‘Badal’ is een roman door Anil Ramdas, de Hindoestaans-Surinaamse schrijver, programmamaker, journalist en, wel, intellectueel.
Ik vernam in het verleden her en der van Anil Ramdas, zijn manier van spreken en schrijven, en daardoor zijn interesses en meningen. Hij presenteerde samen met Stephan Sanders het boeiende tv-programma Het Blauwe Licht, dat de VPRO zo’n 12 jaar geleden uitzond, over de diepere betekenis van tv-beelden. Ramdas’ open blik en neiging tot diepgang kwamen mij sympathiek voor. Mogelijk omdat het gepaard leek te gaan met een luchtige relativering. Ook zijn beeldende verhalen over en vanuit India in kranten en weekbladen, en over Suriname, las ik doorgaans met plezier. Verder vernam ik van zijn meningen over maatschappelijke thema’s in discussieprogramma’s of stukken. Zoals over de multiculturele samenleving, het culturele leven, en de politiek. Ik kende hem eigenlijk vooral als presentator, of enigszins afstandelijke commentator, zonder overal al te direct zijn mening openlijk te uiten. Daarin verschilt hij wellicht van zijn vriend, schrijver en columnist Stephan Sanders, wier hoogstpersoonlijke, intieme en toch doordachte meningen minder verhuld tot het publiek komen.
Aan de andere kant maakt dat meer persoonlijker werk, zoals romans, biografische uitwijdingen, of bepaalde essays, juist van Anil Ramdas, des te interessanter. Jezelf mysterieus genoeg houden om duurzaam interessant te blijven is op zich een prestatie. Wel een prestatie die meer bewondering dan warme gevoelens oproept, maar Ramdas toont zichzelf redelijk open, waardoor hij wel warm over komt. Het heeft het effect dat je het gevoel krijgt dat hij iets verhult van zichzelf, maar niet iets onprettigs. Uit verlegenheid, ongemak, eerder dan hypocrisie en/of kwader trouw.
In de roman ‘Badal’ wordt weinig verhuld, maar het is ook formeel fictief. Aan de andere kant is het overduidelijk autobiografisch. De hoofdpersoon Badal is een Hindoestaanse Surinamer in Nederland, werkend als journalist, correspondent, maatschappelijk commentator, schrijver, en televisiemaker. Dat zijn wel heel veel overeenkomsten met Anil zelf. Hij was correspondent in India in het boek, net als Ramdas in het echt was. Badal is gewoon Anil, zou je geneigd zijn te denken. Badal’s vriendenkring in het boek omvat ene Henry, die wel heel erg aan Stephan Sanders doet denken, met diens diepgaande, individualistische analyses, en diens homoseksualiteit. Veel overeenkomsten met de schrijver zelf dus.
Het is duidelijk een meningen-/ideeënroman. Anil’s, eh sorry.. Badal’s meningen en visie op de Nederlandse maatschappij en diens ontwikkeling zou je elitair kunnen noemen. Zo heeft Badal het over "white trash", blanke, volgens hem onderontwikkelde mensen, als teken van gebrekkige maatschappelijke beschaving. Cultuurbarbaren in zijn beleving: anti-intellectuelen die streven naar oppervlakkig vermaak, diepgang vermijden, en die hun rancune en haat makkelijk botvieren of in ieder geval niet relativeren. Wat dat laatste betreft doelt hij met name op het stemmen op populistische partijen als van Geert Wilders. Badal wil in de roman een analytisch/filosofisch stuk schrijven over white trash mensen, en gaat daarom in Zandvoort wonen, waar relatief veel vertegenwoordigers van die groep zouden wonen. Dat is één lijn van de roman. Er is weinig echt contact met white trash mensen overigens: het gaat vooral om de denkwereld van Badal en relaties en gesprekken met zijn vrienden, vriendinnen en familie. Vaak, maar niet altijd, ook Hindoestanen, en verder wat elitaire vrienden.
Dan is er de andere verhaallijn: Badal’s problematische huwelijk en band met kinderen, welke voornamelijk een afstandelijke band is. Dit hangt samen met een derde, significante lijn: Badal drinkt nogal veel en is in feite alcoholist. De hele roman door worden er flessen wijn, whiskey en andere drank genuttigd door Badal, met diens dronkenschap als terugkerende staat.
De verhaallijn van de drankzucht en hoe dat zijn (familie)relaties beïnvloedt wordt vaardig verteld, maar is niet erg origineel. Het thema komt vaker terug in de Nederlandse en internationale literatuur. Origineler wordt de roman door de combinatie met andere karaktertrekken en interesses van de hoofdpersoon Badal. Deze drinkt veel, en kan gerust een alcoholist genoemd worden. Maar wel een met een diepe maatschappelijke en politieke interesse, originele meningen, en in het algemeen in het bezit van een sterke persoonlijkheid. Dat laatste vond ik wel bijzonder, omdat ik om de een of andere reden alcoholist-zijn meer associeer met een zwakke persoonlijkheid.
Die maatschappelijke meningen van Badal zijn eigenlijk geen bijzaak in de roman, maar in zekere zin de hoofdmoot. Deze uiten zich onder meer in gesprekken van Badal met anderen. Daarom is dit naar mijn idee een ideeënroman. De ideeën betreffen dus die white trash populatie, maar ook de opkomst van Geert Wilders’ PVV, het klimaat van haat in Nederland dat volgens Badal daarmee samen hangt, en ook het koloniale verleden van Europa. “Beschaving” is hierbij een rode draad in Badal’s meningen. White trash zijn onbeschaafde mensen, het kolonialisme had volgens hem tenminste nog de ambitie om te “beschaven”, ondanks negatieve aspecten.
Aan de andere kant uit hij ook kritiek op het Westen en diens superioriteitswaan. Dat is wat inconsequent. Toch kan die inconsequentie ook door andere dingen komen: gespletenheid door het opgroeien in een voormalige kolonie, Suriname in dit geval. Dominante waarden zijn in (voormalige) kolonies de Europese, maar die zijn toch extern aan je eigen achtergrond, waarvan andere waarden voortleven. Cultuurcontact is dan onvermijdelijk, zelfs voor een cultuur die liever gesloten blijft (zoals relatief sterk voor de Hindoestaanse gold/geldt).
Die gespletenheid komt interessant naar voren in deze roman. Badal lijkt zich zeer thuis te voelen in de Indiase en Hindoestaanse cultuur. Hij weet veel over India, de Indiase cultuur, Hindoestaanse Surinamers, maar beperkt zich daar niet toe. Hij beschouwt ook andere bevolkingsgroepen, zoals zwarten, verschillende Nederlanders, en Britse kolonisatoren in India. Nu en in het verleden. Zijn wat elitaire visie op beschaving doet hem af en toe apologistische meningen hanteren, zoals over ook de goede dingen die het Britse kolonialisme naar India gebracht zou hebben. Zelfs voor Columbus heeft hij positieve kwalificaties, omdat hij tenminste bredere ambities voor de wereld gehad zou hebben, tegelijkertijd erkennend dat Columbus ook een racist was. Er zijn hier dus overeenkomsten met de eveneens(koloniaal) ”apologisme” verweten Indo-Trinidadiaanse schrijver V.S. Naipaul. Inderdaad min of meer vereerd door Badal in de roman.
Verder heeft hij kritiek op Wilders en diens aanhangers en stemmers. Volgens hem wachten deze mensen slechts op een aanleiding om hun haat te kunnen uiten tegen bepaalde mensen. Ook bekritiseert hij echter bepaalde “gekleurde” intellectuelen, met name diegenen onder hen zonder ironie: “quasi-intellectuelen” noemt hij deze. Echte intellectuelen hebben ironie, meent hij dus. Ik kan het daar wel mee eens zijn.
Gespletenheid is er ook in Badal’s gedrag. Hij zondert zich de ene keer graag af, de andere keer is hij weer een aanhankelijk sociaal dier. Dan praat hij met mede-intellectuelen en goede vrienden, dan weer met “gewone” mensen, zoals in de kroeg.
Het is denk ik het thema van gespletenheid dat de verschillende lijnen in het verhaal verbindt, inclusief het alcoholisme. De overgangen tussen nuchter en dronken zijn van Badal vormen op zichzelf ook een gespletenheid, die de diepere gespletenheid weerspiegelt.
De roman is meer innerlijk dan zinnelijk. Er zijn weinig zintuiglijke beschrijvingen – ook niet echt van de terugkerende staat van dronkenschap - maar juist veel verhalen, analyses, en afstandelijkere, innerlijke gedachten die betekenis geven. Dat is op zich geen bezwaar. Wel toont dat, denk ik, nog meer die gespletenheid. Iemand die enigszins met zichzelf in de knoop zit is meer met zijn innerlijk bezig en kan minder genieten van het zintuiglijke. Eenvoudig genieten van eten, sex, een film, een kunstwerk, wat dan ook, wordt moeilijker. Het geduld en de leegte ontbreken daarvoor te veel. De white trash daarentegen kunnen zelfs van Frans Bauer’s muziek ongecompliceerd genieten, en van simpele films, of wat de commerciële zenders ook op tv uitzenden. Van groffe sex of junk food eveneens.
Badal in de roman geniet echter ook, maar dan van andere muziek (met verhalen erachter en/of complexer), intellectuele gesprekken, van veelzijdige verhalen, sociale geschiedenis, wat chaotisch en improviserend reizen, schrijvers en schrijven, maar ook van dronkenschap. Er zijn simpele en ingewikkelde genoegens.
Ik vond ‘Badal’ een lezenswaardige roman, boeiend en goed geschreven, en daarnaast met een interessante en originele combinatie van zowel maatschappelijke als menselijke diepgang. Vooral die combinatie – resulterend in een ideeënroman - vind ik goed. Zoals Confucius immers ooit zei (vrij vertaald): grote mensen (lees: geesten) praten over ideeën, middelmatige mensen over gebeurtenissen, en kleine mensen over andere mensen.
Dat wil niet zeggen dat ik het met alle meningen en ideeën van Badal eens was. Badal ging met zijn meningen soms voorbij aan de basale ontwrichting door kolonialisme – hoezeer ook gepresenteerd als beschavingsprojecten. Ook de (elitaire) suggestie - vooral impliciet – in de roman dat mensen die veel intellectuele boeken lezen, zogenaamde “hogere” kunst waarderen, en hoger opgeleid zijn als vanzelf betere, menslievende mensen zullen zijn, lijkt mij al te hoopvol. Om niet te zeggen onrealistisch. Daarnaast verschilde ik ook van mening met Badal over kleinere zaken.
Hoe dan ook zijn het voor een groot deel, vind ik, die maatschappelijke beschouwingen en analyses in ‘Badal’ die de roman tegelijkertijd bijzonder en boeiend maken, samen met de boeiend weergegeven menselijke gespletenheid. Een aanrader.
Boekgegevens:
Badal: roman: Anil Ramdas. - 411 p. - Amsterdam : De Bezige Bij, 2011. ISBN: 9789023459040
Posts tonen met het label kolonialisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kolonialisme. Alle posts tonen
zondag 4 september 2011
donderdag 3 juni 2010
Schuldcomplex
Interessant begrip: schuldcomplex. Ik hoor het eigenlijk vaker in het Engels.
Malcolm X gebruikte “guilt complex” om het onvermogen dan wel de onwil van de autoriteiten in de VS en de blanke meerderheid in dat land om de positie van zwarten te verbeteren te verklaren. Interessante en waarschijnlijk terechte verklaring, maar er zitten meer interessante aspecten aan dit begrip. Op het niveau van het individu, alsook op het niveau van naties, groepen en dergelijke.
Het is overal ter wereld, en in vele verschillende contexten, van toepassing, maar laat ik het nu maar toepassen op iets wat ik pas heb bezocht. Het betreft het Museo de America (Museum van Amerika) in Madrid, Spanje.
Ik ben vaker in Madrid geweest, heb er de nodige familie wonen (ik ben half-Spaans van afkomst), maar gebruikte toch voor het gemak een reisgids. Ik ging samen met een vriend, tevens ooit studiegenoot.
De reisgids was van Lonely Planet – de uitgever ‘comme il faut’ in zogenaamd alternatieve kringen ‘ – en ik las er regelmatig in. Het gaf ook wel nuttige tips, ook enkele verkeerde, en daarnaast redelijk uitgebreide achtergrondinformatie.
Na op de eerste dag al aardig wat gedaan en gezien te hebben op de “city trip”, stelde ik de dag erop voor om naar dit museum te gaan, waar ik wel iets positiefs van iemand over had gehoord: Museo de America. Over het koloniale verleden van Spanje en Amerika, uiteraard. De reisgids was ook positief, maar had wel een kanttekening in niet veel meer dan een bijzin, namelijk dat het weinig zelfkritisch was (letterlijk “excellent, if largely unselfcritical museum”). Vele oorspronkelijke bewoners werden immers, tja, uitgeroeid. In sommige delen van Amerika weliswaar wat meer dan elders, maar in het algemeen zeker. De komst van Columbus in 1492 leidde onderdrukking en dus die uitroeing in, en verder volgde slavernij, invoer van tot slaaf gemaakte mensen uit Afrika, ongelijkheid, en onrechtvaardigheid.
De omgang met het koloniale verleden is bij uitstek een voorbeeld van hoe zo’n schuldcomplex werkt op nationaal/landelijk niveau. Natuurlijk niet alleen in Spanje. Spijtbetuigingen over het slavernijverleden zijn er bijvoorbeeld in Nederland, Groot-Brittannië en andere Europese landen geweest. Echter: het bewust gekozen woord “spijtbetuiging” is iets anders dan “schuldbekentenis”: dat laatste werd juridisch moeilijker, daar het de weg zou openen voor “herstelbetalingen” waar een deel van de Afrikaanse diaspora – de nakomelingen van naar het Westen onder dwang vervoerde slaven – voorstander van is.
De schuld is er, maar wordt “complex” gemaakt om bijvoorbeeld juridische redenen. De term “hypocrisie” is hier zonder meer op van toepassing.
Menselijke verhoudingen zijn moeilijk en dubbel. “Complex” inderdaad. Of iets alleen de schuld van de één is, is in sommige gevallen moeilijk te zeggen. Op individueel niveau is dat merkbaar bij ruzies: wie begon, wie provoceerde? Ook daar kan de schuld uiteindelijk wat meer bij de ene partij liggen. De betrokken partijen zullen de omstandigheden vaak in hun eigen voordeel uit willen leggen. Dit is ook geschiedvervalsing.
Geschiedvervalsing, bijvoorbeeld over het koloniale verleden, is in verhulde vorm eigenlijk lang de norm geweest. De nadruk in de geschiedenisboeken in Nederland lag tot voor kort op heldendaden, veroveringen en verspreiding van culturen. Dat is deels nog zo.
Geschiedvervalsing en het schuldcomplex gaan altijd samen. Het een kan niet zonder het ander. Om dezelfde reden dat criminelen vaak leugenachtig zijn.
Affijn, ik vroeg me af hoe dit in Spanje was. Was het in dat opzicht (evenals over Portugal wordt betoogd) achter gebleven, of meer verschillend? Hypocrisie (zoals “arguably” in Nederland en Groot-Brittannië), of ontkenning en onverschilligheid over koloniale misdaden (zoals “arguably” in Spanje). Ik weet niet wat erger is.
Ik ging er dus als kritisch museumbezoeker heen. Het Museo de America bevindt zich iets ten noordwesten, even erbuiten, van het centrum van Madrid, nabij het Parque del Oeste (Westelijk Park), in een rustige, redelijk groene, en wat ruim opgezette buurt. Metrostation Moncloa, daar moesten we uitstappen.

Nabij dit metrostation stond (waarschijnlijk toevallig) ook iets anders waar de term “schuldcomplex” relevant geacht kan worden. Een door vroegere dictator Francisco Franco, in de 50er jaren, de fascistische tijd dus, gebouwde Romeinse-stijl boog, genaamd Arco de la Victoria, wat betekent Ark van de Overwinning (zie foto hierboven). De overwinning zijnde die van de Rechts-fascistische troepen van Franco van de Spaanse Burgeroorlog.
Fascistische grootheidswaan en zonder meer “fout”, dit monument. Een deel van de versieringen zijn inmiddels weg gehaald, dat wel.
Er zal schaamte over zijn bij de Spanjaarden over die dictatoriale periode tot 1975, wellicht ook een schuldcomplex, maar dat is bij een allenheerser lastig te beoordelen. Wat ik begrepen heb van mensen die in de Franco-tijd opgroeiden (zoals mijn moeder) is dat een aantal mensen, met name de bevoorrechte klassen, gedijden door en profiteerden van de gebrekkige rechtsbescherming van vele arbeiders. Er was censuur en repressie, de Katholieke Kerk had een perverse macht in zo’n conservatief klimaat, en er was de nodige geschiedvervalsing (het schuldcomplex van Franco en de zijnen: vele tegenstanders zijn ook na de Burgeroorlog om het leven gebracht).
Stuitend is bijvoorbeeld dat de Holocaust niet werd onderwezen of anderszins werd gebracht aan/tot de meeste Spanjaarden in het land: mijn moeder hoorde pas echt van de Holocaust toen zij naar Nederland migreerde in de jaren 60. Reden: Hitler was ook een fascist, en had, samen met Mussolini, militaire steun verleend aan Franco in de Burgeroorlog. Openlijk, structureel antisemitisme was misschien geen deel van het Franco-regime, maar deze Holocaust-“ontkenning” was er in ieder geval niet bepaald het tegendeel van.
In het onderwijs lag daarnaast in Franco-Spanje met betrekking tot Amerika en het Spaanse wereldrijk de nadruk op de “glorie” die Spanje bracht en allerlei volkeren tot een superieure cultuur van Hispanidad bracht: geen direct, doch wel indirect racisme dus.
Is dat inmiddels veranderd, in 2010? Op loopafstand, bijna op zicht-afstand van de Boog uit de Franco-tijd lag dus het museum over Amerika waar ik dat kon nagaan. Eén van de grootste musea over Spanje’s koloniale verleden, toch. Ik had de kanttekening “if rather unselfcritical” in mijn hoofd, maar wilde niet alleen kritisch maar ook open blijven.

Zicht op het museum van buiten
Ik heb inmiddels vele musea bezocht in mijn leven, en het bevalt me meestal. Gedoseerde kennis, feitelijk, neutraal, en goed gepresenteerd over een bepaald thema kan op een plezierige manier leerzaam zijn.
Dat gold ook voor de Museo de America. Het opende met de mythevorming over America in Europa. De beelden over kannibalen, monsters en andere culturen en hoe die in Europa bestonden over de “ander” in het door Columbus bereikte continent. Een interessante manier om te openen, en niet per se pro-koloniaal.
Daarna volgden vele gebruiksvoorwerpen van Amerindianen zoals aangetroffen door de Spaanse veroveraars, en ook uit andere Spaanse koloniën, zoals de Filippijnen of Guam.
Er waren meerdere video’s, algemene schetsen van het “koloniale project”, raciale indelingen en vermengingen. Slavernij van Afrikanen kreeg ook – zij het beperkt - aandacht.
De nadruk lag op de Amerindiaanse samenlevingen (de Azteken, Inca’s en andere volkeren): via voorwerpen, films, nagebouwde woningen e.a. werden hun samenlevingen, wereldbeeld, religie etcetera goed en uitgebreid geschetst. Er waren zeker interessante stukken tussen en je kreeg zeker veel mee over de Amerindiaanse culturen op het moment dat en vóór de Spanjaarden kwamen. Het Museo de America is dus vooral historisch, maar de vernietiging van deze culturen en samenlevingen kreeg inderdaad zeer summier aandacht. In die zin was ook de behandelde geschiedenis wat beperkter dan de naam van het museum doet vermoeden. De link naar het heden (restanten van die culturen in Peru, Bolivia en elders) ontbrak, om maar iets te noemen, en ook nogmaals de slavernij van Afrikanen (ooit ter vervanging van uitgestorven Amerindianen in onder meer de Caraïben) kreeg summier aandacht.
De gegeven informatie zelf leek mij neutraal en correct. Met respect ook wel: gelukkig geen beeld van “barbaren” die beschaafd moesten worden.
Echter: zelfkritiek over het Spaanse koloniale verleden, over de genocidale gevolgen van de veroveringen, ontwrichting van samenlevingen, slavernij etcetera was er niet.
Ik weet alleen niet of er elders in Madrid (zoals de in hetzelfde stadsdeel liggende grote Complutense universiteit), of Spanje als geheel, wel kritische aandacht voor het koloniale verleden is of dat je daarvoor, net als destijds in het geval van de Holocaust, vooral naar het buitenland moet...
Malcolm X gebruikte “guilt complex” om het onvermogen dan wel de onwil van de autoriteiten in de VS en de blanke meerderheid in dat land om de positie van zwarten te verbeteren te verklaren. Interessante en waarschijnlijk terechte verklaring, maar er zitten meer interessante aspecten aan dit begrip. Op het niveau van het individu, alsook op het niveau van naties, groepen en dergelijke.
Het is overal ter wereld, en in vele verschillende contexten, van toepassing, maar laat ik het nu maar toepassen op iets wat ik pas heb bezocht. Het betreft het Museo de America (Museum van Amerika) in Madrid, Spanje.
Ik ben vaker in Madrid geweest, heb er de nodige familie wonen (ik ben half-Spaans van afkomst), maar gebruikte toch voor het gemak een reisgids. Ik ging samen met een vriend, tevens ooit studiegenoot.
De reisgids was van Lonely Planet – de uitgever ‘comme il faut’ in zogenaamd alternatieve kringen ‘ – en ik las er regelmatig in. Het gaf ook wel nuttige tips, ook enkele verkeerde, en daarnaast redelijk uitgebreide achtergrondinformatie.
Na op de eerste dag al aardig wat gedaan en gezien te hebben op de “city trip”, stelde ik de dag erop voor om naar dit museum te gaan, waar ik wel iets positiefs van iemand over had gehoord: Museo de America. Over het koloniale verleden van Spanje en Amerika, uiteraard. De reisgids was ook positief, maar had wel een kanttekening in niet veel meer dan een bijzin, namelijk dat het weinig zelfkritisch was (letterlijk “excellent, if largely unselfcritical museum”). Vele oorspronkelijke bewoners werden immers, tja, uitgeroeid. In sommige delen van Amerika weliswaar wat meer dan elders, maar in het algemeen zeker. De komst van Columbus in 1492 leidde onderdrukking en dus die uitroeing in, en verder volgde slavernij, invoer van tot slaaf gemaakte mensen uit Afrika, ongelijkheid, en onrechtvaardigheid.
De omgang met het koloniale verleden is bij uitstek een voorbeeld van hoe zo’n schuldcomplex werkt op nationaal/landelijk niveau. Natuurlijk niet alleen in Spanje. Spijtbetuigingen over het slavernijverleden zijn er bijvoorbeeld in Nederland, Groot-Brittannië en andere Europese landen geweest. Echter: het bewust gekozen woord “spijtbetuiging” is iets anders dan “schuldbekentenis”: dat laatste werd juridisch moeilijker, daar het de weg zou openen voor “herstelbetalingen” waar een deel van de Afrikaanse diaspora – de nakomelingen van naar het Westen onder dwang vervoerde slaven – voorstander van is.
De schuld is er, maar wordt “complex” gemaakt om bijvoorbeeld juridische redenen. De term “hypocrisie” is hier zonder meer op van toepassing.
Menselijke verhoudingen zijn moeilijk en dubbel. “Complex” inderdaad. Of iets alleen de schuld van de één is, is in sommige gevallen moeilijk te zeggen. Op individueel niveau is dat merkbaar bij ruzies: wie begon, wie provoceerde? Ook daar kan de schuld uiteindelijk wat meer bij de ene partij liggen. De betrokken partijen zullen de omstandigheden vaak in hun eigen voordeel uit willen leggen. Dit is ook geschiedvervalsing.
Geschiedvervalsing, bijvoorbeeld over het koloniale verleden, is in verhulde vorm eigenlijk lang de norm geweest. De nadruk in de geschiedenisboeken in Nederland lag tot voor kort op heldendaden, veroveringen en verspreiding van culturen. Dat is deels nog zo.
Geschiedvervalsing en het schuldcomplex gaan altijd samen. Het een kan niet zonder het ander. Om dezelfde reden dat criminelen vaak leugenachtig zijn.
Affijn, ik vroeg me af hoe dit in Spanje was. Was het in dat opzicht (evenals over Portugal wordt betoogd) achter gebleven, of meer verschillend? Hypocrisie (zoals “arguably” in Nederland en Groot-Brittannië), of ontkenning en onverschilligheid over koloniale misdaden (zoals “arguably” in Spanje). Ik weet niet wat erger is.
Ik ging er dus als kritisch museumbezoeker heen. Het Museo de America bevindt zich iets ten noordwesten, even erbuiten, van het centrum van Madrid, nabij het Parque del Oeste (Westelijk Park), in een rustige, redelijk groene, en wat ruim opgezette buurt. Metrostation Moncloa, daar moesten we uitstappen.

Nabij dit metrostation stond (waarschijnlijk toevallig) ook iets anders waar de term “schuldcomplex” relevant geacht kan worden. Een door vroegere dictator Francisco Franco, in de 50er jaren, de fascistische tijd dus, gebouwde Romeinse-stijl boog, genaamd Arco de la Victoria, wat betekent Ark van de Overwinning (zie foto hierboven). De overwinning zijnde die van de Rechts-fascistische troepen van Franco van de Spaanse Burgeroorlog.
Fascistische grootheidswaan en zonder meer “fout”, dit monument. Een deel van de versieringen zijn inmiddels weg gehaald, dat wel.
Er zal schaamte over zijn bij de Spanjaarden over die dictatoriale periode tot 1975, wellicht ook een schuldcomplex, maar dat is bij een allenheerser lastig te beoordelen. Wat ik begrepen heb van mensen die in de Franco-tijd opgroeiden (zoals mijn moeder) is dat een aantal mensen, met name de bevoorrechte klassen, gedijden door en profiteerden van de gebrekkige rechtsbescherming van vele arbeiders. Er was censuur en repressie, de Katholieke Kerk had een perverse macht in zo’n conservatief klimaat, en er was de nodige geschiedvervalsing (het schuldcomplex van Franco en de zijnen: vele tegenstanders zijn ook na de Burgeroorlog om het leven gebracht).
Stuitend is bijvoorbeeld dat de Holocaust niet werd onderwezen of anderszins werd gebracht aan/tot de meeste Spanjaarden in het land: mijn moeder hoorde pas echt van de Holocaust toen zij naar Nederland migreerde in de jaren 60. Reden: Hitler was ook een fascist, en had, samen met Mussolini, militaire steun verleend aan Franco in de Burgeroorlog. Openlijk, structureel antisemitisme was misschien geen deel van het Franco-regime, maar deze Holocaust-“ontkenning” was er in ieder geval niet bepaald het tegendeel van.
In het onderwijs lag daarnaast in Franco-Spanje met betrekking tot Amerika en het Spaanse wereldrijk de nadruk op de “glorie” die Spanje bracht en allerlei volkeren tot een superieure cultuur van Hispanidad bracht: geen direct, doch wel indirect racisme dus.
Is dat inmiddels veranderd, in 2010? Op loopafstand, bijna op zicht-afstand van de Boog uit de Franco-tijd lag dus het museum over Amerika waar ik dat kon nagaan. Eén van de grootste musea over Spanje’s koloniale verleden, toch. Ik had de kanttekening “if rather unselfcritical” in mijn hoofd, maar wilde niet alleen kritisch maar ook open blijven.

Zicht op het museum van buiten
Ik heb inmiddels vele musea bezocht in mijn leven, en het bevalt me meestal. Gedoseerde kennis, feitelijk, neutraal, en goed gepresenteerd over een bepaald thema kan op een plezierige manier leerzaam zijn.
Dat gold ook voor de Museo de America. Het opende met de mythevorming over America in Europa. De beelden over kannibalen, monsters en andere culturen en hoe die in Europa bestonden over de “ander” in het door Columbus bereikte continent. Een interessante manier om te openen, en niet per se pro-koloniaal.
Daarna volgden vele gebruiksvoorwerpen van Amerindianen zoals aangetroffen door de Spaanse veroveraars, en ook uit andere Spaanse koloniën, zoals de Filippijnen of Guam.
Er waren meerdere video’s, algemene schetsen van het “koloniale project”, raciale indelingen en vermengingen. Slavernij van Afrikanen kreeg ook – zij het beperkt - aandacht.
De nadruk lag op de Amerindiaanse samenlevingen (de Azteken, Inca’s en andere volkeren): via voorwerpen, films, nagebouwde woningen e.a. werden hun samenlevingen, wereldbeeld, religie etcetera goed en uitgebreid geschetst. Er waren zeker interessante stukken tussen en je kreeg zeker veel mee over de Amerindiaanse culturen op het moment dat en vóór de Spanjaarden kwamen. Het Museo de America is dus vooral historisch, maar de vernietiging van deze culturen en samenlevingen kreeg inderdaad zeer summier aandacht. In die zin was ook de behandelde geschiedenis wat beperkter dan de naam van het museum doet vermoeden. De link naar het heden (restanten van die culturen in Peru, Bolivia en elders) ontbrak, om maar iets te noemen, en ook nogmaals de slavernij van Afrikanen (ooit ter vervanging van uitgestorven Amerindianen in onder meer de Caraïben) kreeg summier aandacht.
De gegeven informatie zelf leek mij neutraal en correct. Met respect ook wel: gelukkig geen beeld van “barbaren” die beschaafd moesten worden.
Echter: zelfkritiek over het Spaanse koloniale verleden, over de genocidale gevolgen van de veroveringen, ontwrichting van samenlevingen, slavernij etcetera was er niet.
Ik weet alleen niet of er elders in Madrid (zoals de in hetzelfde stadsdeel liggende grote Complutense universiteit), of Spanje als geheel, wel kritische aandacht voor het koloniale verleden is of dat je daarvoor, net als destijds in het geval van de Holocaust, vooral naar het buitenland moet...
Labels:
Amerika,
geschiedenis,
kolonialisme,
museum,
Spanje
Abonneren op:
Posts (Atom)
