten, tegen genetische manipulatie en ook voor meer biologisch eten. Zij vertelde daarop over “el pueblo” (het dorp) waar zij (en mijn moeder) opgroeiden: in Extremadura dus, ver van de stad en industrie. “Ik heb altijd biologisch gegeten”, zei ze.

Dat vond ik toen wel een grappige en treffende observatie. Relativerend vooral. Het is natuurlijk ook zo dat die macrobiotische beweging, en andere groepen die bewuster, biologisch willen eten in rijke, westerse landen, ontstonden als reactie op de moderne tijd: met steeds kunstmatiger en massaler gemaakt (goedkoper maar ongezonder) voedsel, mogelijk gemaakt door industriële ontwikkeling en wereldhandel.

Laten we echter niet vergeten dat de Rastafari-beweging er met het “alternatieve natuurlijke eten” al eerder was..

dinsdag 4 maart 2014

Graffiti intensity (Intensidad de grafiti)

(The following text interchanges English and the Spanish translation of the same text..so scroll on if necessary //

El siguiente texto intercambia inglés y la traducción en español del mismo texto..así que "scroll" adelante si es necesario)

//

I was not specifically focussing on it. It was a focus that developed spontaneously by taking all impressions loosely in. While travelling on the Canary island of Tenerife in late January, 2014, I visited for a few days the biggest town on this island: Santa Cruz, which has over 200.000 inhabitants.

Some parts of Tenerife are very touristic, Santa Cruz, the city in the North East of the island, relatively less. It has a sort of Mediterranean, lively feel. Lively and at the same time relaxed, a nice combination I also found in Mediterranean cities. The sunny weather helps of course, perhaps also the culturally ingrained Siesta break, casting a “resting” shadow over even non-siesta parts of the day.

Like I said, I was not focussing on something specific: just seeing how Santa Cruz de Tenerife as a city is like: no uptight plans..I only had loose plans, flexible plans..or no plans at all. Time that is really free and really mine… that is vacation for me. I checked the buildings, architecture, changing from quarter to quarter, visited some museums, parks, walking, drinking something ….”you done know”.. Meanwhile I tried not to get lost, but even that will work out.. I knew the address of my central-lying hotel..

Photo: Santa Cruz de Tenerife

// (No me fijé específicamente en ello. Fue un enfoque que se desarrolló de manera espontánea, absorbando todas las impresiones libremente. Mientras viajé en la isla canaria de Tenerife a finales de enero de 2014, visité por unos días la ciudad más grande en esta isla: Santa Cruz, que cuenta con más de 200.000 habitantes.

Algunas partes de Tenerife son muy turística, Santa Cruz, la ciudad en el noreste de la isla, relativamente menos. Tiene un ambiente mas o menos Mediterráneo y vivo. Vivo y al mismo tiempo relajado, una buena combinación, que también encontré en las ciudades mediterráneas. El clima soleado ayuda, por supuesto, tal vez también la ruptura de la Siesta, culturalmente arraigada, que tira, por decirlo así, una sombra "del descanso" sobre incluso otras partes del día.

Como ya indiqué, no me concentré en algo específico: quería sólo ver cómo Santa Cruz de Tenerife es como ciudad: no tenía planes “tensos”.. yo sólo tenía planes sueltos, planes flexibles.. o ningún plan en absoluto. Tiempo que es realmente libre y realmente mío... eso son vacaciones para mí. Miré los edificios, la arquitectura, el cambio de barrio a barrio, visité algunos museos, parques, a caminar, beber algo... "ya tú sabes".. Mientras tenía cuidado no perderme, pero incluso eso no era problema: sabía la dirección de mi hotel céntrico...) //

Photo: Santa Cruz de Tenerife

Whatever my plans and where I ended up, photographing became a part of it, which I liked to do as well. Taking photos requires by itself a stronger focus. As if I need help from some apparatus to really look well at things. Nonsense of course, it is all psychological.. Still, it works out that way.

Some neighbourhoods had a lot of graffiti on walls that surrounded houses/apartments. Close to my hotel, in an old, central part of Santa Cruz was such a quarter: lower houses, some old and not well-reserved, others better reserved… Typically Canarian architecture – including as characteristics quite pleasant pastel colours for walls - shone through behind and alongside “blind walls” painted/written on. These walls, and other walls in other parts, such as near the sea-front, were very graffiti-intensive. “Santa Cruz must have a very active graffiti scene”, I thought then.

Images came to my mind of groups of young - probably in their late teens/early twenties – Canarian/Tinerfeño hip-hop fans, perhaps some with semi-legal activities, wearing “hip” clothes including the inevitable baseball cap, spraying these graffiti signs, “tags”, and images. Superficial images betraying lack of knowledge, which I admit.

I have never studied before the graffiti phenomenon too much. A little bit: some article, some documentary. I was not wrong about the connection to the hip-hop scene. I am more a reggae fan than a hip-hop fan, but I happened to know this. Hip-hop culture in the broad sense includes the music genre, break dance, and, yes, graffiti. Unauthorized, illegal signs and images on urban buildings.. youthful “rebels” marking their territory..

Photo: Santa Cruz de Tenerife (centro/Calle Santiago)

// (No importa lo que fueran mis planes, o donde terminé, la fotografía se convirtió en parte de eso, y tomar fotos me gustaba como actividad también.Tomar fotos requiere de por sí un enfoque más fuerte. Como si necesito ayuda de algún aparato parar mirar realmente bien a las cosas. Una tontería, por supuesto, todo es psicológico .. Aún así, funciona de esa manera.

Algunos barrios tenían un montón de grafiti (o 'aerosol' como también se le dice) en los muros que rodeaban casas/apartamentos. Cerca de mi hotel, en una antigua parte central de Santa Cruz, hubiera un tal barrio: casas bajas, algunas antiguas y no muy bien mantenidas, arquitectura típicamente canaria - incluyendo como características muy agradables colores pasteles para las muros – se mostró detrás y al lado de "muros ciegos" pintadas/escritas. Estos muros, y otros en otras partes, como cerca de la orilla del mar, eran muy “grafiti intensiva”. “Santa Cruz debe tener una escena de grafiti/aerosol muy activo", pensé entonces.

Imágenes vinieron a mi mente de grupos de jóvenes - probablemente en su adolescencia / veinte añeros – fanáticos canarios / tinerfeños del hip-hop, tal vez algunos de ellos con actividades semi-legales, con el uso de ropa "cadera", incluyendo la gorra de béisbol inevitable, rociando estos signos de grafiti, "tags", e imágenes. Estos imágenes superficiales traicionan una falta de conocimiento, esto admito.

Nunca he estudiado demasiado el fenómeno de grafiti. Un poco: algún artículo, algún documental. No estaba equivocado acerca de la conexión a la escena del hip-hop. Yo soy más fanático del reggae que del hip-hop, pero eso si sabía todavía. La cultura hip-hop en el sentido amplio incluye el género de la música, breakdance, y, sí, el grafiti/aerosol. Escrituras/señas e imágenes ilegales no autorizadas en edificios urbanos.. "rebeldía" de juventud marcando su territorio.. ) //

Photo: Santa Cruz de Tenerife

REBELLIOUS?

Recently I read more about graffiti, and everybody can learn more about it through Wikipedia. Illegal (non-state/government/popular) drawings on walls go back to ancient times, Roman times and other periods, for instance in Italy (hence the Italian name), but as a recent phenomenon it developed in the place where hip-hop developed as well: New York city. The earliest examples of graffiti as urban, youth culture art were, however, found in the city of Philadelphia, since the late 1960s. This was before the actual music genre of hip-hop arose (around 1980), but it got connected with it. Not necessarily though: unrelated to hip-hop culture criminal gangs also began to use graffiti to mark territory.

Unfortunately – because it makes it less “rebellious” in my opinion – the first US graffiti artists (probably) had - according to most sources - no social commentary or political aims. No “liberate the poor” was written, nor “unite against the oppressor” or something along those lines. No, a young guy wanted to act tough, show his ego, and boastfully marked his territory; mild vandalism you can call it. Some say he left texts and signs for a girl he fancied. Not too different from people who write texts or phone numbers on toilet walls, only outside, on the urban streets..

An association with groups of youth further developed since the 1980s, in New York and other urban centers, sometimes gangs, sometimes bored, sometimes somehow rebellious or wanting to express an own identity. Graffiti artists made their - most often dispossessed – voice known in the cold anonymity of the city. Those of who the voices “the powers that be” were not interested it, rendering it often inherently rebellious. Graffiti artists had own artistic “tags” build around letters, as specific markers… just like artist like Van Gogh or Velazquez had on the bottom of their paintings.

You can see it as bored, annoying youth involved in mild vandalism, wanting to “mark their territory”. Yet, I can’t help have sympathetic feelings toward such a combination of artistry and “a cry to be heard”. Apart from criminal gangs using graffiti as well, the rest of it lacks the cynicism of for instance football hooligans, criminals, or those who generally act easily violent physically against people. Or, for that matter, the cynicism of other age groups: bank presidents, capitalists exploiting people, corrupt politicians, authoritarian rulers or bosses.. A young quy wants to paint something artistic on a wall; somewhat “cute”: like the logic of a little child who starts drawing on white/light walls in the house when he can’t find paper. My mother told me that I as a child sometimes had done this – starting to draw on walls in the house.

Photo: Santa Cruz de Tenerife

// (¿REBELDE?

Recientemente leí más sobre grafiti, y todo el mundo puede aprender más sobre ello a través de Wikipedia. Dibujos ilegales (no-estatal/-gubernamental, popular) en los muros se remontan a tiempos antiguos, la época romana y otros períodos, por ejemplo, en Italia (de ahí el nombre italiano graffiti), pero como fenómeno reciente se desarrolló en el lugar donde el hip-hop ha desarrollado también: la ciudad de Nueva York. Los primeros ejemplos de grafiti urbano, como cultura juvenil, sin embargo, se encontraron en la ciudad de Filadelfia, desde finales de los año 60 (1960s). Esto fue antes de que el género de la música actual de hip-hop surgió (alrededor de 1980), pero se conectó con él. No necesariamente, sin embargo, no relacionado con la cultura hip-hop bandas criminales también comenzaron a utilizar el graffiti para marcar su territorio.

Por desgracia - ya que hace que sea menos "rebelde" en mi opinión - los primeros artistas de grafiti estadounidenses (probablemente) no han tenido - según la mayoría de las fuentes – ninguna intención de comentario social ni fines políticos. No fue escrito "libera a los pobres", ni "unense contra el opresor" o algo por el estilo. No, un chico joven quiso hacerse el duro, mostrar su ego, y jactanciosamente marcó su territorio; vandalismo leve, se le puede considerar. Algunos dicen que él dejó textos y signos para una chica que le gustaba. No muy diferente de las personas que escriben textos o números de teléfono en paredes de los aseos, sólo fuera, en las calles de la ciudad..

Una asociación con grupos de jóvenes se dearrolló desde la década de los 1980s, en Nueva York y otros centros urbanos, a veces entre pandillas, a veces por aburridos, a veces de alguna manera rebelde, o con el deseo de expresar una identidad propia. Los grafiteros hicieron su voz – en su mayoría desposeída - conocida en el anonimato frío de la ciudad. Aquellos de quienes las voces no les interesaban a "los poderes fácticos", lo que lo hace a menudo inherentemente rebelde. Los grafiteros tenían “tags” o "etiquetas" propias construido alrededor de letras/palabras, como marcadores específicos... al igual que artistas como Van Gogh o Velázquez tenían abajo en sus pinturas.

Se puede considerar esto como algo de unos jovenes aburridos, pesados, involucrados en actos de vandalismo leve, con ganas de "marcar su territorio".. . Sin embargo, no puedo evitar tener sentimientos de simpatía hacia un tal combinación de arte y "un grito de querer ser oído”. Fuera de las bandas de delincuentes que utilizan el grafiti, el resto de esto parece carecer el cinismo de hooligans de fútbol, criminales, o los que suelen actuar fácilmente violento físicamente contra personas. O, aún, el cinismo de otros grupos de edad: presidentes de bancos, capitalistas que explotan la gente, políticos corruptos, gobernantes o jefes autoritarios.. Un joven quy quiere pintar algo artístico en un muro; es algo "gracioso": como la lógica de un niño pequeño que empieza a dibujar en las paredes blancas / ligeras en una casa cuando no puede encontrar un papel. Mi madre me dijo que cuando era niño a veces yo había hecho esto - dibujar en las paredes en la casa.) //

Photo: Santa Cruz de Tenerife

TENERIFE

I soon noticed that the graffiti I saw in Tenerife was very artistic: not just three or four letters intertwined which I already was familiar with, no..it included also (colourful!) faces, figures, pyramid-like figures/symbols, objects like motors, a picture of (I think) the football player Lionel Messi, trees…alongside “intertwined letters”, “curved” words in certain colours. I am willing to consider some of it without a doubt as “art”. Informal art..

We are living in 2014 in an Internet age. On the Internet I can search for information about the Santa Cruz or Tenerife graffiti scene, maybe through hip-hop culture related websites. Tenerife is a tourism-intensive island and therefore relatively international. What I thought (and hoped): that the graffiti expresses an own Tenerife or Canarian cultural identity is still not totally untrue, but it has to be nuanced. Some famous graffiti-artists in Tenerife are said to come from parts of mainland Spain (Bilbao for instance, Galicia or elsewhere), one is originally from Andorra, while yet another from neighbouring island Gran Canaria.. Besides this there were local Tinerfeño graffiti artists as well, so the link with local identity is also there… the graffiti scene – in light of the said US and hip-hop historical connection - is however by definition “international”, as expressive of a modern, international hip-hop culture some feel comfortable to be associated with. Perhaps as escape from or welcome addition to a limited local/national cultural frame..

Photo: Santa Cruz de Tenerife

// (TENERIFE

Pronto me di cuenta de que los grafitis que vi en Tenerife eran muy artístico: no sólo tres o cuatro letras entrelazadas que ya conocía, no..incluyendo también caras, figuras, figuras piramidales / símbolos, objetos como motores, todos muy coloridos. Una foto de (creo) el jugador de fútbol Lionel Messi, árboles, además de las "letras entrelazadas" como etiquetas, y palabras "curvas" en ciertos colores. Estoy dispuesto a considerar algunos de estos grafitis, sin duda, "arte". Arte informal..

Estamos viviendo en el año 2014 en la era de Internet. En Internet puedo buscar información sobre la escena del grafiti de Santa Cruz de Tenerife, tal vez a través de la cultura relacionada: en los sitios web sobre la cultura hip-hop. Tenerife es una isla “turismo-intensivo” y por lo tanto relativamente internacional. Lo que yo pensaba (y esperé) : que el grafiti expresa una identidad cultural propia de Tenerife o de Canarias, mientras no es totalmente falso, pero tiene que ser matizado. Algunos famosos grafiteros en Tenerife provienen de partes de la España peninsular (por ejemplo Bilbao, Galicia o otros lugares), uno es originario de Andorra, mientras que otro de la isla vecina de Gran Canaria.. Además de esto hubieron tinerfeños grafiteros locales también , por lo que el vínculo con la identidad local también existe... La escena del grafiti - a la luz de dicha conexión histórica con EE.UU. y el hip-hop es, sin embargo, por definición, "internacional", como expresión de una cultura hip-hop internacional moderna: algunos se sienten cómodos asociandosse con ella. Quizás como escape de o adición bienvenida a un marco cultural local/nacional limitado..) //

Photo: Santa Cruz de Tenerife (centro)

Photo: El Médano (south coast / costa del sur de Tenerife)

OTHER CITIES

I travelled quite a bit in my life, and I have visited several cities, generally staying more than one day in a city, and travelling/walking through large parts of them, including outside of the centre. I live, to start with, in Amsterdam. The somewhat larger cities – say with 100.000 or more inhabitants - where I stayed more than one day (and walked around in), and visited roughly in the period 2005-2013, include: Berlin, London, Bristol, Birmingham, Dublin, Marseille, Milan, Pisa, Lisbon, Barcelona, Madrid, Bilbao, Sevilla, Malaga, Cádiz, Valencia, Alicante, and Murcia. Outside of Europe: Havana, Santiago de Cuba, and Kingston, Jamaica.. In the Netherlands I know Amsterdam well (of course) as well as other cities as Rotterdam, Leiden, Haarlem, and Utrecht, which I visited regularly over the years.

I can safely say that with all this “city travel” experience I do not recall being in a more “graffiti-intensive” city in my life than Santa Cruz de Tenerife. I know this is quite a statement, and I have not really visited New York, which is important to point out.

Maybe I am mistaken and do not remember all I went through well, after several years. Yet, I always focussed on architecture and liked taking photos, so there must be some, if subjective “truth” to it..

To be sure, I reviewed the photos I took in most of these places, and my assumption was mostly right. Graffiti appeared mostly by accident and marginally on these photos I took. Most probably because it was less present, or in excluded suburban parts, but then you have to specifically look for it: in Santa Cruz I found a lot of it automatically.

One exception is the rural city Murcia in South East Spain, which I visited in 2009. Murcia was one of the few cities - before Santa Cruz - where I thought: “the graffiti scene must be quite active here”. Varied graffiti (images/symbols not just texts) as well. Other Spanish cities stayed behind this, though there were some spots in Sevilla or Málaga with quite some graffiti. Even less graffiti I saw in German or British cities: only rarely and small pieces. Maybe it was more hidden, cleaned more frequently, or the graffiti scene was simply relatively smaller.

Regarding the Caribbean cities I visited I can say that a hip-hop based graffiti culture as such is not really present there: on walls people write or draw things in Jamaica, especially in poorer, more neglected neighbourhoods – often social comments, or on music, or Rastafari references, which in some cases come close to graffiti, but overall without the developed forms, ”tags” and specificities of the New York-derived hip-hop graffiti culture. Perhaps ironically, since hip-hop is historically partly derived from Jamaican musical (dee-jay) traditions.

Despite the existence of a Cuban hip-hop scene in this time, Cuban cities neither have that type of graffiti tradition: partly for cultural reasons: other reasons are probably political or economical. Like in Jamaica, you of course can find in Cuba occasional writings by common people on some “hidden”walls. In Cuba you can find what some one called jokingly “state graffiti”: revolutionary statements along the lines of “Siempre con el Che” (Always with Che-Guevara) or “Revolución o muerte” (Revolution or Death), but this, while often written on blind walls, is not popular nor part of a subculture. It can better be seen as state propaganda or advertising, only not through cardboards or posters, but through wall writings. It also lacks the visual artistry of graffiti texts.

Photos underneath: (a/un "pre-dread" Michel) in/en Murcia (2009):

// (OTRAS CIUDADES

He viajado bastante en mi vida, y he visitado varias ciudades, por lo general permaneciendo más de un día en una ciudad, y viajando/ caminando a través de una gran parte de estos ciudades, incluyendo las afueras. Yo vivo, para empezar, en Amsterdam. Las ciudades un poco más grandes - por ejemplo con 100.000 o más habitantes - donde me quedé más de un día (y por cuales caminé bastante), y visité más o menos en el período 2005-2013, incluyen: Berlín, Londres, Bristol, Birmingham, Dublín, Marsella, Milán, Pisa, Lisboa, Barcelona, Madrid, Bilbao, Sevilla, Málaga, Cádiz, Valencia, Alicante, y Murcia. Fuera de Europa : La Habana, Santiago de Cuba, y Kingston, Jamaica .. En los Países Bajos Amsterdam conozco bien (por supuesto), así como otras ciudades como Rotterdam, Leiden, Haarlem y Utrecht, que visité con regularidad durante los últimos años.

Puedo decir con seguridad que con toda esta experiencia de "viaje de ciudad", no me recuerdo estar en una ciudad más “grafiti-intensiva”, o "intensiva de grafiti", en mi vida que Santa Cruz de Tenerife. Sé que esto es una declaración bastante fuerte, y yo realmente no he visitado Nueva York, que es importante señalar.

Tal vez me equivoco y no recuerdo todo lo que visité muy bien, después de varios años. Sin embargo, siempre me centré en la arquitectura y me gustaba tomar fotos, así que debe haber alguna verdad (aunque “subjetiva”) en esta constatación mia..

Para estar seguro, revisé las fotos que tomé en la mayoría de estos lugares, y mi suposición parecía por regla justa. Grafiti apareció en su mayoría por accidente o marginalmente en estas fotos que tomé. Lo más probable es que porque era menos presente, o en partes suburbanas excluidos, pero también hay que buscarlo específicamente: pero en Santa Cruz me encontré con un montón de grafiti automáticamente, sin buscarlo.

Una excepción es la ciudad rural de Murcia, en el sudeste de España, que visité en 2009. Murcia fue uno de los pocos ciudades - antes de Santa Cruz - en el que pensé: "la escena del grafiti debe ser muy activa por aquí". Grafitis también variadas (imágenes y símbolos, no sólo textos). Otras ciudades españolas se quedaron detrás de esto, aunque hubieron algunos sitios en Sevilla o Málaga con bastante grafiti. Aún menos grafiti vi en las ciudades alemanas o británicas: en contadas ocasiones y pequeñas piezas.Tal vez era más oculto, se limpian con más frecuencia, o la escena del grafiti era simplemente relativamente menor.

En cuanto a las ciudades del Caribe que visité, puedo decir que una cultura del grafiti como tal, basado en hip-hop, no está realmente presente allí: en los muros personas escriben o dibujen cosas en Jamaica, especialmente en los barrios más pobres y desatendidas - a menudo comentarios sociales, o sobre música o referencias a Rastafari, que en algunos casos se acerca a grafiti, pero en general sin los formularios desarrollados, "tags"/”etiquetas” y especificidades de la cultura hip-hop de grafiti como desarrollado en Nueva York. Tal vez irónicamente, ya que el hip-hop se deriva en parte de la historia (dee-jay) tradiciones jamaicanas musicales del reggae.

A pesar de la existencia de una escena del hip-hop cubano en este tiempo, las ciudades cubanas no tienen ese tipo de tradición de grafiti: en parte por razones culturales : otras razones son probablemente político o económico. Como en Jamaica, se encuentra a veces escrituras de gente común, en algunos muros “escondidos”. En Cuba, por supuesto, si se puede encontrar lo que alguien llamó jocosamente "el grafiti estatal": declaraciones revolucionarias como "Siempre Con El Che" o "Revolución o Muerte", pero esto, mientras a menudo escrito en muros ciegos, no es popular ni parte de una subcultura. Más vale que se puede considerar como propaganda estatal o un tipo de “publicidad” política, no a través de cartulinas o carteles, sino a través de escritos en muros. También carece el arte visual de los textos de grafiti. ) //

Photo: the city of Sevilla (barrio de Triana)

Photo: Birmingham (UK)

Photo: city of Leyden (Netherlands/Holanda)

AMSTERDAM

Due to this Santa Cruz experience, back in my home town Amsterdam, from Tenerife, I got an increased interest in graffiti. I noticed and searched more than before for graffiti going on my daily way through Amsterdam. I even had specific graffiti “journeys” on my bycicle, taking photos. Some kind of vague research on “vague” recurring aspects, of a vague “subculture”. Vague to me, but still, or maybe therefore, intriguing..

Of course, international graffiti comparisons can be made, despite the only vague knowledge I had of the Amsterdam graffiti scene. There is a large hip-hop scene in Amsterdam, which I encountered, but as primarily a reggae fan never stayed in it too long or intensively. I also knew of squatters active in tagging and graffiti art.

One thing I can say is that Amsterdam is much less graffiti-intensive than Santa Cruz, but I saw more graffiti than in e.g. British cities I visited. Maybe they cleaned it more in some cities than in others, but it seems to confirm the relatively anarchic image – which is overall partly exaggerated – Amsterdam has for British and others. Maybe I knew Amsterdam better. Spanish cities like Málaga or Madrid seemed to have a bit more graffiti than British or German cities. Perhaps also, again, because it is cleaned less often: certain parts of Spain, like Tenerife or Murcia are economically poorer than Germany or Britain: cleaning public walls costs public money..

Back to the graffiti I found in Amsterdam. I looked for it in more suburban parts of Amsterdam (West, East, South East), as well as in the city Centre and saw quite some graffiti. Then I compared in my mind with the graffiti I saw in Santa Cruz de Tenerife.

Photo: Amsterdam (west/oeste)

Photo: Amsterdam (centre/centro)

// (AMSTERDAM

Debido a esta experiencia de Santa Cruz, de vuelta en mi ciudad de residencia de Ámsterdam, desde Tenerife, ha aumentado mi interés por el grafiti. Me di cuenta y busqué más que antes de grafiti, durante mi camino diario por Amsterdam. Incluso tuve "viajes" específicas dedicados al grafiti con mi bicicleta, para tomar fotos. Algún tipo de investigación sobre los aspectos "vagos" recurrentes, de una "subcultura" vago. Vago para mí, pero aún así, o tal vez: por lo tanto, interesante.

Por supuesto, comparaciones de graffiti internacionales se pueden hacer, a pesar del conocimiento solo vago que tenía de la escena del grafiti de Amsterdam. Hay una gran escena del hip-hop en Amsterdam, que encontré, pero como principalmente un amador de reggae nunca me quedé en ella demasiado tiempo o intensivamente. También sabía de Ocupas ilegales activos en el etiquetado y el arte del grafiti.

Una cosa que puedo decir es que Amsterdam es mucho menos intensivo de grafiti que Santa Cruz, pero vi más grafiti que, por ejemplo, en las ciudades británicas que he visitado. Tal vez lo limpiaron más en algunas ciudades que en otras, pero parece confirmar la imagen relativamente anárquico - que es en realidad en parte exagerada - Amsterdam tiene para británicos y otros. Tal vez es porque yo conozco Ámsterdam mejor. Ciudades españolas como Málaga o Madrid parecían tener un poco más de grafiti que las ciudades británicas o alemanas donde estuve. Quizás también, de nuevo, porque se limpia con menos frecuencia : muchas partes de España, incluyendo Tenerife o Murcia, son económicamente más pobre que Alemania o Gran Bretaña: la limpieza de los muros públicos cuesta dinero público..

Volviendo a los grafitis que encontré en Amsterdam. Busqué en partes más suburbanas de Amsterdam (Oeste, Este, Sureste), así como en el Centro de la ciudad, y vi bastante grafiti. Luego comparé en mi mente con los grafitis que vi en Santa Cruz de Tenerife. ) //

Photo: Amsterdam (centre/centro)

Photo: Amsterdam (southeast/sureste: station Holendrecht)

COMPARISON

Amsterdam graffiti was predominantly on hidden, somewhat secluded walls, or on building lots. Never was it overwhelming or on too central places. In Santa Cruz it became in several streets or squares – even in parts of the monumental city centre - overwhelming, though to differing degrees. You had to see the graffiti: it was not marginal but central to the view. Safe some small street or an occasional isolated tunnel, this was rarely the case in Amsterdam, though there were specific graffiti spots or streets. Graffiti is, to summarize, more ”hidden” in Amsterdam than in Santa Cruz de Tenerife.

Regarding form, I noticed that Amsterdam graffiti was predominantly text-based, mostly words albeit artistically intertwined, sometimes with several colours, but often also in single colours. Political or social messages were scarce. Images or more colourful scenes were not absent, but much more rare than in Santa Cruz (or Murcia), where some graffiti pieces were complex, colourful paintings of entire scenes. In Amsterdam I found this incidentally too, but only in two or three cases. Exceptional, rather than the rule. In Santa Cruz, images and colours were more the norm, often even more than mere (artistic) texts.

Regarding “meaning”, the graffiti was for outsiders often vague in Amsterdam, probably because it consisted of “tags” by graffiti artists: words, nicknames, often abbreviations, sometimes painted/sprayed artistically, sometimes not so. Not always easily decipherable. In some cases texts seemed to have a meaning beyond personal names, referring to popular culture or other things. Some texts are enigmatic, like “karm mixer” (mixer of what?), or “rice”, which I read on walls and roll-down shutters in central Amsterdam. In Santa Cruz some street artists even wrote sayings or poems, but besides such vaguer name “tags”, the graffiti overall seemed visually more enhanced, colourful and varied than in Amsterdam.

It is hard to determine what this says about the cultural differences between in this case Amsterdam and Santa Cruz de Tenerife. A cold, Northern European culture, versus a southern, Canarian culture?: Tenerife being an Atlantic island close to Africa, with many migrations and connections to Spain (to which it belongs since the 1490s), Africa, as well as since colonial times the Americas. Perhaps the difference between a Protestant-influenced - celebrating (seeming) sobriety – culture of Amsterdam, and a “decorative” Catholic Spanish culture plays a role in these differences.

There are economic differences: Netherlands fares now economically in general much better than Spain, while the Canary Islands - despite tourism incomes - are even among the poorer regions (along with e.g. Andalusia, Murcia, and Extremadura) in Spain, with also a high youth unemployment. You might think: more time for graffiti among some youth, but less money for paint..

Both Tenerife as Amsterdam are very much visited by tourists (millions yearly, to a degree “spilling over” to the city Santa Cruz), so heavy tourism is a commonality between these cities. Berber roots of a part of the population (of Moroccan descent) of Amsterdam, and also of Canarians (overall ethnically a mix of original Berber-speaking peoples and Spaniards) is another possible commonality. Berbers in the Canary islands were never Arabized or Islamized, so the cases of Arabic script I saw in some graffiti in Amsterdam West were absent in Santa Cruz. I did see pyramids recurring in Santa Cruz graffiti, but that is something else.

Besides this, the cultural difference is evident, but at the same time there is another commonality across all modern graffiti, in all the places I visited.. There mostly is a connection of the graffiti with youth part of - or influenced by - hip-hop culture. Not every graffiti artist is of course necessarily a hip-hop fan, but the worlds are largely intertwined. There are quite some hip-hop fans in Tenerife. There are also reggae fans I noticed at a party in a Santa Cruz club – called Banda Aparte -, where they played reggae songs by Chronixx and other current Jamaican artists. Like in the Netherlands there are however probably more hip-hop fans in Tenerife and Spain than reggae fans. Unjustly in my opinion, but it is probably due to the US influence, mainstream/commercial acceptance of some (not all) hip-hop, and probably the simplistic prejudice connecting marijuana with reggae fans. And, of course also because of the overall more rebellious (anti-system), socially critical lyrics within reggae.

Photo: Amsterdam (centre/centro)

Photo: Amsterdam (centre/centro)

Photo: Amsterdam (east/este)

// (COMPARACIÓN

Grafiti en Amsterdam fue predominantemente en muros ocultos, algo solitarias, o en sitios de construcción. Nunca era abrumador o en lugares muy centrales. En Santa Cruz se convirtió abrumador en varias calles o plazas - incluso en partes del centro de la ciudad monumental -, aunque abrumador en diferentes grados. Se tenía que ver el grafiti: no era marginal, sino central en la vista. Aparte de alguna pequeña calle o un túnel aislado ocasional, esto era raramente el caso en Amsterdam, aunque hubieran sitios o calles de grafiti específicos. El grafiti es, en resumen, más "escondido" en Amsterdam que en Santa Cruz de Tenerife.

En cuanto a la forma, me di cuenta de que grafitis en Amsterdam eran predominantemente basado en texto, en su mayoría palabras, aunque artísticamente entrelazadas, a veces con varios colores, pero a menudo también en un solo color. Mensajes políticas o sociales eran escasos. Imágenes o escenas más coloridos no estuvieron ausentes, pero mucho más raro que en Santa Cruz (o Murcia), donde algunas piezas de grafiti consistían de pinturas complejas, coloridas escenas enteras. En Amsterdam encontré esto por cierto también, pero sólo en dos o tres casos. Excepcional, más que la regla. En Santa Cruz, las imágenes y los colores eran más la norma, a menudo incluso más frequente que simples textos (artísticas).

Con respecto al "significado", los grafitis en Amsterdam solían, para los de afuera, ser muchas veces “vagos”, probablemente debido a que consistía de "tags" (etiquetas) de grafiteros: palabras, apodos, a menudo abreviaturas, a veces pintadas/rociados artísticamente, a veces no tanto. No siempre fácilmente descifrables. En algunos casos los textos parecían tener un significado más allá de los nombres de personas, en referencia a la cultura popular o de otras cosas. Algunos textos son enigmaticos, como “karm mixer” (¿mezclador de que?) o “rice” (¿arroz?), lo cual estaba escrito en muros y telónes metálico en un parte del centro de Amsterdam. En Santa Cruz algunos artistas de la calle incluso escribieron frases o poemas, pero además de similares nombres "etiquetas" vagos, los grafitis en general parecían visualmente más desarrollados, colorida y variada que en Amsterdam.

Es difícil determinar lo que dice esto acerca de las diferencias culturales entre Amsterdam y Santa Cruz de Tenerife. ¿Una cultura fría del norte de Europa, frente a una cultura del sur, canario? Tenerife siendo una isla del Atlántico cerca de África, con muchas migraciones y conexiones con España (a la que pertenece desde la década de los 1490s), África, así como desde la época colonial con las Américas. Tal vez la diferencia entre una cultura influída por el protestantismo - celebrando (aparente) sobriedad -, la cultura de Amsterdam, y una cultura católica española, digamos más "decorativo", juega un papel en estas diferencias.

Hay diferencias económicas : Holanda va ahora económicamente, en general, mucho mejor que España, mientras que las Islas Canarias - a pesar de los ingresos del turismo – se encuentra entre las regiones más pobres (por ejemplo, junto con Andalucía, Murcia y Extremadura), de España, con también un alto taso de desempleo entre los jóvenes. Se podría pensar: más tiempo para el grafiti entre algunos jóvenes, pero menos dinero para la pintura..

Tanto Tenerife como Amsterdam están mucho visitados por turistas (millones anuales, hasta cierto punto extendiendose a la ciudad de Santa Cruz), siendo una coincidencia entre estas ciudades. Raíces bereberes de una parte de la población (de origen marroquí) de Amsterdam, y también de los canarios (en general étnicamente una mezcla de pueblos de habla bereber originales y españoles) es otra posible coincidencia. Bereberes en las islas Canarias nunca fueron arabizados o islamizado, por lo que en Santa Cruz los casos de escritura árabe que vi en algunas pintadas en Ámsterdam Oeste eran ausentes.También vi pirámides recurrentes en la pintada/los grafitis en Santa Cruz, pero eso es otra cosa.

Además de esto, la diferencia cultural es evidente, pero al mismo tiempo, hay otra característica común etre todo el grafiti moderno, en todos los lugares que visité.. Hay sobre todo una relación del grafiti con un parte de los jóvenes, fanáticos de - o influenciada por - la cultura del hip-hop. No todos los artistas de grafiti son, por supuesto, necesariamente fanáticos del hip-hop, pero los mundos se entrelazan en gran medida. Hay bastantes fanáticos del hip-hop en Tenerife. También hay fanáticos de reggae allí, de que me di cuenta en una fiesta en un club - llamado Banda Aparte – de Santa Cruz, donde se escuchaba canciones de reggae por Chronixx y otros artistas jamaicanos actuales. Pero, al igual que en los Países Bajos hay probablemente más fanáticos del hip-hop en Tenerife y España que fanáticos del reggae. Injustamente en mi opinión, pero probablemente es debido a la influencia de EE.UU., la aceptación comercial de (un parte del) hip-hop, y probablemente el prejuicio simplista conectando marihuana con los fanáticos del reggae. Y, por supuesto, también porque las letras y textos dentro del reggae, suelen ser en general más socialmente críticas y rebeldes (contra el sistema). ) //

Photo: Amsterdam (centre/centro)

Photo: Amsterdam (west/oeste)

CONCLUSION

Anyhow, besides such commonalities (including basic ones, like the principle of (name) tagging, youths “marking territory”, and international hip-hop (sub)culture), visually and artistically there seem to be quite some differences between the graffiti in Santa Cruz de Tenerife and Amsterdam.

A broader - or deeper - conclusion on why specifically Santa Cruz de Tenerife would be relatively more graffiti-intensive than other places is quite difficult to make, without deeper insight into Santa Cruz's or Tenerife's graffiti scene's history. I already hinted at possible reasons for this, which might be cultural, but also social, economic, or demographic, but I have no certainty there. It would be interesting to know though..

// (CONCLUSIÓN

De todos modos, además de esos puntos en común (incluyendo algunos básicos, como el principio de etiquetado de nombres, jóvenes "marcando su territorio", y la (sub)cultura internacional de hip-hop), visualmente y artísticamente parecen haber bastantes diferencias entre los grafitis en Santa Cruz de Tenerife y los en Amsterdam.

Una más amplia - o más profunda - conclusión sobre porqué específicamente Santa Cruz de Tenerife es relativamente más intensivo de grafiti que otros lugares es muy difícil de hacer, sin conociencia más profunda de la historia de la escena del graffiti de Santa Cruz o de Tenerife. Yo ya he insinuado posibles razones para esto, que pueden ser culturales, pero también sociales, económicos o demográficos, pero no tengo ninguna certeza allí. Sería interesante saber, sin embargo.. ) //

donderdag 6 februari 2014

How the "click" was lost: DNA and historical racism

DNA and genetic studies represent a relatively recent breakthrough in modern science. In fact, it really only developed with the birth of “molecular biology”, around 1957. The study of “blood” (actually: genetic material from any body liquid, like saliva), and biological descent, has after that been put to use for practical and technical purposes: in law and medicine. Perpetrators can now be traced better, more secure, through their DNA. It helped to solve seemingly unsolvable crimes. Hereditary diseases can be examined also by studying one’s DNA: for instance to know of genetic health risks: required for instance when one wants to be a blood donor.

Another use of DNA that intrigues me a lot seems less practical and is more theoretical. This deals more with historical science: ethnicity, population groups, and ethnic mixture over time. It sheds new light on human history and genetic mixtures of the world. It makes tracing one’s family tree possible also for, for instance, descendants of African slaves in the Americas; at least more specific ethnic groups can now be traced as one’s origin, because of DNA. A welcome - and just - possibility for people who have been in history forcibly cut off from their family and genetic (thus: ethnic) history, because of slavery and forced deportation. Many people of African descent in the West also have some White/European blood, largely due to the fact that many slave owners or overseers (mostly male) fathered children among female slaves, and in rarer cases through (semi-)consensual relations, although there generally were power differences.

ETHNIC IDEOLOGIES

Interestingly, “ethnic” DNA studies dealing with the whole world, require also reconsidering age-old, ideological ideas living among nations and states about “our foreparents”. “Ideological” in the sense of national identity, that could take extreme forms of superiority delusion. Much sinister and evil use has been made of this: Nazi Germany being a notable example, and similar “racial purity” ideas were part of European colonialism, related to slavery and conquest, divide-and-rule policies in colonies, and in several nation states meant to exclude or oppress certain people. In Spain, the Spanish Inquisition, at one point strived to inquire if one was of “pure blood”, i.e. being Old Christians with no converted Jews or Muslims in the blood line. This added a racialist idea to religious fanaticism.

Maybe more innocent (though with possible racist effects), but nonetheless mistaken ideas live on in several countries of the world. Do – for instance - all French really have as foreparents the (Celtic) Gauls, and only those Gauls? Do all Italians descend mainly from Romans? Or Germans, English, and Dutch from Germanic people? This was until recently generally more or less taught in schools in these countries.

Written history – before DNA studies – already had established mixtures and casted doubts on too simplistic ideas of racial/ethnic “purity”. This got however mixed up with lies deriving from (political) ideologies. DNA therefore provides now a more secure, objective “proof” of which people and ethnic groups mixed over time in a certain region, and what that says about the local population’s history.

OLDEST DNA IS FROM AFRICA

However, apart from these historical lies and ideologies propagated in specific European countries, the most profound knowledge and fact, affecting the whole of man kind!, that came with increased DNA study, is the confirmation of the genetic roots of man kind in Africa. Before this, the oldest remains of human beings, as we now know them, have of course also been found in Eastern Africa: Kenya and Ethiopia.

DNA studies likewise also traced the oldest human DNA to sub-Saharan, Eastern Africa, around Kenya. The present-day people with this oldest DNA include peoples like the Khoi San, and related peoples in Southern Africa (e.g. the Xhosa, the ethnic group of Nelson Mandela). These have languages known for their remarkable “clicks”, so rare in other languages. This brings me to an interesting hypothesis, a linguistic one: people with the oldest genetic material speak/spoke with “clicks” in their language: “later” people, including those that spread from Africa, for some reason have lost this “click” in their languages. Why? It is a sound which is easy to make.

All people in the world – no matter how blond or white - thus descend ultimately from an East African woman, that’s what DNA studies essentially has proven. From this early DNA, different, later DNA types developed over time. These DNA types became associated with specific regions and peoples. There is for instance a DNA haplogroup – as DNA subtypes are called – associated (roughly) with Berber peoples, other ones with Semitic peoples, the Middle East or Anatolia, the specific Central European/Celtic, Nordic/Germanic ones, also distinct Slavic, or Northern Spanish, Greek and Italic ones. Several distinct East Asian, Pacific Region, African and Amerindian ones exist of course as well.

All these developed, however, over time from the oldest DNA of the type/haplogroup L, from sub-Saharan Africa.

I have read and studies much about this genealogy and DNA in its relation to human history in recent years. The Genographic project of National Geographic, on this theme, got my interest, even though it had a very broad – not specific - focus. Also, I found interesting a more specific DNA study: the already mentioned possibility to trace genetic forefathers of for instance African-descended people in the West, on which I saw also some engaging documentaries. This possibility is quite recent and intrigues especially because the African Holocaust destroyed family relations and meant the loss of African surnames. Unlike White people in the West, like the US, (or Indians and others) who largely maintained these bonds and knowledge thereof (orally and written). John Travolta knows for instance he is of Italian-Irish descent (probably also what part of Italy or Ireland) to give an example. Other White people have vaguer, but still traceable connections to Europe. Now, with DNA, it’s possible to know also more on the African Roots of Blacks in the West. This seems only fair.

Black US comedian Chris Rock, for example, traced through DNA his genealogical foreparents in part to the Udeme people of what is now Cameroon. Quincy Jones, on his mother side, to the Tikar people of also what is now Cameroon.US comedian Chris Tucker to what is now Angola. Martin Luther King’s genetic foreparents were found in part among Mende-speaking people in what is now Sierra Leone.

Also Europe got my attention. Specifically also the countries I have something to do with: where my parents are from and I heard most of. My mother is for instance from (Southwest) Spain, my father from (North) Italy.

SPAIN

Spain is an interesting case, because the ideological “lies” spread by ruling powers have perhaps been stronger there historically. Spain (and Portugal) have been ruled by Islamic Moors from the 8th c. onward, up to the late 13th c. in the central and southern parts, and a southeastern part (Kingdom of Granada) up to 1492. Spain also had (since Roman times) a relatively large Jewish population.

After the Christian conquest from Northern Spain over time of the Iberian peninsula a fanatic Christianizing effort took place, of which the strict Inquisition was part. This led to expulsion of many Jews, Berbers, and other Islamic remaining people, if only in part. Though it is – probably for ideological reasons – propagated in official history writing that ALL Jews and Moors were expelled from Spain in or around 1492, in reality only a part was: many more or less converted and mixed with the local population. This was already assumed by more neutral historians, but recent DNA and genetic studies confirm this. Spaniards are genetically mixed, including Jewish, Berber and other non-European blood, mixed with Celtic, Roman, Greek, older European/Basque, Germanic and other blood.

This Christianizing effort tried to hide this, and propagated another national identity for Spain. Probably stimulated also by the imperialism/colonialism Spain and Portugal more or less inaugurated with Columbus’s “discovery” of the Americas. An ideological and “racial” distancing of non-European, non-White “heathens” - even if Africa is only about 14 kilometers away from Spain – was deemed necessary for that.

TENERIFE (CANARY ISLANDS)

I recently went for a trip to Tenerife, one of the Canary islands. These became Spanish around that same year 1492 (after settlement with Portugal who already owned Eastern Atlantic territories). In relation to this ethnicity and DNA, Tenerife/the Canary Islands are also an interesting case. Having become Spanish at the dawn of Spain’s imperialism (1490s), the Canary islands served as a “testing ground” for Spain for the Americas. After being introduced by the Portuguese, slave trade in (Black) Africans, and enslaved Black Africans in the sugar industry more or less began for Spain on the Canary Islands. Later it continued on a larger scale in the Caribbean.

The Canary Islands were originally inhabited by peoples related to the present-day Berbers from Northern Africa, called Guanches. Though some sources said they were all wiped out (strange how regarding Spain’s history, population genocide is always stated in such “total” terms); in reality a large part of these Guanches mixed with Spaniards that settled on the islands, such as Tenerife, of whom many came from Andalusia or other parts of Spain. Some Black Africans were, as said, imported as well, and also some other Europeans, like Portuguese, settled there. A museum I visited on Tenerife sketched this history. All these populations mixed and resulted in the present-day Canarians.

I knew already some people from Tenerife, and having now been there, I saw indeed what I perceived as Berber traits among a part of the Tenerife people. Relatively stronger in more rural, mountainous part (and Tenerife is very mountainous). To differing degrees, I must say. Some mainland Spaniards from the South have these traits as well, so at times it was difficult to determine.

While in places like (South) Portugal, Extremadura, Andalusia, and other parts of Spain Berber traits recur sometimes, as well as Semitic traits – confirmed by actual DNA studies - relatively many Canarians seemed overall dark Mediterranean, Berber-like types.

BOOK ON RACISMS

I would like to place these DNA studies and the new historical knowledge they provide further alongside a recent book I read: ‘Racisms : from the crusades to the twentieth century’, appeared in 2013. It was written by Francisco Bethencourt, and presented as “the first comprehensive history of racism”. This is quite a claim – perhaps for marketing reasons of course - since historical racism has been and is being studied by other scholars as well. Bethencourt takes in part a new, original stance, though.

http://press.princeton.edu/titles/10082.html

He traces the history of racism, as ideas and practice, aimed at the exclusion of people because of descent, in Europe, from before the start of colonialism and during colonialism, as well as in other continents or historical epochs. He focuses most on the Western world. He discusses these political ethnic ideologies I mentioned already. Especially the period following Moorish (Islamic) rule in Spain and Portugal gets much attention. Not because racism started there: Bethencourt points at different sources and places (hence the plural Racisms of the title), but early forms of racism, based on descent developed there, mostly due to religious policies, like the Inquisition I already mentioned, distinguishing “Old” Christians from “New" Christians (converted Jews or Moors) based on descent, aimed at repressing and excluding. The Portuguese started trading in Black African slaves in the Eastern Atlantic even before Columbus went to the Americas, and this Bethencourt also discusses.

I heard some say that racism did not really exist against Black Africans until this slave trade and slavery in the Americas developed. Bethencourt confirms this in a way, though not totally. After discussing all types of racism: Inquisition, slavery, as part of colonialism in other continents, wars, in different parts of Europe, by Arabs, Roman times, Nazi Germany, against Amerindians, Asia, Africa, he comes to these main "concluding" arguments:

one:

racism preceded any theories of race and must be viewed within the prism and context of social hierarchies and local conditions

and two:

in its various aspects, all racism has been triggered by political projects monopolizing specific economic and social resources”.

The first argument makes an intriguing distinction between racism and (semi-scientific) “theories of race” (superior and inferior, more animal-like races etc.). In Portugal ideas on Africans inferiority or animal-like status (“racism”) actually preceded their starting to trade in enslaved Africans and taking control of the Angola region, in the 14th c.. Later (quasi-) scientific racial theories only institutionalized these ideas. In other European countries like Spain, Italy, Germany, and France similar racist ideas existed, to differing degrees, even in then slaves were not just Blacks (as later). Also the Arabs, and some Moorish authorities in Spain, expressed ideas on Black inferiority, especially when the Arab slave trade increasingly involved Black Africans as slaves.

Spain’s Catholicism’s “purity of blood” ideas were the official norm, though with differing degrees of consistency or enforcement, and excluded and discriminated Jews and converted Moors (called “Moriscos”). Portugal meanwhile increasingly used Black Africans as slaves, a practice later taken over by the Spanish, and still later other European powers as the British, French, and Dutch.

All this shaped the racism inherent in the colonial project Spain and Portugal engaged in after Columbus (Italian/Genoese but in the service of the Spanish kingdom) “discovered” and claimed the Americas for Spain since 1492, of which a part (Brazil) would go to Portugal.

Northern Europe was before this not free of racism, and negative ideas on other races’ inferiority, existed also there, independent of Iberian developments. The Biblical use to defend slavery of black people (the curse of Ham idea), was probably first stated in the Netherlands, historians found.

However, European colonialism as such started earlier with Columbus, so to speak. So, in 1492. In slavery’s systematization and expansion, increasing the racial aspects, the Dutch and English were later also important, must be pointed out. Overall there is therefore not much use in trying to determine which European country was the most colonial and racist: there were different sources and conditions shaping it over time, in different parts of Europe and even outside it. Also, the Muslim and Arab behaviours and ideas after Islam’s rise can in part also be seen as definitely racist toward Black Africans, even after these converted to the Islam.

Jamaican poet and reggae artist Mutabaruka was, overall, in essence right when he stated in his poem ‘Columbus Ghost’, recalling this history, that with Columbus’s “discovery” in 1492 “White supremacy” really began. It did indeed initiate a lasting global inequality on racial (mixed with religious/cultural) grounds. This still is noticeable in today’s world and North-South relations.

An interesting read, overall, Bethencourt’s book, but it is history writing based on documented, “traditional” sources: DNA and genetical studies are not included (nor mentioned). These however can add some interesting insight to the historical developments, such as the ones he sketched about Spain (relatively much discussed in the book). Did such “purity of blood” policy have effect on the ethnic make-up of the present-day Spaniards? To what degree?

Early racism (mixed with religious fanaticism) as part of political projects – the “purity of blood” - were thus present in Spain and Portugal. Portuguese were furthermore early slave traders in Africans (bringing these also to Iberia). How does all this history as Bethencourt related, show in the current genetic and DNA characteristics of Spanish (and Portuguese) people? I’m curious about that.

SPAIN, SOUTH EUROPE, AND DNA

My mother told me that in South Extremadura, close to the province of Córdoba, in Southwestern Spain, where she was from, there were both darker and lighter people, though blue eyes and light blond hair were unusual. Physical traits further also differed.

Having travelled throughout most of Spain and Portugal, I noticed all these differences too, alongside a dominant Mediterranean type. Genetic, DNA studies further give more insightful background information about this.

The specific DNA haplogroup/types associated with Berbers and Middle Eastern peoples are to be found presently relatively more in South Europe, especially Portugal and Spain, followed by South Italy. The L Haplogroup of the oldest DNA, from sub-Saharan Africa, is even found a bit there, while rare in the rest of Europe (it can be found among more recent African or Afro-Caribbean migrants in Paris, London, or Amsterdam of course).

The broader DNA haplogroup E1b1b: (http://www.eupedia.com/europe/Haplogroup_E1b1b_Y-DNA.shtml) has many subtypes, but is partly associated with North Africa and Semitic peoples. It is overall - degrees differing per E1b1b subtype – overall a bit more common among people in Southern Europe, as studies show, with intriguing regional differences in for instance Spain. Yet, this DNA haplogroup is not a strictly South European or Mediterranean affair, as the maps with frequency of the above link show. Some of these also spread as north as well into Germany , England, Austria, or Czechia for instance. That Hitler had this DNA type, which is also found relatively frequent among Jews, including Albert Einstein, can be considered ironic, but it is a broad haplogroup.

The specific M81 “Berber” subtype map among these – points most directly to North African (Berber) genetic influence in Europe, relatively more frequent in South Europe. Regarding Spain, it oddly is relatively frequent even where the Moors (who were partly Berbers) did not rule that long (North Castile/León), Galicia, along with more predictable southern parts (Extremadura, Western Andalusia). Around Granada less, maybe because of repression, forced migration…or the Inquisition’s focus..who knows. Bethencourt indeed relates how after a rebellion “Moriscos” around Granada were forcibly removed and dispersed throughout what was then the kingdom of Castile. The Semitic (African/Middle Eastern) M123 subtype/haplogroup is also interestingly found in some regions more than others, but is a bit more frequent overall in the southern half of Europe.

Berber genes, you can conclude are found among many Spaniards and Portuguese, not just in the Canary islands. Another recent study found that 20% of all Iberian (Spanish and Portuguese) people have some Sephardic, Jewish ancestry in their DNA. A higher percentage than many expected, and also regional differences that many did not expect (more in rural Aragón than in “more international” Catalonia for instance, higher in rural Extremadura than in other places). Like many scientific studies, the results and methods are not uncontested, but they are intriguing.

http://www.nytimes.com/2008/12/05/science/05genes.html

http://download.cell.com/AJHG/pdf/PIIS0002929708005922.pdf?intermediate=true (entire study article in PDF)

Like I already concluded earlier in this text, and almost needless to say: Spaniards are not “pure of blood”, neither “Aryan”, as it is called (but which is really a nonsensical term). One must furthermore not forget that African and Middle Eastern (Semitic) genes might have entered Spain already well before Roman or Moorish times, seeing its location, and Phoenician/Carthaginian historical presence. So it can also be seen as separate from “arrival of certain religions” (Jews, Muslims).

Then again: no ethnic group or group of people in the world really is “of pure blood”, no matter how isolated.

Looking at all these results for Europe – and to the other haplogroups on the Eupedia website -, it seems hard to see some consistency, beyond general tendencies. It is still an interesting website where people can for instance look at DNA results in the geographic place where their family roots happen to lie (just like I did), but also to know about the world in general.

South Europeans have overall somewhat more Middle Eastern and African DNA, with intriguing regional differences within countries. It points at migrations and mixtures due to social changes over time: from Africa to (West) Asia, then to Europe, within Europe and regions etcetera.

L HAPLOGROUP

There is one consistency, though. The main origin of all DNA in the L haplogroup of sub-Saharan Africa. Of all people in the world, including all Europeans. The Wikipedia article on this (Macro) L haplogroup is in this regard insightful. Again, a bit more found in Southern Europe (especially Iberia and South Italy), but indirectly at the root of all DNA of all Europeans and other humans in this world.

http://en.wikipedia.org/wiki/Macro-haplogroup_L_(mtDNA)

These DNA studies show that man kind thus comes from Africa, and all people are essentially mixed. This proves once again the stupidity of racism in general, and the evil, “political” use of its moderate or hidden variants like ethnic/racial ideologies in some countries/regions, leading to superiority senses many people apparently need to have. This increased with Europe’s colonial project since 1492, somewhat ironically pioneered by an Italian (Columbus) and by Portugal and Spain – all countries with (ironically) intensely mixed DNA and relatively much African and Middle Eastern admixture – , in tandem with the rise of organized, repressive, “conquering” religions like Christianity and Islam. This led to racial and cultural divisions and inequalities among human beings, because of lust for power, competition, the will to gain more territory, and war. Or: “political projects monopolizing specific economic and social resources” as Bethencourt described an origin of racism in the aforementioned book.

In other words, the “click”- in the symbolic sense of an equal, harmonious relationship – was lost between “Whites/Europeans” and “non-Whites/non-Europeans". Parallel to how “the click” - literally, as sound in the languages spoken by the oldest DNA bearing people in Africa - was lost in most later human languages.