Posts tonen met het label gender. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gender. Alle posts tonen

woensdag 3 november 2021

Mannen van Nederland

Het boek ‘De mannen van Nederland: het onverbiddelijke oordeel van buitenlandse vrouwen’, komt uit 2001, en is door Franse journaliste, correspondent in Nederland voor het Franse dagblad Libération, Sophie Perrier. Perrier baseert zich op interviews met verschillende buitenlandse vrouwen over hun relaties met Nederlandse mannen, nu en in het verleden. De betreffende vrouwen zijn Europees, Afrikaans, Aziatisch, Midden-Oosten, en Latijns-Amerikaans.

Ik begreep al snel dat met de “Nederlandse mannen” in kwestie zogenaamde “autochtone” mannen werden bedoeld, en niet mannen in Nederland geboren uit, zeg, Marokkaanse, Italiaanse, of Surinaamse ouders.

HOLANDESES HOLANDESES

Dat is niet in alle gevallen duidelijk, en men kan immers, om dat rare woord maar weer eens te gebruiken: “vernederlandst” zijn. Bij nader lezen betrof het echter, zoals het in het Spaans wel (via “herhaling ter nadruk”) wordt gezegd, “holandeses holandeses”, niet alleen geboren maar ook etnische Nederlanders dus.

Ikzelf ben geboren in Nederland, maar ben geen “etnische Nederlander”, of “holandés holandés”, hoe je het ook noemen wilt: mijn vader is Italiaans, mijn moeder Spaanse. Ik werd in het begin ook vooral Spaanstalig opgevoed, en kreeg dus thuis verschillende culturen mee: van elkaar (hoewel met een “Latijnse” overeenkomst), en van de Nederlandse buitenwereld.

Ik praatte uiteraard met vrouwen van mijn familie, en mijn moeder had veel Spaanstalige vriendinnen (Latijns-Amerikaanse en Spaanse, daarnaast ook wel Italiaanse) waarvan een flink deel met Nederlanders samenwoonden of waren gehuwd. Soms waren gesprekken open, dus die verhalen over cultuurverschillen hoorde ik al in mijn jeugd.

GLOBAAL

Dit boek door Perrier sluit daarop aan, kun je zeggen, maar vond ik daardoor ook interessant. Het verbreedde het perspectief ook voor mij. Tussen de vrouwen met Nederlandse mannen/echtgenoten die Perrier interviewde zaten een Spaanse, een Colombiaanse, een Mexicaanse, een Argentijnse, en een Italiaanse – zoals in mijn moeder’s vriendenkring destijds. Herkenbaar dus.

Er waren echter ook vrouwen bij uit Malawi/Engeland, België, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Frankrijk, en Zwitserland,uit Oost-Europa: een Kroatische, Russische, en Poolse, en meer zuidelijk een Portugese en Griekse. Daarnaast echter ook vrouwen uit Israël, Turkije, en Irak, en nog verder weg, China, Japan, Zuid-Afrika, VS, en Suriname.

Een beetje geconcentreerd op Europa, maar verder een bont, globaal geheel, en het vereist goed schrijverschap om daar iets leesbaars van te maken. Daar slaagt Sophie Perrier zonder meer goed in. Ze haalt goed de algemene lijnen eruit, resulterend in gebalanceerde, redelijke conclusies over de meningen wat betreft cultuurverschillen in man-vrouw verhoudingen. Wat anekdotisch is de opzet wel, maar daar hoeft niets mis mee te zijn. De vrouwen vergelijken hun Nederlandse partners vaak simpelweg met de mannen (“ex-en” ) in hun eigen land – uit hun eigen volk - waar ze eerder intieme relaties mee hadden.

Dit levert allemaal misverstanden op, die Perrier met veel humor opschrijft, maar ook met kennis van de Nederlandse cultuur.

Die “quasi-herkenning” – ook door wat ikzelf al eerder hoorde – maakt het voor mij ook leuk om te lezen, naast de relativerende, “droge” humor van Perrier.

Het was dus zowel prettig leesbaar en informatief gebracht, maar genoeg over de vorm. Het gaat om de inhoud. Wat “herken” ik dan wel over cultuurverschillen? Wat zou kunnen kloppen? Is dat niet te simplistisch of generaliserend, op basis van wat ik weet?

Ik had veel “lachmomenten” in het boek, en door humor leer je vaak toch ook diepere waarheden.

EMANCIPATIE EN CALVINISME

Perrier ziet veel trekken van Nederlandse mannen als het gevolg van zijn relatieve geëmancipeerdheid en sterke geloof in vrouwengelijkwaardigheid, vanwege invloedrijke democratische moderniseringsgolven in Nederland sinds de 1960s. De “usual suspects”: de meer macho Arabieren, Turken, of “Latijnse” mannen, blijven daarbij ook in dit boek achter, maar buiten Scandinavië ook veel andere omliggende landen. Duitse mannen zijn ook trotser en meer macho dan Nederlanders, concludeert de geïnterviewde Duitse vrouw, en de Engelse wees erop dat Britse mannen haast “Italiaans veel” flirten met vreemde vrouwen, in ieder geval meer dan Nederlandse mannen. Zelfs Noorse en Zweedse mannen flirtten meer in het openbaar, stelden Scandinavische vrouwen in Nederland enigszins verbaasd vast.

Andere trekken – en dat vind ik wel grappig – relateert Perrier aan de Calvinistische traditie in Nederland. Dat vind ik grappig, omdat dat weleens onderschat wordt. Het historisch zo sterk aanwezige Protestantisme – specifiek het “sobere” en “strenge” Calvinisme – in Nederland, heeft onmiskenbaar de cultuur beïnvloedt.

Die Calvinistische invloed is vaak onuitgesproken sterk aanwezig in terugkerende waardensystemen, gedrags- en cultuurvormen in Nederland, maar wordt weleens vergeten of onderschat. Iemand van buiten, zoals de Française Perrier, ziet dat wellicht wat helderder, dan als je niets anders kent. Ik ken ook wat anders, maar ben wel in Nederland geboren, dus vergeet weleens hoe Calvinistisch de Nederlandse cultuur in wezen nog is.

Een voorbeeld van een Protestantse/Calvinistische trek? Het grote belang van “taal” in het oplossen van problemen: door er lang over te praten iets oplossen: dat is geen vanzelfsprekendheid in “wispelturiger” andere culturen. De Nederlands/calvinistische focus is er een op ratio, discipline, beheerst en nuchter blijven. Verder: niet teveel emoties en gevoel volgen, kalm praten, verantwoordelijk met tijd en geld omgaan, naast het alles “democratisch” en open bespreken..

Dit alles komen de vrouwen als opvallende verschillen tegen met de mannen die ze eerder hebben gehad uit hun eigen cultuur: deze laatsten waren veelal temperamentvoller en gepassioneerder, of “spannender” dan de Nederlandse mannen, maar ook vaak jaloerser, onverantwoordelijker, en ontrouwer. Het beheerste heeft dus voor- en nadelen.

Dat alles “open en democratisch” bespreken met ook je partner van de Nederlandse man, lijkt niet zozeer uit het Calvinisme te komen (met immers ook een vaste rol voor vrouwen in het huishouden), maar eerder een mooie erfenis van de democratiserende “flower power” en “hippie” tijd, de 1960s en 1970s die in Noord Europa meer invloed had dan in Zuid-Europa. Deel daarvan waren de gemengde “sociale academie” praatgroepen over samenleven, en de vrijere ontwikkeling van vrouwenemancipatie.

Dat alles levert interessante verschillen op, die derhalve representatief zijn voor de bredere cultuur.

FLIRTEN

Volgens Perrier en de Franse geïnterviewde in dit boek neigen Franse mannen net als Italianen meer naar romantiek, passie, maar ook impulsiviteit, en ontrouw, vergeleken met Nederlanders. Flirten op het werk is in Nederland niet erg gangbaar, maar juist de norm in Frankrijk, net als in bijvoorbeeld Italië en Spanje, evenals vaak op straat.

De vrouwen in dit boek, zoals de Franse en “Latijnse”, vielen dan ook op dat flirten – of je nu in een vaste relatie bent of niet - in het openbaar minder sterk is in Nederland, wat ze op het werk of in de winkel meestal wel prettig en rustig vonden. Waar je in Portugal elke dag wel, zoals de Portugese vrouw zich herinnerde, op straat wat mannen had die je aanspraken/lastig vielen met “complimenten”- waar dan ook, single of niet -, was dat in Nederland minder.

Echter op andere, “gepaste” plekken weer té weinig, vonden sommige vrouwen grappig genoeg. Als in een “sociale” bar of een studentenruimte, een daar zittende Nederlandse man zelfs geen oogcontact gunde aan nabij zittende jonge vrouwen, en gewoon geconcentreerd een krant las, werd dat als ongeïnteresseerd en “koud” gezien. Sommige van deze buitenlandse vrouwen – gewend aan aandacht - begonnen daardoor zelfs aan hun uiterlijk te twijfelen. Een ongemakkelijk, maar interessant cultuurverschil. Ook vanuit psychologisch opzicht interessant.

GESTRUCTUREERD

Grappig waren ook andere beschreven verschillen, meer uit binnen de relaties zelf. Het belang van de “agenda” voor de gestructureerde, rationale Nederlandse man lijkt een cliché, die ik ook elders vernam. Het is min of meer het tegenovergestelde van de onberekenbare “passie” die met name zuidelijkere vrouwen missen met Nederlandse mannen.

Zelfs bij het verleidingsspel en heviger verliefd worden op elkaar, aan het prille begin van de relatie. Zo vertelt een vrouw, een Griekse, dat als een Griekse man iets voor een vrouw voelt, hij haar dan ook zo snel mogelijk (vandaag of morgen) wil ontmoeten voor een date. Een vrouw vertelde dat een keer een Nederlandse man die haar blijkbaar ook leuk vond, wel een intiemere date wilde met haar, maar eerst zijn agenda moest checken. Over twee weken had hij ergens tijd, zei hij hierna plechtig..

Ik had hier weer een lachmoment. Ergens had het echter ook iets naars. Mogelijk maakte de liefde van de vrouw haar blind – of hadden ze wie weet al echt tedere, hoopvolle momenten samen gehad – maar zoiets komt mij voor als onwil, een (verhulde) afwijzing. Of als een “diss” in hip-hop taal. Geen passie genoeg om het niet twee weken uit te stellen? Of is hij gewoon voorzichtig? Ik zou ook denken dat hij ook iets met een andere vrouw had, daarnaast, eerlijk gezegd.

TROUW

Dat zou volgens anderen weer teveel wantrouwen zijn, want elders in het boek prijzen de buitenlandse vrouwen hoe relatief trouw aan hun partner Nederlandse mannen zijn: ze gaan minder vreemd.

Het komt voor, met name een kort slippertje met een collega, maar verder veel minder dan onder Zuid-Europeze, Latijnse, of zelfs Engelse mannen, menen de meeste vrouwen. Een Surinaamse vrouw zei dat een Surinaamse man vrijwel nooit trouw is in een relatie, en hetzelfde geldt voor Zuid-Europeze, Zuid-Amerikaanse, en Arabische mannen. Veel vrouwen gaan er in die culturen vanuit dat een man ergens anders ook een vrouw heeft, maar vermijden dat hele thema: als ze het samen maar leuk hebben. Hetzelfde geldt voor een eventueel “tweede man” voor een vrouw, in veel zuidelijke landen toch ook gangbaar.

Zulke complexe “dubbellevens” met maitresses, van o.m. veel Latino mannen (inclusief Fransen) vermijden nuchtere, rationale Nederlanders liever, stelt Perrier. Ze blijven echt trouw, of ze kappen het slippertje met iemand op hun werk resoluut af, of biechten deze zelfs op aan hun vrouw. Wat dat betreft lijken ze dus inderdaad trouwer en eerlijker.

“Elk voordeel heeft zijn nadeel” zei de “vercatalaanste” Nederlandse man Johan Cruyff ooit. Nederlandse mannen deden minder macho of stoer dan mannen uit hun land, vonden de meesten van de vrouwen, waren vaker wat bescheidener, en durfden zich ook zwak te tonen, wat sommige vrouwen prettiger vonden. Ze vergeleken dit met de drang naar stoerdoenerij en machismo bij de “usual suspects” (“Latijnse” en Arabische mannen), maar ook bij Duitse en Zwitserse mannen.

Nederlandse mannen hebben meer geleerd – met name sinds de eerdergenoemde “flower power” praatgroepen (“feminiserend” noemde auteur Stephan Sanders deze) - om vrouwen als gelijkwaardig te behandelen, als medemens. Echter: extra galant en respectvol, of beschermend, voor hun vrouwen zijn ze dan ook niet meer, klaagden sommige vrouwen. Geen extra complimentjes, geen attent de deur open houden, geen afscherming van druk verkeer o.a. Zelfs haar begeleiden in “gevaarlijke buurten” tot ze thuis was, vonden sommige (niet alle) Nederlandse mannen te ver gaan.

TEMPERAMENT

Het gebrek aan temperament bij de Nederlandse man wordt betreurd maar ook geprezen: Nederlandse mannen blijven rustig praten, behouden de kalmte en ratio en controleren daardoor beter de situatie, waar zuiderlingen van het ene uiterste in het andere vallen, en met name door ongemakken drukker worden of hun stem verheffen (en daarmee meestal niets bereiken).

Dit, gecombineerd met het rationeel-nuchtere, en “directe” (onverbloemd, calvinistische) van Nederlandse mannen, kan echter ook verkeerd vallen. Op een rustige, rationele manier kunnen Nederlandse mannen het meest harde of ongevoelige zeggen, alleen omdat hij het waar vindt (voorbeelden: je bent te klein, te dun of dik geworden, te druk, of te onhandig), waardoor het killer overkomt. Een Italiaanse merkte op dat Italiaanse mannen ook wel vileine, valse dingen kunnen zeggen tegen hun vrouw, maar dan als ze tijdens een felle, geagiteerde ruzie al in een woedeaanval zitten. Dat herken ik wel: hetzelfde geldt min of meer voor Spanjaarden (en ook voor Italiaanse en Spaanse vrouwen, trouwens), denk ik.

ROMANTIEK

Romantiek lijkt evenmin het sterke punt van de nuchtere Nederlandse mannen, volgens de vrouwen, samenhangend met het mindere belang van passie. Zuidelijke mannen stuurden als ze verliefd waren gedichten in het holst van de nacht aan hun geliefden, deden erg hun best, en kochten opvallend dure cadeau’s om indruk op haar te maken, zelfs met een gebrekkig inkomen. Dat gold bijvoorbeeld ook voor Arabische en Turkse mannen, zoals de ex-en van een geïnterviewde Irakese in het boek (die ook een tijd in Libanon woonde), en van een Turkse.

Met het risico het cliché van de Nederlandse zuinigheid te bevestigen, was het zo dat Nederlanders zelden dure cadeau’s kochten voor hun partners, maar ook daarbuiten wat minder te buiten gingen aan extravagante “extra” uitingen van liefde, zelfs als gratis.

Geestig ook hoe een Mexicaanse vrouw het verwoordde.. “Hij (mijn Nederlandse man) is beslist attent en toegewijd: mijn man brengt me zonder bezwaar om 5 uur ‘s-ochtend’s naar het vliegveld. Dat is zijn manier om te zeggen “ik hou van je””. Natuurlijk toon je liefde vooral met acties, maar ik vond vooral het “zijn manier” in deze laatste zin veelzeggend..

Maar zijn ze minder of eerder “anders” romantisch? Een lachmoment had ik ook toen de Franse auteur zei dat ze erachter was, wat voor Nederlandse mannen het summum van romantiek is, bevestigd door de meeste geïnterviewde vrouwen: kaarsen. Als hij kaarsen gaat aansteken, vaak met stemmige muziek, dan heeft een Nederlander romantiek in de zin..

Niet grootse, meeslepende gebaren, maar meer dagelijkse details dus, zoals ook zijn zorgen over haar welzijn (genoeg eten bij je?, voel je je prettig?) blijken voorts meer de manier van de Nederlandse man om zijn liefde of verliefdheid te uiten. Zeker niet onsympathiek, maar meerdere vrouwen misten toch wat meer hartstocht en passie. Wat meer “vuur”.

FYSIEK

Een goede brug naar het “fysieke”: onder meer de seksualiteit. Een ander aspect van het fysieke – het uiterlijk van de Nederlandse man – wordt ook wel besproken, maar summierder. Lang, blond en atletisch gebouwd vinden veel vrouwen aantrekkelijk, soms zelfs aantrekkelijker dan harige, meer gedrongen mannen in bijv. Zuid-Europa of Israël, die korter zijn, en bovendien na een bepaalde leeftijd een “buikje” krijgen, vanwege het verankerde lange tafelen in het Mediterraanse gebied.

Niet alle vrouwen vallen bovendien op lange mannen, weet ik: mijn Spaanse moeder vertelde dat ze geen mannen op etnische gronden uitsloot, maar toen ze als twintiger rond 1966 pas in Nederland was (regio Haarlem), en nogal lange Nederlandse mannen wat met haar wilden, vond ze dit juist onaantrekkelijk, en eigenlijk ook absurd en ongepast: een man waarbij ze tot net bij zijn bortskas kwam.. Mijn vader (iets langer dan haar, maar slechts een halve kop) vond ze beter passen, haha.

De vrouwen in dit boek zijn wat wisselend, ligt aan wat je type is (blond of niet), schat ik zo in, maar de meesten zien veel mooie Nederlandse mannen die er ook gezond uitzien. “Elegantie van het hoge noorden”, noemde een Israelische vrouw het zelfs lyrisch. Zij had het over fysieke verschijning. Minder “elegant” wordt de te vaak te informele kleding van Nederlanders gevonden, zelfs in hoge posities, hoewel sommige van de vrouwen die mindere neiging tot “formele kleding”, juist als vrij en onconventioneel waardeerden.

Een van de goede dingen – ik bedoel dit “goede” zonder ironie – van die gemengde “feminiserende” praatgroepen in de democratiserende flower power-tijd, en onderwijs en voorlichting erna, is dat Nederlandse mannen vrouwen als gelijkwaardig gingen zien, en er een taboe kwam op al te zeer aandringen of seks eisen, vaak immers ook een gevolg van een verwachte onderdanigheid. Dat is een mooi iets. Het kan de seks ook mooier maken, denk ik: er lopen nog opvallend veel volwassen mannen rond in deze wereld die niet weten dat een vrouw meer erogene zone’s heeft dan een man. Nog minder zijn er in geïnteresseerd.

Het kan ook doorslaan, leken de vrouwen in dit boek toch te zeggen, zoals de Portugese die vertelde al weken, meerdere dagen per week, met een Nederlandse man te daten, die maar geen toenaderingspoging deed. Ze werd van zoveel aarzeling directer en zei: ik kom naar jouw huis. Het werd wat intiemer sindsdien, maar hij schrok in eerste instantie, vertelde ze.

Naast deze voorzichtige, over-respectvolle geëmancipeerde Nederlandse mannen, zeiden sommige vrouwen – zoals een Mexicaanse – dat er ook juist heel gehaaste en directe Nederlandse mannen zijn, die direct willen zoenen, zonder spel of sensualiteit, en zelfs direct zeggen dat ze seks willen. Dat vonden ze ook weer lelijk en kleurloos.

In andere culturen gaan dingen indirecter, omfloerster, en speelser, met name ook de mogelijke kans op seksualiteit. Of het beter is weet ik niet, maar het vrouwelijke “net doen of ze niet willen” is gangbaarder in andere delen van Europa, soms ook om uit te testen of de man wel echt wil, zoals een Kroatische het uitlegde.

Een Chinese vertelde dat ook bij het daten, en eventuele seks, lang veel onzeker blijft: ja of nee?. Ze vond dat juist plezierig, en noemde die onzekerheid zelfs “zoet”.

SEKS

Over de seks zelf zijn de vrouwen eerder positief dan “onverbiddelijk” zoals in de ondertitel van dit boek staat. Nederlandse mannen willen vaak een vrouw niet dwingen, en proberen zacht, zorgzaam en gelijkwaardig in bed te zijn: zij mag genieten. Ze geven aandacht aan het voorspel en blijven communiceren. Dat is ook positief, en zeker moreel, maar meerdere vrouwen klagen nog wel over het te “ingehouden” zijn, en de rationele, vaak prozaïsche benadering van seks als gewoon en gezond in het moderne Nederland. Te routinematig en gedemystificeerd. Meerdere vrouwen, inclusief Britse en Scandinavische vrouwen, vonden mannen uit hun landen wat experimenteler in bed, mogelijk omdat Nederland inmiddels minder “taboes” heeft te doorbreken. Dat vinden Nederlandse mannen dus niet meer zo “spannend grensverleggend”.

Dat haalt blijkbaar veel romantiek, magie, en gevoel weg, en maakt de seks wel heel “lichamelijk” en plastisch met deze Nederlandse mannen. Met mannen uit hun eigen landen vonden vrouwen de seks vaak “vuriger”, hoewel nogal “male-centered”, wijzend op minder geëmancipeerde mannen in andere culturen. Een Spaanse homo vertelde lyrisch dat Spaanse mensen relatief meer “hart” en passie in de seks leggen, waardoor je mooier samensmelt met je partner. Een Italiaanse ervoer echter dat zulke grotere passie bij Italiaanse mannen, uiteindelijk wel vaak omslaat in macho egoïsme: het gaat toch vooral om hem.

Dit laatste was ook zo in landen waar vrouwen nog als gebruiksvoorwerpen/gedienstig aan de man en diens gerief werden gezien, zoals bij veel – weer zo vooroordeelbevestigend - Arabische en Turkse mannen, maar ook Kroatische en Russische mannen prefereren onderdanige vrouwen, en ook Duitse en Oostenrijkse mannen zijn in bed baziger en minder democratisch dan Nederlandse mannen, zo blijkt uit dit boek. Dat is een plus voor Nederlandse mannen, alleen benaderen Nederlanders seks volgens diezelfde vrouwen wel weer met te weinig gevoel en passie.

Grappig genoeg gaven sommige van de vrouwen toe het juist een leuke uitdaging om toch dat gevoel in die ingehouden Nederlandse man tijdens de seks naar boven te halen, hem passievoller te maken.

STEL

In een ander hoofdstukje behandelt Perrier of Nederlandse mannen jaloers zijn in relaties, toch wat aansluitend het “macho” hoofdstuk. Nederlandse mannen blijken relatief minder jaloers, zo bleek voorspelbaar. In een ander verwant hoofdstukje wordt het stel zelf besproken: doen ze alles samen, of houden ze hun eigen, onafhankelijke leven? Nederlanders laten hun vrouwen relatief vrij, maar willen zelf ook vrij blijven. Niet alles hoeft met haar, en daar schrokken vrouwen van, die het idee van “onszelf samen door het moeilijke leven slaan” juist zo romantisch en liefdevol vonden. “Liefde is samen blut zijn”, rapte de Nederlandse rapper Extince ook ooit mooi.

De romantiek van: “We hebben weinig, maar wel elkaar”, klinkt mooi, maar veel Nederlanders hebben inmiddels genoeg of zelfs veel. Naast de relatieve welvaart kan een sterkere individualisering een rol spelen, denk ik, waardoor dit type romantiek hier wat schaarser is.

Ik kan ook het ergste denken, namelijk dat de Nederlandse man alleen echt “samen strijdt” en “diep gaat” met vrouwen van zijn eigen volk, maar laat ik er vanuit gaan dat hij echt verliefd werd en via de relatie met de buitenlandse ook de crypto-racistische reserves (die er bij veel volkeren zijn) verdwenen. Deze gemengde paren zijn immers al over grenzen gegaan.

VADERSCHAP

Ook – wat korter – wordt er in het ook aandacht geschonken aan wat voor vaders Nederlandse mannen bleken. Sommige van de geïnterviewde vrouwen waren immers al jaren getrouwd met een Nederlander, en hadden kinderen met ze gekregen. Voorspelbaar: de Nederlandse vader is meer van het overleggen met het kind, en het “vrienden willen zijn” met de kinderen, wat in niet alle culturen begrepen wordt. In Zuid-Amerika – zo stelden sommige vrouwen – is een ouder niet een “vriend”, maar een disciplinerende of grenzenstellende factor, en iets soortgelijk (en afstandelijke, wat autoritaire vaderfiguur) is er in andere culturen. Tot niet zo lang geleden ook nog in Zuid-Europa.

Wederom, een onbegrepen, maar niet onsympathieke, democratische trek van geëmancipeerde Nederlandse mannen.

REFLECTIE

Ik betrapte mijzelf erop om mijzelf te vergelijken met de besproken Nederlandse mannen. Mogelijk ben ik “vernederlandster” dan ik wil geloven, ondanks mijn Italiaans-Spaanse achtergrond en wortels. Ik leerde veel van mijn ouders en heb fantastische vakanties in Italië en Spanje gehad, met familie, maar ben toch geboren en opgegroeid in Nederland.

Cultureel en psychologisch interessant, maar ik ben er nog niet uit. In vrouwenemancipatie geloof ik meer dan de generatie van mijn vader, en ben wat dat betreft progressief en internationaal. Overigens uit persoonlijk principe, omdat ik oprecht meen dat de wereld niet vrij kan zijn, als vrouwen dat niet ook zijn. Dat principe is bij mij zelfs sterker dan persoonlijk slechte ervaringen met individuele vrouwen (harde of voorbarige afwijzingen, gekwetste gevoelens.. “I’ve been there”..).

Dat geëmancipeerde deel ik dus wel met progressieve Nederlandse mannen. Ik heb daarentegen geen Calvinistische inborst, en neig eerder naar speelsheid en het flamboyante van de Latino’s. Dat is soms een moeilijke balans, maar ik ben nu eenmaal ook een vrijdenkende kunstenaar.

Een Nederlandse vrouwelijke collega, met wie ik goed kon praten en me beter leerde kennen, zei ooit grappend over mij (met anderen erbij) dat ik weliswaar Italiaans-Spaans was, maar niet heel erg “macho”.. “een klein beetje maar”, voegde ze eraan toe. Ik nam het maar op als compliment.. Een beetje is genoeg.

Dit alles kwam door mijn achtergrond, maar mogelijk ook beïnvloedt door intieme relaties die ik zelf heb gehad. Mijn ouders gaven mij immers nooit seksuele voorlichting (zal een cultureel ding zijn), pas na mijn puberjaren praatte ik met mijn ouders, of broers (of neven) over dat soort dingen, en ook maar deels.

Ik heb intieme relaties met vrouwen uit verschillende culturen gehad, dus snap dat de vrouwen het leuk vinden om erover te praten, zoals in dit boek. Ik val op geëmancipeerde vrouwen, dus vrouwen bleven zichzelf bij mij, wat ik leuk en leerzaam vond. Zwarte Caraïbische vrouwen bleven zich “zwart” (inclusief bijv. kritiek op arrogante blanken) gedragen met mij, wat wij ook samen deden, en hetzelfde geldt voor Afrikaanse, Antilliaanse, Surinaamse, Italiaanse, Spaanse, Arabische, en Nederlandse (zelfs Friese) vrouwen, waar ik ooit iets mee had. Ik had zelden relaties waarin we elkaar probeerden te “veranderen”.. Ik merkte ook veel verschillen, zoals in de passie, en de omgang met seks.

Ik kon al die verschillen eigenlijk wel waarderen, om dezelfde reden dat ik van cultuur en van sterke persoonlijkheden houd. Als wij twee maar een goede relatie hadden, en elkaar begrepen. Het hielp mijn leven leuker en spannender te maken.

Dat soort intieme relaties zijn immers ook meestal leuk en spannend. Een thema als dit moet ook absoluut niet te zwaar gemaakt worden. Er zijn al genoeg zware dingen in de wereld..

Cultuur is leuk, dus cultuurverschil (uiteindelijk) ook. De ruimte krijgen dat te verkennen met andere mensen is vrijheid. Daardoor je te laten beïnvloeden ook, en overnemen wat je aanspreekt, achterlaten (ook uit je eigen erfenis) wat je niet aanspreekt. Zo probeer je de mooie dingen van elke cultuur te behouden, om je leven te verrijken. Zo komen culturen tot elkaar..

CONCLUSIE

Dit boek is lezenswaardig en vermakelijk. Ook wel leerzaam, maar ook herkenbaar, en met leuke humor. Sophie Perrier kan zeker schrijven en leuke citaten selecteren.

Een van mijn onderzoeksvragen was of het te generaliserend was. Dat is denk ik onvermijdelijk vanwege de anekdotische opzet. De geïnterviewde vrouwen noemden voorbeelden uit hun verleden, en noemden begrijpelijkerwijs terugkerende dingen uit hun ervaring. Ongetwijfeld zijn er ook niet-ingehouden Nederlandse mannen met gevoel voor romantiek, zoals er inmiddels ook wel Arabische, Italiaanse, of Kroatische mannen zijn die vrouwen wel als gelijkwaardig willen behandelen in bed. Ook zal niet elke Spanjaard zo “vurig” in bed zijn, als hun algemene imago, om nog maar wat te noemen, of zal niet elke Fransman zoveel aandacht geven aan zoveel mogelijk flirten en maitresses zoeken.

Hoe “onverbiddelijk” was dit oordeel van buitenlandse vrouwen over Nederlandse mannen, zoals de ondertitel luidt?

Dat valt al met al best mee, maar niet zonder kritiek op de - nogmaals: algemeen gesteld - nuchtere, beheerste, verstandelijke, passieloze benadering van relaties door de Nederlandse man. De pluspunten hiervan (serieus, gedisciplineerd wanneer nodig) worden echter ook veelvuldig genoemd, dus het beeld is genuanceerd.

Dat sommige vrouwen het in dit boek als een uitdaging zien de “koude” Nederlander wat warmer, gepassioneerder te maken, is ergens ook wel schattig. Het zou zelfs bijna ontroerend mooi zijn als zij dat als beloning ziet voor zijn geëmancipeerde consideratie/respect voor haar wensen.. That’s love, baby..

Die historisch onstane cultuurverschillen per land heb ik altijd al een interessant thema gevonden: mogelijk omdat ik geboren ben uit ouders uit twee verschillende landen, in weer een ander land. Ik hoorde daar opgroeiend ook veel over. Zo zei mijn moeder ooit stellig: “Italianen zijn jaloerser dan wij Spanjaarden, vaak over onzin”.. Ik moest daar toch over nadenken: was dat op mijn vader gebaseerd of (ook) op andere Italianen die zij heeft gekend? Ik ken namelijk ook veel Nederlanders die “jaloers zijn over onzin”, in de vorm van “misgunnen”.

Dit alles toont, in ieder geval, in dit dystopische “corona” tijdsgewricht – met politiek opgelegde lockdowns en isolatie – hoe mooi het is als je vrij je medemens kunt “verkennen”, zonder restricties. Je gewoon vrij kunt bewegen in openbare ruimten, mensen spontaan leren kennen, verliefd kunt worden, langzaam steeds nader tot elkaar komt, al flirtend. In vrijheid en in gelijkheid. Elkaar – en daarmee andere culturen – open leren kennen, desgewenst ook intiem.

Vrijheid is hierbij nodig, maar nu dus verstoord door het coronabeleid. Ik zei in Maart 2020 al overtuigd, en dat herhaal ik stellig: “lockdowns zijn iets van dictaturen”. Veel van het ermee samenhangende beleid, was even vernederend of erg, en nog erger: van vrijheidsbeneming tot vaccinatie-/injectiedrang,en nu apartheid tegen en discriminatie van gestigmatiseerde ongevaccineerden.

Ik ben het niet eens met dit draconische/totalitaire beleid aangaande een immers toch relatief mild griepvirus, dat moge duidelijk zijn. Een leuk thema om het lang over te hebben vind ik het echter ook niet.

Dit prettig geschreven boek (uit 2001) met interviews door Sophie Perrier, geeft inzicht in een veel leukere wereld, waar je vrolijker van wordt, zelfs met wat ongemakken. Tegelijkertijd maakt dat mij wat nostalgisch: ze herinneren mij aan vrijere tijden, toen je nog spontaan mensen kon ontmoeten, jezelf daarmee ook leerde kennen in relatie tot anderen. Ubuntu, of “mens door andere mensen”, zoals ze in Bantoe-gebieden in Afrika zeggen.

De spanning van mogelijk verliefd worden, een speelse flirt, of zelfs alleen maar grappige of boeiende gesprekken met mensen die je mogelijk zelfs net ontmoet had. Met andere woorden: het echte leven. Het natuurlijke menselijke leven.

Dat kon ooit zonder al die verdachtmaking en angstpropaganda onzin rond afstand, besmettingsrisico etc., die nu teveel in onze hoofden zitten, sinds dat coronabeleid.

Mensen zijn potentiële liefdes-, vriendschaps-, of zelfs inspiratiebronnen – of juist niet, maar daar leer je weer van -, maar in ieder geval veel en veel meer dan potentiële “ziektebronnen” die nu van ons gemaakt worden..

Dit boek toont dat mede aan. Al met al een aanrader. Goed leesbaar, en vol met leerzame, geestige anekdotes.

‘De Mannen van Nederland : het onverbiddelijke oordeel van buitenlandse vrouwen’ . – Sophie Perrier (Uitgeverij Plataan, 2001). 120 pag..

vrijdag 8 maart 2013

Lioness On The Rise

One of my favourite “new” reggae songs, is ‘Times Like These’ by Queen Ifrica. It was released in 2011 and is a crucial tune! Dancing to this is better than sex (there I said it, haha). Besides its fitness for helping you “rock your body line”, it also has intelligent, conscious lyrics, and is a good composition, and is well sung: “singjay” style more or less, and soulful. I like how the vocals are varied: even the chatting/dee-jaying (or: toasting) part has layers and bridges.

Interesting are certainly also the opening lines spoken by Marcus Garvey. That could very well be Marcus Garvey’s actual voice: some recordings were made back then of Garvey’s speeches in the 1920s (and around). These are to be found on YouTube as well. Predictably, the sound quality is not up to current standards, but it is audible.

I depart from Queen Ifrica’s song specifically also because she is a woman. She is a reggae artist and a Rastafari adherent. Both these areas (reggae and Rastafari) are said to be – overall – male-dominated. It is, however, I think a mistake to attribute this gender difference to African or black Jamaican music. Also White pop culture or music genres tend to be male-dominated and -defined: from country, to rock, to house, to heavy metal: generally led by men with a few exceptional women.

RASTAFARI AND GENDER RELATIONS

Rastafari is also described as male-dominated. The recent book 'Rastafari: a very short introduction' by Ennis B. Edmonds (Oxford University Press, 2012) makes a point of it, devoting a chapter to gender relations within Rastafari. Rastafari is male-led, Edmonds describes, and meant primarily as an emancipation movement of black men, while black women are expected in practice to have serving, secondary roles in the movement. They tend to enter the movement through males, Edmonds also writes. On the other hand, he also writes how this secondary female position has been questioned from the beginning in the Rastafari movement. Furthermore, the absence of too tight structures and rigid guidelines in Rastafari in practice leave the women more space than maybe some men want. Nonetheless, Edmonds points at the difference with other Afro-Jamaican spiritual traditions like Myal, Burru, Obeah, or Kumina where women tend to have more leading roles in religious practice.

BIBLE

As Edmonds also explains, Rastafari is partly focussed on the Bible, albeit specifically on rereading it from another (Black/African) perspective. This female subordination within the movement is thus based upon the Bible, more than on African retentions. Contrary to what some (want to) believe: gender relations were at the time of European colonialism (say: 18th c.) not more equal in Europe than in sub-Saharan Africa at the same time. Other authors have before and recently questioned the rigidity of this female subordination within Rastafari. These authors, such as Maureen Rowe, also acknowledge the male dominance in Rastafari, but point at changes and flexibility from the movement’s beginning. Over time more and more has changed, and since the late 1970s even some more structural changes toward gender equality have become evident. Since then women entered on their own in the Rastafari movement (not necessarily through a man anymore) and started to choose their own dressing and other ways.

The very readable recent book (with chapters by different authors) ‘Rastafari in the New Millennium’ (Syracuse University Press, 2012), edited by Michael Barnett, devotes a part (three chapters) to gender relations within Rastafari. In this work, also the Bible as inspiration for (most) Rastas is presented as source of female inequality. In the Bible women are presented throughout (mostly) as irresponsible factors, by bringing lust and corruption, thus disturbing men’s larger plans, starting of course with Eve eating the forbidden apple. In line with this the Bible propagates male control over women. Many Rastas follow the Bible in this regard, though some more loosely. The Twelve Tribes of Israel mansion (=subgroup) within Rastafari is relatively more Biblical or Christian-influenced – they believe in Christ and that Haile Selassie is a “reincarnation” of Christ. At the same time Twelve Tribes allowed to enter some “progressive vibes”, apparently, as women were eventually allowed there on ritual gatherings as equal to men earlier than in the other mansions/groups (Bobo Shanti, Nyabinghi), though also in these latter groups things are said to have changed. This change toward female equality generally set in more structurally since the late 1970s, and seems to meet not much resistance from Rastafari men or elders, allowing thus an increased independent female role within Rastafari in the present. Some inequalities remain though.

Even if Edmonds, and other authors, are partly right - though I think especially Edmonds exaggerates certain parts - one must be careful that such criticism will not be misinterpreted. How he formulated some gender aspects in Rastafari, especially Edmonds (Rowe and other authors less) – maybe without intending to – presented Rastafari as a type of macho, male vindication movement, born out of an unpleasant combination of male insecurity, patriarchal sense of superiority, and sexual frustration. This is also said (and more appropriately, I think) of Fundamentalist Islam and the Talibaan in Afghanistan. Female subordination by the way also applies to Hinduism, and to Christianity in earlier times for that matter.

Luckily it is not so bad and unequal in Rastafari as in these latter religious movements. Mainly because Rastafari is first and foremost a Black Power movement, emancipatory and liberating, largely born out of a response to colonialism, historical racism, and slavery. Secondly, because its structure is relatively loose.

Also should be realized that Rastafari developed (since the 1930s) in a Jamaican social context: gender inequalities in it are thus simply mostly similar to the norms in the surrounding society. This also applies to the taboo - or ban - on women preparing food when menstruating. It may be in part an African retention, though some point at (again) Biblical/Christian sources. Some say this ban on menstruating women cooking is for being polluting, others say – less harsh – that it is to spare these women the work and give her rest. The Bobo Shanti among other Rastas uphold this ban on menstruating women cooking – or even segregate menstruating women from men – but the same ban or taboo can be found to differing degrees also among non-Rastas elsewhere in Jamaica and the Caribbean historically (among Afro-Surinamers for instance, both Maroons and Creoles). If and/or how the commonly used swear words in Jamaican Patois, “Bombo Clat” or “Blood Clat” (both meaning “tampons”), relate to this I don’t know..

It is thus mainly from the Christian tradition, and aspects of male dominance in broader Jamaican society (in turn Christian-influenced) that gender inequality partly emanates. It is not unthinkable that this got combined with more individual male insecurities and frustrations. Dutch writer Arnon Grunberg once said, in the Dutch journal Vrij Nederland, that globally widespread hatred for women/misogyny in essence comes forth out of some kind of “fear” for women. While he wrote this in a quasi-ironic article, I think he had a good point.

DIFFERENT VIEWS

Jamaican Rastafari-adherent, dub poet, thinker and radio host Mutabaruka also critiqued the patriarchal characteristics in the Bible and of the main, institutionalized religions in this world (Christianity, Islam a.o.). He argues that the Bible and other such books were written by “insecure men”, wanting to keep women in their place or subdued. I think he certainly has a good point. He values earlier, “nature” religions, in Africa and elsewhere, for having had more attention to “feminine energy” - an energy supposed to be more aimed at sharing and caring than the male one -, a feminine energy repressed later so much with the Christian mind-set.. The latter Christian mind-set of course also shaped Rastafari (in part). The example of Mutabaruka, however, shows that also within Rastafari there are more or less pro-female thinkers, like Mutabaruka, but also others. Rastafari-inspired reggae lyrics are further rarely ever misogynist in nature, though some espouse conservative/traditional views on specific female clothing and behaviour. Such themes are not a main theme, however: criticism of Babylon (system), hypocrites, and criminals tend to be more important themes.

Edmonds in his guide to Rastafari does have a legitimate point, however, when he points at the contradiction of Rastafari setting out to question racist and European-defined notions of the Bible and Christianity, placing Africa and Black people first, while maintaining conservative notions of the subordinate woman from that very same Bible.

In any case, the two crucial, inspirational figures for Rastafari, Marcus Garvey and Haile Selassie I, were not known to be too patriarchal in their worldview. Their own writings, which I read, and documented actions do even point at – for their times – relatively progressive and equal views on women. Haile Selassie was the first Emperor of Ethiopia to be crowned together with his wife, Menen (in 1930).

Marcus Garvey even called Black women Goddesses and praised their virtues, such as in his 1927 poem The Black Woman (see http://thisismr.wordpress.com/2013/03/10/the-black-woman-by-marcus-garvey/). Despite being from an earlier generation, Garvey seemed thus more progressive than Malcolm X, who I find to be overall an interesting thinker, but who at times relegated black women too much to serving roles (to black men), as did the Nation of Islam as a whole.

Besides different opinions among Rastafari, it also is the case that clothing codes in most mansions were for long - and partly still are - stricter for females than for men. Some Rastas even protest against women wearing trousers/pants, while men are allowed to wear these. A similar hypocrisy as among many Muslims and conservative Christians: men dress as they want, but women’s dressing is under scrutiny of others. Even this has changed recently, though. A comparable hypocrisy is there with regard to sexual promiscuity, or having multiple sexual partners at the same time: accepted (to a point) for men – as in Jamaican society -, but much less accepted for women.

Also, certain rituals and gatherings within the Rastafari movement - especially more conservative groups - are – or were for long - only for men (drumming, reasoning), though there has come more flexibility in this over time. Also other African-derived traditions elsewhere in the Caribbean, such as in Cuba the Yoruba-based Santería folk religion (wherein for long only men could play the drums) had such exclusions. Similarly the Abakua secret societies (based on models from the Calabar region in Nigeria/Cameroon) found among Afro-Cubans, only allowed men as members: they even historically allowed white Cuban men before black women, oddly enough. Even in the motherland Africa itself, however, such pro-male, gender-based exclusions have in recent times been limited in these and other traditions. The African predecessor of the Afro-Cuban Abakua in the Calabar region, the Ekpe secret society, now allows women for instance.

In short: gender relations could be better – more equal - still in some terrains within Rastafari, but it’s far from “Talibaan-like”. Not even remotely. Now even less than in earlier times. Crucially: the gender inequality and secondary roles of women, may be here and there present, but are secondary, marginal, and not central to the Rastafari movement, which is primarily aimed at uplifting black people (of both sexes).

Queen Ifrica therefore is not a “token” nor an exceptional figure of any kind. She does not seem to be the “subservient” type of person to me (I don’t know her personally, but I assume this). And is not in any way out of place, neither within reggae, nor within Rastafari.

INFLUENTIAL WOMEN WITHIN RASTAFARI

Besides Empress Menen, Haile Selassie’s wife crowned together with him, for the Rastafari several other black women are influential, and are praised by them. One of these is Queen Nanny – the Maroon rebel woman who in the 18th c. fought against the British colonial system of slavery in Jamaica. Also the Nyabinghi order within Rastafari - an older, traditional group within Rastafari - is named after a (legendary) Queen in East Africa who fought white, European oppressors. Somewhat ironic in light of a female name-giver, some stricter Nyabinghi elders used to hold more segregationist, traditional views on women than other groups within Rastafari, but also that has changed. Queen Ifrica in her lyrics mentions also Miss Lou (Louise Bennet): an influential Jamaican female poet, who among other things popularized/emancipated the popular Patois language use as opposed to English.

INFLUENTIAL WOMEN WITHIN REGGAE

As I mentioned, like - for some odd reason - virtually every other (popular) music genre – white, black, or Asian - reggae is also male dominated. At least numerically. Most singers/artists recording were (and largely still are) men, most musicians are men, most studio owners and producers are men. Most, but not all. There were and are quite a few female singers and later deejays in Jamaican music, often writing their own songs: for instance Marcia Griffiths, Judy Mowatt, Hortense Ellis, Suzy Cadogan, Phyllis Dillon, Deborah Glasgow, Rita Marley, Sister Carol, Sister Nancy (of ‘Bam Bam’ fame: a song covered a lot, such as by Pliers), and Lady Saw. Later came Tanya Stephens (“It Is a Pity..”), Etana, and Queen Ifrica (and still later Jah9 and others). Outside of Jamaica (the US Virgin Islands) Rastafari woman Dezarie is worth checking out, because of her strong songs.

There is a gender difference, maybe, in that for especially the earlier cohort of women singers associations with men seemed more important for their careers (Marcia Griffiths worked with Bob Andy, Hortense Ellis is the sister of Alton Ellis, and Rita was of course Bob’s wife), than for the relatively more individually operating male singers in Jamaica. Sister Nancy is the sister of male reggae artist/deejay Brigadier Jerry, but she said her brother did not particularly help her get in the music business (no nepotism there, haha): she found her way herself. Sister Nancy by the way was the first popular female early dancehall dee-jay on her own. Also Queen Ifrica is the biological daughter of earlier singer (already in the ska and rocksteady days) Derrick Morgan, but favouritism or nepotism is not likely, since she did not really grow up with him. Besides this: the music in Jamaica is traditionally put to the test in the dancehall: this test for the public determines your popularity, not just strategic personal connections. A good example of an effective meritocracy!

Females entering the music scene might often be connected to male artists, but on the other hand, also most male reggae artists started their careers through differing contacts with producers and other artists. And then putting their music to the test of course..

Among the even more male world of producers in Jamaica, the most important female music producer in Jamaica was Sonia Pottinger, who produced records by Culture and other groups and artists. Instrumentalists and musicians are also mostly men within Jamaican music, with a few exceptions, though female backing singers are not uncommon.

That there is a male domination is also evident in the fact that the women singers who as an exception come more to the fore tend to have lyrics of love songs, while men seem to feel more free to have lyrics about everything, including social concerns. The same condescending difference – as all oppressive mechanisms internalized by many oppressed themselves - can be found in country and other Western pop music, of course: men sing/talk more about the world, women about her relationship with a man (the country song ‘Stand By Your Man’ being a sad example). A deep, long-lasting effect of historical female subjugation to men, to which reggae was unfortunately not immune. Also this has changed more and more within reggae, though. Queen Ifrica is one of more examples of recent, upcoming women in the reggae scene, also having socially conscious, and Rastafari-inspired lyrics.

Like many of the Jamaican male artists, Queen Ifrica and other female artists, like Etana, furthermore show a strong, individual personality, rendering their music more original and strong, in my opinion. It seems self-evident that to be an outstanding, original artist you have to have a strong, distinct personality, not be a mere appendix of another (male) person.

LYRICS

Finally, I return to what I briefly mentioned before: women in reggae lyrics. Though a full study of this would require more space and time, I have quite some experience and knowledge of it by now. I listen to and study reggae and Jamaican music for over 25 years now.

Despite the mentioned criticism by some of female exclusion or subordination within Rastafari, I can say that overall Rastafari-inspired reggae lyrics are rarely denigrating to women. Maybe some who do not know Jamaican Patois think that ‘No Woman No Cry’, the international hit for Bob Marley, had an anti-woman message, but it had not. In Jamaican language No Woman No Cry means in reality No Woman DON’T Cry. In the lyrics it is said to cheer up an individual woman.

Furthermore I cannot recall any Rastafari-inspired reggae expressing hatred for women because of their gender (and not e.g. personality). Some artists express more conservative views than other, criticizing women that seem to free and independent and that do not accept male authority (the Heptones’ ‘I Hold The Handle’: nice song but slightly questionable lyrics in my opinion), or Rastafari-inspired critique against women dressing/behaving loosely, wildly, or allowing abortion. Yet at the same time, many Rastafari reggae artists have lyrics against raping, denigrating or mistreating women.

There is neither very much misogyny in other reggae, not even in the “slackness” (violent/explicit) lyrics in dancehall since the 1980s (though it is not absent). Commonly vilified for being violent and sexist, such lyrics are also often “joking” and carnivalesque. If someone sings/chats he “loves punanny” - “punanny” being Patois for female genitalia or “pussy” - (several artists have sung/chatted this on songs: Shabba Ranks and others), this is maybe explicit or – arguably - distasteful, but it is not on forehand denigrating to women. We can assume that the punanny’s belong to adult women, willing to let the man in question “show love” to them (sorry, too graphic, haha). On occasion more morally questionable, macho and male domination lyrics do appear – similar to or worse than the machismo of the Heptones song ‘I Hold The Handle’ – in dancehall and reggae, but it is far from the norm. It is less common than anti-gay lyrics (which in turn are not even as common as many think).

A strange irony is further that some of the most explicit, ”macho”/sexist (let’s say playful condescending) lyrics by male artists tended to be relatively popular among women. Dee-jays like General Echo, Yellowman and others who specialized at least partly in such sexual aggressive lyrics in the 1980s had relatively large female fan bases. Maybe these female fans were attracted by the edge, “danger”, or controversy. It seems a bit difficult to understand, but the same – unexpected female fan bases – can be found in for instance hip hop, where women and girls loved the work of NWA, of which some lyrics, such as on the sexual gang bang of a young, underage girl in their song ‘She Swallowed It’, I found personally not only distasteful but also immoral, and much worse than even the worse, sexist Jamaican dancehall lyrics. Yet some females liked that album and song by NWA. I understand that even less.

Lady Saw was a female dancehall artist who had slackness lyrics that were sexually quite explicit, and became quite popular in the 1980s and 1990s, having earned thus a position in the Jamaican music scene. Lyrically, she points at her sexual independence and often shows what can be called female pride and power. But…let us beware: there we find again the subtle oppressive/downpressive mechanism of the threatening risk of a woman artist’s lyrics being confined to love and sex (men talk about world problems, females mainly about male partners) . Recently, however, Lady Saw’s lyrical focus moved somewhat more to the social and spiritual (less slackness).

Furthermore, with Queen Ifrica, Etana, and several other women artists and singers in recent times came to the fore in the Jamaican music scene with more socially conscious and spiritual lyrics, and who associate themselves with the Rastafari movement, like Queen Ifrica and Jah9. Moreover, musically and creatively they show themselves to be easily the equal to their more numerous male peers in Jamaican music, having released strong songs and albums that are overall well received among reggae fans.

vrijdag 16 april 2010

Alleen maar nette mensen

Er bestaat nieuwsgierigheid waar je niet aan toe wilt geven. Ten opzichte van de buitenwereld, maar ook niet voor jezelf. Alleen al het bij jezelf ervaren van die nieuwsgierigheid haalt allerlei pijnlijke aspecten van je leven naar boven. Met name de mislukkingen.

Ik heb het in dit geval niet over (ik noem maar wat) harde drugs – een lijntje coke - of seksuele gedragingen waar taboes op rusten. De nieuwsgierigheid daarnaar bleef bij mij – geloof het of niet – uiteindelijk beperkt.
Nee, de schaamte voor mijn nieuwsgierigheid betreft een boek. Ik wilde een bepaald boek lezen. Wel een boek dat met seks te maken had: “Alleen maar nette mensen” van Robert Vuijsje. Dit boek is verschenen in 2008, en won een prijs in 2009. Meerdere zwarte Nederlanders betitelden het als racistisch en stereotiep, dat is de belangrijkste reden voor mijn schaamte. Daarnaast liet ik mij beïnvloeden door de media-aandacht, wat de schrijver wellicht prettig vindt (negatieve aandacht is ook reclame), maar waardoor ik mij wat in de maling genomen voel.

Toch: ik ben het boek gaan lezen. Het speelt zich af in dezelfde stad als waar ik woon, Amsterdam. Een Marokkaans uitziende Joodse jongen uit Amsterdam, genaamd David, van rond de 21, uit een rijk gezin, weet niet wat hij wil studeren, en vergaapt zich ondertussen aan ruige zwarte dames, fantaseert over seks met hen, en niet alleen dat. Zwarte vrouwen vertegenwoordigen voor hem een “echtere”, ruigere, in ieder geval spannender wereld dan die van “nette mensen” in welvarend en cultureel elitair Amsterdam Oud-Zuid waar hij opgroeit. Vanuit Oud-Zuid gaat hij dan ook regelmatig naar Amsterdam Zuidoost, naar voor Nederlandse begrippen een “ghetto”, en papt aan met veelal Surinaamse en Antilliaanse vrouwen en gerelateerde mannen die ervoor kunnen zorgen dat hij die vrouwen ontmoet.
De hoofdpersoon gaat dit wonderwel goed af. Een net aangevangen onzingesprek met een voor hem nog onbekende vrouw gaat snel richting het seksuele, en in korte tijd is een afspraak voor ruige, all-the-way seks gemaakt. Vaak nog diezelfde dag. Dat ging in mijn beleving wat al te makkelijk, let wel: het betrof vrouwen die hij net voor het eerst ontmoette, maar al lezende besefte ik waar het in het verhaal eigenlijk om ging: er stond altijd geld tegenover, of iets dat de hoofdpersoon moest betalen/aanschaffen voor de dames in ruil voor de seks.
De subtiele, geleidelijke banden in Oud-Zuid maken plaats voor het meer primaire of directe wat zogenaamd bij de Afro-Caraïbische cultuur zou horen.

Het is door deze schetsen dat ik het verwijt van racisme, of in ieder geval van stereotyperingen, tegen (delen van) het boek, eerlijk gezegd wel begrijp. Het is allemaal nogal generaliserend. Zwarte dames zijn in de roman doorgaans seksueel makkelijk – zeker als je ervoor betaalt -, maar ook allemaal fel, en klagen over mannen die onverantwoordelijke vaders zijn. Surinaamse mannen zijn in deze roman allemaal “players” die buiten verkering-achtige relaties ook allerlei seksuele scharrels hebben, en met een opvallend gemak “makkelijke” vrouwen weten te vinden voor porno-achtige groepsorgies samen met hun vrienden. De culturele belangstelling van deze zwarte mensen is daarnaast veelal zogenaamde “low culture”.
De hoofdpersoon vindt dit spannend en doet er daarom aan mee. Hij zoekt het op. Het is alleen jammer dat dat opzoeken in de roman blijkbaar neerkomt op naar Amsterdam Zuidoost gaan waar dat er allemaal is. Niet onder bepaalde mensen, of in bepaalde kringen, nee, blijkbaar zouden alle donkere mensen die daar wonen er een dergelijke seksuele moraal op na houden.
Dat is nogal generaliserend en doet denken aan het exotisme dat het kolonialisme (en de slavernij) begeleidde: wilde, losse dames uit de natuur die wel seksueel ten dienste zullen staan van de blanke, rijke en machtige man die kwam met zogenaamde beschaving. En met een stijve penis.
Ik weet: het is een roman. Het is fictie, en uitvergroot en overdreven. Maar kun je de realiteit zo vervormen en vervlakken en tegelijkertijd de roman levensecht laten overkomen? Literaire fictie is geen realiteit, maar is er wel degelijk op gebaseerd.

Het boek speelt niet alleen in Amsterdam. Aan het einde van het boek gaat de hoofdpersoon op vakantie naar Memphis, in de VS. In de lijn van het boek blijkt dit vooral een seksvakantie. Ook in Memphis, in de “dirty South” zoals hij het noemt, gaat hij op zoek naar seks met zwarte vrouwen, in ruige gelegenheden met prostitutie, maar daarnaast ook naar intellectuele negerinnen die je daar meer zou hebben (weer zo generaliserend). De intellectuele negerinnen doen hem uiteindelijk echter teveel denken aan de blanke intellectuele vrouwen in zijn kringen.
Het gebruik van “negers” en “negerinnen” in het boek is met goede redenen politiek incorrect te noemen, namelijk vanwege het koloniale verleden van aanduiding van mensen als koopwaar, maar is aan de andere hand nogal gangbaar, dus helaas wel realistisch.
Bezwaren zijn zeker ook aan te tekenen tegen het gebruik in deze roman van “het” voor vrouwen (seksobjecten inderdaad), in de trant van “het was Surinaams en had niet erg grote borsten maar ronde billen”, maar ook dat komt helaas vaker voor. Het past in de lijn van het boek: de hoofdpersoon zoekt spannende – en platte/oppervlakkige - seks met “representanten” van bepaalde groepen eerder dan met complexe individuen.

Dat gezegd hebbende moet ik toegeven dat de roman “lekker weg leest”, prettig gestructureerd is, en grappige momenten heeft. De vaart wordt er ook in gehouden.
Vanuit literair oogpunt zijn sommige delen van de roman ook wel sterk, bijvoorbeeld de timing van de vakantie van de hoofdpersoon naar Memphis. De relatie met zijn (ook Nederlands-Joodse) vriendin uit hetzelfde nette Oud-Zuid was op dat moment in een sleur. De Surinaamse Rowanda – met wie hij een nogal seksuele relatie had – moest toen even nadenken of ze wel verder met hem wilde. Terug gekomen van Memphis wilde geen van beide vrouwen nog een relatie met hem, en hadden inmiddels een andere man. Iets wat op liefdesverdriet lijkt mengt zich dan bij hem met een breder gevoel uitgesloten te zijn. Zijn Marokkaanse uiterlijk zorgt in het Amsterdam van nu ook voor onplezierige, openbare contacten, leidt zelfs tot valse beschuldigingen, en uiteindelijk ook tot paranoia bij hem over de “kaaskoppen”. Waar hoort hij bij? Met zwarte vrouwen wilde het uiteindelijk toch niet zo lukken. In zijn eigen milieu voelt hij zich anders, alsmede onder andere Nederlanders, door zijn zwarte haren.

Hier komen andere interessante aspecten bij die zich op zich ook goed lenen voor een roman: groepsidentiteiten en ook beoordeeld worden op het uiterlijk: nog sterk levende fenomenen in Amsterdam en de rest van de wereld. Trots zijn op iets waar je niets voor hebt gedaan – behoren tot een etnische groep bijvoorbeeld - is immers nog steeds gangbaar, of zelfs gemeengoed. Dit groepsdenken bevordert vaak vooroordelen over en minachting van “anderen”. Mensen zijn naar mijn idee vooral hard voor mensen met wie ze zich niet verwant voelen, en soms zelfs alleen op basis van het uiterlijk. Veel meer dan een zijtak is dit interessante thema in deze roman echter niet.

Een wat genuanceerder beeld van Afro-Caraïbische seksualiteit en gender verhoudingen had deze roman nog veel interessanter gemaakt. Meer diepgang ook. Maar daar was de hoofdpersoon niet naar op zoek: deze zocht de spanning van de ruige en platte seks.
Is het realistisch dat mensen lange tijd zoals de hoofdpersoon door het leven gaan? Die mannen (en vrouwen) zonder reflectie hieromtrent zullen mogelijk bestaan. Volgens Vuijsje met name in Amsterdam Zuidoost (en onder zwarten in de VS), blijkbaar, terwijl ik eerder denk dat er overal - in alle culturen - mensen zijn die “vluchten” in platte seks. Mogelijk wat meer in arme, problematische gebieden (daar wil je meer vluchten of vergeten). Er bestaan daarnaast theorieën over hoe seks, waaronder de penismaat, voor zwarte mannen als “vervangende masculiniteit” geldt: in plaats komend van het financieel kunnen onderhouden, zoals de traditionele patriarchische norm is. Varianten hierop – seks als compensatie van een ontbrekende maatschappelijke norm - komen ook bij vrouwen voor.
Dergelijke filosofische en psychologische overpeinzingen gaan echter al te diep voor deze roman, en dat vind ik jammer.