Het boek had ook een “linkse”, anti-kapitalische teneur vernam ik her en der, wat mij ook niet afstootte. Ik had geen vooringenomen ideologie die dat niet toe liet, zeg maar.
Ik trof een debat op YouTube, ooit gehouden in de Balie – debatcentrum te Amsterdam - , in 2023, dat ging over dat werk, met interpretaties van andere Nederlandse filosofen van Marcuse’s werk, met name het boek de Eendimensionale Mens, dat ik enkele jaren terug al las, en inmiddels deels “herlees”. Dat debat was naar aanleiding van een “nieuwe vertaling” – volgens panelleden een toegankelijker vertaling (naar het Nederlands) – dan die veel eerdere Nederlandse vertaling welke ik nog lees (uit 1968). Het gaat echter uiteindelijk om de inhoud.
Terwijl ik dit schrijf, vindt het WK voetbal van 2026 in VS-Mexico-Canada plaats, dat ik eigenlijk ook wil volgen. Ik heb toch iets met voetbal – als sport - , wat ik nog steeds kan combineren met mijn intellectueel zelfbeeld, ondanks de loze commercie en het primaire tribalisme wat er ook bij voetbal op dat niveau is. In mijn leven volgde het historisch op elkaar. Ik was als kind best een fanatiek voetballertje, volgde competities, las de Voetbal International (deels), en verdiepte me zelfs in speltactieken.
Trainen vond ik wat saaier, en toen ik brildragend werd (rond mijn 12e) werd het voetballen zelf lastiger, en ging ik eigenlijk heel organisch en terloops meer lezen, en werd lid van de openbare bibliotheek. Vreemd genoeg legde ik sindsdien een vergelijkbaare mate van passie voor lezen, over met name landen en culturen, voor de dag, als daarvoor met voetbal. Zo fascineerde mij rond mijn 11e al het land Tsjaad in Afrika: deels in de Sahara, culturele en etnische verschillen tussen noord en zuid. Ik werd hoe dan ook een boekenwurm, direct nadat ik een tijd een “voetballer” was.
Met technische – of “beta” - onderwerpen had ik minder, dus vrijwillig ging ik vooral menselijke geschiedenis, samenleving, en cultuur, bestuderen, en dat wereldwijd, soms gespecialiseerd.
Bij dit alles bleef ik voetbal als sport een leuk vermaak vinden, en mogelijk meer dan dat. Mogelijk dient het psychologisch als “tegenwicht” voor lezen, denken, studie en diepzinnig, abstract doen, naar het echt tastbare, fysieke, en concrete – directe actie en reactie – van het voetbal. Van theorie naar praktijk.., zoiets.. Als een rare, soms ongemakkelijke variant van “yin en yang” uit het Chinese Taoïsme.
TAAIE KOST
Op dit moment loopt dat voor mij wat ongemakkelijk door elkaar heen, tijdens dit WK voetbal van 2026. Herbert Marcuse’s boek de Eendimensionale Mens is interessant en – vind ik – treffend over de Westerse samenleving (al in 1964!), maar is qua schrijfstijl – taalkundig ook – “taaie kost”. Lange zinnen, met veel bijzinnen en verwijzingen. Het vocabulaire vond ik niet ingewikkeld, met mijn woordenschat (laten we zeggen HBO en hoger). Herlezen voor goed begrip bleek echter wel vaak nodig, vooral door de lange zinsbouw. Ik herlees het boek nu na jaren, en moet nog steeds zinnen soms herlezen bij het herlezen.
Ook tijdens dat debat in de Balie in 2023, welke ik noemde, erkende men dat het boek “taaie kost” was. Het is diep filosofisch en vol met lange, gecondenseerde, betekenisrijke zinnen.
Wel wat diepgaander en veeleisender, dus, dan voetbal kijken op het scherm, in essentie naar 20 mannen die achter een bal aan rennen, en een land vertegenwoordigen.
“Taai” of ingewikkeld om te lezen, Marcuse’s boek, maar uiteindelijk vervullend en leerzaam, ervoer ik. Marcuse’s punten worden uiteindelijk duidelijk, nadat hij eigenlijk – via aanvullende voorbeelden – in herhaling valt over een aantal thema’s.. met heel wat complexe zinnen. Het punt is op een gegeven moment wel duidelijk, al blijft het interessant omdat hij verschillende maatschappelijke aspecten en ontwikkelingen van toen (1964) bespreekt, die zeker vandaag de dag nog relevant zijn: zowel economische als culturele aspecten.
De ondertitel “Studies over de ideologie van de hoog-industriële samenleving” geeft helder de focus en context aan van Marcuse’s essay, nl. van een steeds meer geïndustrialiseerde samenleving, inclusief automatisering, en een belangrijke rol voor technologie.
Zijn boek/essay De Eendimensionale Mens bekritiseert eigenlijk het toen (door technologie) moderne kapitalisme, vooral waar het zich totalitair uitbreidt naar “cultuur” en de “vrije tijd”, terwijl Karl Marx het nog vooral over arbeiders en productieverhoudingen had.
INKAPSELING
Marcuse heeft het er eigenlijk over hoe gewone burgers, en die arbeiders, betrokken worden bij dat exploiterende kapitalisme via consumentisme: dingen kunnen kopen, en de schijn-vrijheid van in je behoeften voorzien door te kopen producten, of diensten. Je zo ook als individu zogenaamd te laten gelden, een identiteit te vormen. Met technologische vooruitgang, en via taal, wordt dat consumentisme zo vanzelfsprekend gemaakt, totdat mensen het systeem niet meer bevragen omdat ze “ingekapseld” zijn, ook in hun vrije tijd. Aldus het betoog van Marcuse.
Inderdaad valt het woord “ingekapseld” veel tijdens het genoemde debat in De Balie over Marcuse’s boek. Ontwapening door inkapseling via consumentisme.
Me dunkt nog steeds actueel, in 2026, stel ik. Die voetbalwedstrijden van het WK (nu van 2026) worden onderbroken en omgeven door reclames, waardoor het voetbal een bijzaak lijkt. Hetzelfde is gebeurd met ander “vermaak”, namelijk het Internet en YouTube, als je gewoon even zonder speciaal (te betalen!) abonnement wat liedjes wil luisteren, of clips wil bekijken.
Denkelijk is “top” voetbal nog veel commerciëler dan “pop” muziek: ergens kun je nog wel op YouTube bijvoorbeeld fijne historische muziekconcerten vinden van, bijvoorbeeld, Bob Marley, Stevie Wonder, of Nirvana. Historische voetbalwedstrijden die voetballiefhebbers begrijpelijkerwijs nog wel zouden willen zien (finale WK 1970: Brazilië – met Pelé! – tgen Italië) kun je daarentegen wel vergeten: afgeschermd vanwege commerciële belangen.
Al deze steeds hinderlijkere commerciële afbakeningen en reclame’s bij bij de massa relatief populaire (passieve) cultuurbeleving anno 2026, illustreren goed dat Marcuse’s De Eendimensionale Mens uit 1964 nog steeds actueel is, en waarachtige tendensen aanwees, die zelfs toenamen. De inkapseling door het systeem, “the powers that be”, van het gewone volk, inclusief de arbeiders, van het hele leven, en niet alleen “werk”.
Panelleden in het voornoemde De Balie debat uit 2023 – Marian Donner en (min of meer) “Marcuse kenner” filosoof Thijs Lijster – vonden het inderdaad ook nog in deze tijd actueel.
Zo las ik dat boek ook. Vanuit mijn persoonlijke levenservaring, en mijn perspectief. Ideologische vooringenomenheid verstart – en beperkt – het vrije denken. Zo schijnt Marcuse – evenals anderen van de Frankfurter Schule – zowel door Karl Marx als Sigmund Freud beïnvloed te zijn, en inderdaad noemt Marcuse ze ook in De Een-dimensionale mens, evenwel zeker niet als dogmatische richtlijn: hij blijft als individu zelf redeneren, wat het ook leesbaarder maakt voor mij als individu.
SEKSUALITEIT
Behalve over arbeidsverhoudingen, technologische vooruitgang, taal als manipulatiemiddel, en vrije tijd, bespreekt Marcuse ook een specifiek onderwerp als seksualiteit. Voorspelbaar komt daar Freud om de hoek kijken, maar ook wat dat betreft denkt Marcuse echt zelf, en praat niemand na. De passages over seksualiteit vond ik tot de interessantste behoren, want “raak”, maar ook zelfs mijn “ogen openend”, of in ieder geval helder beschrijvend wat ik ergens al vermoedde.
Zijn beschrijving van hoe het “libido” door laten we zeggen “de elite” ingekapseld is in het systeem van technologische, economische vooruitgang vond ik interessant en herkenbaar. Taboes vielen weg in de 1960s, men mocht vrijer de seksualiteit beleven, maar dat bracht volgens Marcuse ook een “desublimatie”, een “onttovering” ervan teweeg. Via onder meer de porno-industrie werd seks derhalve genormaliseerd als deel van het systeem, en elke “vlucht” of geestelijke rebellie via “eros” of seks, tegen de bestaande verhoudingen of machten, zo handig door machthebbers onschadelijk gemaakt.
Om uit het boek te citeren (vertaling 1968):
“De technische vooruitgang en het comfortabeler leven maken het mogelijk, dat er in het geheel van produktie en ruil systematische libidineuse componenten worden opgenomen. Hoezeer het opwekken van de instinct-energie ook onder controle gebeurt (soms zelfs in die mate dat het een wetenschappelijk management van de libido wordt); hoezeer het ook dienst doet als stut voor de status quo – het blijft bevredigend voor de gemanipuleerde individuen, net zoals het leuk is met een buitenboordmotor te spelen, de gemotoriseerde grasmaaier te besturen en hard te rijden in een auto”..
Ware woorden, lijkt mij, al heb ik zelf met de laatste activiteiten te weinig ervaring om die met seks te kunnen vergelijken, haha.
Ook een voorbeeld van de vaak wat complexe, gelaagde zinsbouw in het boek, maar zeker een zinnige analyse.
TAAL
Veel van het boek gaat over hoe “taal” ook manipulerend gebruikt wordt, bij die “inkapseling” van het volk (of: de arbeiders): voormalige tegenstellingen worden opgeheven en verwarrend gemengd, ook voor militaire, politieke, of bedrijfsdoelen, waardoor alternatieve denkwijzen als het ware door de taal onzichtbaar worden, en de ware aard verduisterd. Dit dient het “operationalisme”, zoals Marcuse het noemt, van die machthebbers. Nog een citaat uit het boek, wellicht nog wat ingewikkelder dan die eerdere die ik gaf:
“..Hier brengt het functionaliseren van de taal een verkorting van betekenis tot uiting, die ook politiek gezien van belang is. De namen van dingen zijn niet alleen ‘een aanwijzing voor hun wijze van functioneren’, maar hun (feitelijke) wijze van functioneren bepaalt en ‘omsluit’ ook de betekenis van het ding, door andere wijzen van functioneren uit te sluiten. Het zelfstandig naamwoord beheerst op een autoritaire en totalitaire manier de zin, en de zin wordt een verklaring die aanvaard moet worden; het verzet zich tegen een bewijs, voorbehoud, ontkenning van zijn gecodificeerde en uitdrukkelijke betekenis..”
Een hele mond vol, inderdaad. Met flink wat even complexe zinnen herhaalt Marcuse ditzelfde punt in dit boek – mogelijk wat te vaak - , maar dat maakt het nog niet onwaar.
Marcuse heeft daarmee naar mijn mening zeker een punt, en een die vandaag de dag nog zeker actueel is. Manipulatie via taal is zo oud als de mensheid, en manipulatie via het geschreven woord zo oud als het schrift en de boekdrukkunst.
Ik betoog zelfs (zong ik zo in songteksten van mij) dat taal vooral gereedschap om te liegen biedt, voor een groot deel althans.
Dit slaat los van meer pragmatische, direct-praktische woorden of termen in de taal die geen ontplooiing van hun betekenis nodig hebben, zoals Marcuse zelf ook erkent, maar daarbuiten biedt “gangbare taal” genoeg manipulatie en “propaganda” mogelijkheden, voor de commercie, politiek, macht, voor verhulling van onrecht, voor verhulling van machtsverschil, etcetera.
Deze inkapseling via taal en consumentisme – inspelend op menselijke behoeften – leidt dan tot een “gelukkig” maar “vals" bewustzijn, volgens Marcuse, bij burgers, als enig overblijvende dimensie van de moderne technologische rationaliteit. Die ene dimensie.
TRANSCENDENTIE EN SUBLIMATIE
In die technologische rationaliteit is dan zogenaamd het “obscurantisme” overwonnen, maar ook de “transcendentie” uit de werkelijkheid gehaald, waardoor de eendimensionale samenleving is bereikt.
Impliciet stelt Marcuse dus dat de wereld – of de mensheid – daarentegen die transcendentie nodig heeft, alsmede “sublimatie”.
Sigmund Freud zag in “kunst” een sublimatie van meer primaire driften (seks willen, met name), maar als die primaire driften dus (economisch, commercieel) ingekapseld zijn, zoals Marcuse stelt, wordt die kunst ook minder rebels en transcenderend.
Ook dat is anno 2026 nog relevant, en naar mijn inschatting bewaarheid in de steeds commerciëlere pop-cultuur en populaire muziek, met steeds minder en gemarginaliseerde maatschappijkritiek of “inhoud”, behalve in sommige genres die erom bekend staan (Reggae, “conscious” hip hop), maar die meestal ook niet commercieel succesvol zijn, en in niches blijven. Hetzelfde geldt voor literatuur, waarbij voorspelbaarheid, bevestiging, en goedkope en veelal verkeerd gerichte “identiteitspolitiek” beter verkoopt dan wezenlijke systeem- of maatschappijkritiek. Hetzelfde geldt voor andere kunstvormen.
Transcendentie is te vertalen als “overstijging”. Behalve maatschappij- of systeemkritiek kan dat ook een “bird’s view” of “uitzoomen” betekenen in een meer spirituele zin: buiten de dingen staan om ze te beschouwen, echt erbuiten staan. Ook dat is er steeds minder in de kunsten, maar ook in zogenaamd “linkse” kringen, of andere naar eigen zeggen kritische bewegingen.
De Balie had als debatcentrum ooit een “links”, vrijdenkend imago, totdat bleek dat bepaalde thema’s die vanuit de gevestigde politiek aangezwengeld en gepromoot werden – veelal op dubieuze, gebrekkige gronden – niet betwijfeld werden, en men “meelulde” om het op zijn Hollands te zeggen: het coronabeleid, het klimaatbeleid, LGBTI problematiek, en zelfs de NAVO (en het militair-industrieel complex) – toch ooit een populaire kop van jut voor “Links” – werden en worden gespaard, mogelijk vanwege financiering door die NAVO van De Balie, zoals een gedurfd interviewende Linkse podcaster (Left Laser) aantoonde. Corruptie, eigenlijk dus, en wat men eerder “Rechts” zou noemen..
Illustratief had men het bij het debat over Marcuse’s boek dat plaats vond in 2023 (na al die corona onzin dus) en diens huidige relevantie, alleen over het “klimaat” als probleem, en een vage maar lekker links-lijkende actiegroep als Extinction Rebellion.
Er was niet alleen onzin: ook het neoliberalisme werd meer terecht ook bekritiseerd tijdens dat debat, dat ik al met al wel okee vond. Marian Donner heeft leuke denkbeelden, en zij en Thijs Lijster vatten de kern van het boek grotendeels goed samen.
Het is daarnaast aan iedereen om Marcuse’s bevindingen toe te passen hoe men wil. Als je echt in klimaatopwarming wilt blijven geloven, dan pas je Marcuse’s stellingen daarop toe, bijvoorbeeld; nogmaals het verstarde en beperkte van ideologie. Mensen kunnen helaas maar al te makkelijk alles naar hun ideologie en vooroordelen toe redeneren.
Ik geloof wel in het bestaan van milieuvervuiling, maar niet zozeer in klimaatopwarming, omdat er eenvoudigweg geen wetenschappelijk bewijs voor is (hoeveel ik ook zocht), en het klimaatbeleid the “powers that be” wel heel goed uit komt: zo hoeven ze niet echt iets aan milieuproblemen door grote bedrijven te doen, en die machten kunnen ze zo ontzien. Mogelijk is dat ook de reden waarom de multinational Shell al vanaf het begin dus bij die klimaatdiscussie betrokken is.. Dubieus..
Dat idee van “inkapseling” is dus een centraal thema van het boek, waarvoor Marcuse ook andere, min of meer synonieme begrippen als “assimilerend” gebruikt.
ONONTGONNEN TERREINEN
Volgens Karl Marx zou het kapitalisme ten onder gaan aan zijn eigen contradicties, Rosa Luxemburg vulde echter aan dat het kapitalisme iets onontgonnens buiten zichzelf nodig heeft om toch (parasitair) te overleven, zijnde bijvoorbeeld koloniën in de tropen en hun grondstoffen, terwijl Marcuse dat “onontgonnen terrein” in de privé-sfeer, de “vrije tijd” van de arbeiders (“het volk”), ook in het Westen, zag. Dat hele leven van arbeiders en burgers zou dus ook geassimileerd worden in het kapitalistisch systeem, middels consumptie, ideologie, en taal/propaganda.
We kunnen echter nog verder gaan, en die “inkapseling” gaat in mijn analyse historisch – thans (sinds de 1980s) - door naar andere onontgonnen terreinen. De Trias Politica werd ontheiligd, met name sinds de opkomst van het neoliberalisme, sinds ongeveer 1980: staatsgesteund kapitalisme door grote bedrijven. Dit was na Marcuse’s tijd, maar zette de lijn van “inkapseling” voort richting politiek (door economische machtsverhoudingen). Politiek werd steeds meer ingekapseld door “big business” en multinationals.
In lijn daarmee is een nieuwere inkapseling gaande, die met name tijdens de Covid periode pijnlijk zichtbaar werd. Wederom na Marcuse’s tijd, maar dezelfde tendens. Zelfs zogenaamd anti-systeem “links”, en activistische in naam anti-overheids en anti-big business organisaties bleken opvallend trouwe volgers van overheidsbeleid, zelfs als met zoveel losse eindjes en ongerijmdheden als dat wereldwijde Covid-beleid vanaf 2020, of als het verhaal – hoe onbewezen ook – dramatisch en “links-activistisch” klinkt, zoals de grotendeels verzonnen klimaatalarmisme hype.
Het etnische, gender, queer, en andere “identiteit” denken werd volgens meerdere auteurs (waaronder Ewald Engelen) gestimuleerd door het neoliberalisme sinds 1980, om af te leiden van klasse en machtsverschil. Ook duidelijk een voorbeeld van inkapseling binnen het systeem waarbij een identiteit nog steeds binnen de bestaande machtsverhoudingen van het moderne kapitalisme operereert, vaak met dezelfde terminologie, en dus onschadelijk, ongevaarlijk blijft.
Subsidiestromen van de overheid spelen hierbij een rol, maar net zo goed meer onbewust een totalitaire ideologie, waarbuiten het leven moeilijk wordt gemaakt. Dezelfde “ideologie” waar Marcuse over sprak, maar dat als monster ook steeds meer opslokte, inclusief dus nu zelfs kapitalisme-kritische organisaties.
Debatcentrum De Balie zelf illustreert die inkapseling, onder meer met dwaze afdwalingen richting “klimaat” en “extinction rebellion” zoals tijdens dat 2023 debat, gecombineerd met de bevinding dat de NAVO De Balie financierde, ter pacificatie van eventuele kritiek. Debatten – hoe wellicht divers qua standpunten ook - blijven dan binnen het systeem en de bestaande machtsverhoudingen. Het is feitelijk een subtiele censuur.
Het komt mij voor dat Marcuse zeker nog relevant is in deze tijd, maar dan met name gezien de inkapseling van politiek en activistische tegenspraak in de laatste decennia, chronologisch volgend op eerst het inpassen van de arbeiders – en hun privé-leven – binnen de ideologie van de op consumptie gerichte hoog-industriële kapitalistiche samenleving.
Daarop - met name sinds het neoliberalisme - volgde dus die inkapseling van “tegen-geluiden” en anti-systeem activisten, waardoor het nog totalitairder werd dan het al was. Daarbij kwam ook censuur, in verschillende vormen. Bij propaganda hoort immers ook censuur.
Het Covid en “klimaat” beleid zoals dat in Nederland gevoerd werd liet een geslaagde “ inkapseling” van activistische organisaties, zelfs de wat radicaal-linksere milieu-organisaties, of wat linksere politieke partijen die eerder kritisch waren op het systeem (SP, GroenLinks, Dierenpartij).
Met geld kun je veel kopen en “inkapselen”, een toenemende tendens waar Marcuse dus terecht op wees.
UITWEG?
Hoe komen we hier uit, uit die totalitaire “inkapseling”?, zoals Marcuse die beschreef, was een interessante vraag aan het einde van het debat in De Balie. Ook een moeilijke vraag.
Een pasklaar antwoord anders dan als een radicalinski “dit systeem moet vallen” zeggen (wel een nieuw begin, maar mogelijk ook onrust en chaos met oorlog), heb ik uiteraard ook niet. Groeiend bewustzijn is in ieder geval een goed begin.
Een bezwaar wat ik nog wel maken kan tegen Marcuse’s redenering is dat hij wat te simplistisch veronderstelt dat ieder mens als 'n passieve robot mee gaat in die “inkapseling” door machthebbers in het systeem via taal trucjes, onderwijs, (politieke) manipulatie, consumentisme, inspelen op je behoeften, propaganda en censuur, en dergelijke.
Veel mensen, ook laagopgeleide mensen, hebben toch nog een bepaald gezond verstand, een oer-intuïtie, of bewustzijn, dat er iets niet klopt: dat bedrijven producten aan je willen verkopen, je geld willen, dat politici liegen, machthebbers die macht willen houden. Dat wordt soms als “populisme” weg gezet, maar als het zich niet richt op verkeerde zondebokken (migranten, bijvoorbeeld) – of verblind is door ideologie – zit daar wel degelijk een volkse wijsheid in, die men ook wel “wisdom of the crowds” noemt. Mensen aan de onderkant staan toch iets losser in het systeem dan hoger opgeleide ambtenaren, of goed verdienende “account managers” in commerciële bedrijven, met voorspoedige carrières.
Zeker, velen van “het gewone volk” doen mee met die “passieve consumptie”, of laten zich ook in de maling nemen door politici of het hele systeem, maar hun belangen zijn minder verbonden aan dat systeem. Dat geeft hoop voor een groeiend bewustzijn en een “grotere weigering” waar men het ook in ’t debat van De Balie over had, en ook de naam van een werk van panellid Marian Donner ( ‘De Grote Weigering’).
Mensen proberen in zo’n totalitair systeem altijd hun eigen, semi-vrije draai te vinden, iets van vrije wil te behouden, als het moet verhuld. Dat kent men ook van totalitaire samenlevingen/dictaturen, waarin men zich weinig aantrekt van een alomtegenwoordige en opdringerige overheid, hoe dwingend aanwezig ook.
Ik merkte dat bij mijn Spaanse familie onder de Franco dictatuur in Spanje (1939-1975), waarvan de meesten geen “politieke dieren” waren, maar zichzelf veelal wel links of democratisch vonden.. en die Franco en zijn regime maar probeerden te negeren.
Hetzelfde is bekend van andere dictaturen of totalitaire samenlevingen, soms zelfs met een sterk gepropageerde ideologie. Als de ideologie een grote groep aanspreekt, veelal omdat het ”slim” appeleert aan basale, aanwezige driften (tribaal, competitie, overleving, oorlog, raciaal), zal het meer draagvlak onder een volk vinden, maar toch ook niet helemaal.
Via inspelen op behoeften en dat “prettig verdovende” “gelukkig” of “vals” bewustijn via welvaart en consumptie – zoals Marcuse betoogt - is dat passieve draagvlak er ook, net zo als “raciale superioriteit” aansprak bij een deel van de Duitsers onder de Nazi’s (en eerder bij Britten en andere Europeanen in de koloniale tijd), of Italiaanse trots bij Italianen onder Mussolini, goed georganisserde staatsverzorging in communistische landen (ook verdovend, wellicht), of religieuze superioriteitswaan en tribalisme bij radicaal-Islamitische regimes.
Toenemend bewustzijn is de manier om een dergelijk pervers draagvlak – gebaseerd op illusies en propaganda – te ondermijnen of af te laten kalven, vooral als duidelijk wordt hoeveel slachtoffers dat totalitarianisme heeft, hoeveel mensenrechten het schendt, hoezeer het vrijheid en geluk – en gelijkwaardigheid – voor de meeste mensen als individu beperkt, als men maar voorbij particuliere deelbelangetjes kijkt: als man heb je het wat makkelijker onder de Taliban of in Soedan, Saoedi Arabië, of Iran, als rijke kapitalist in dit systeem, als partijlid in dictaturen, etcetera. Degenen die de klappen opvangen, die lijden, zijn “de anderen”, de zwakkeren. Jammerlijk ontbreekt solidariteit daarmee nog teveel.
Een ander kritiekpunt(je) op Marcuse’s stelling is dat hij de “passiviteit” van die inkapseling ook overdrijft in de zin dat hij lijkt te vergeten dat er ook “welbegrepen eigenbelang” bestaat, met gevestigde belangen.
Mensen uit welvarende families in big business, of met politieke macht – de “elite” -, weten heel goed dat de taal manipulerend werkt en van die gelaagde inkapseling van arbeiders door economie en technologie in het moderne kapitalisme (nu: neoliberalisme), en steunen dat omdat ze weten dat zij er goed uit komen, uit die ongelijkheid. Heel wat mensen steunen daarom bewust die “ideologie” , waar Marcuse het over heeft. Ze doen er eerder bewust dan passief aan mee. De passief-meedoende massa is voor dat systeem echter nog steeds nodig, en daar zit mogelijk een kiem van verandering, verzet, weigering.. met andere woorden: een uitweg uit die totalitaire “inkapseling” in die eendimensionale samenleving.
Een systeem gebaseerd op exploitatie van een meerderheid kan immers niet voor eeuwig stand houden, en die andere “dimensies” zullen er toch bij komen. De mens is immers – betoog ik - van nature ook niet “een-dimensionaal”.
Marcuse wees op het belang van transcendentie, ofwel “overstijging”, dus het herwinnen van echt vrij levensgeluk, eigen genot, via vrijheid, van individuele mensen. Ook betreurde hij – in zekere zin – de desublimatie (“onttovering”) van kunst, en andere menselijke gedragingen, door die technologische vooruitgang. Mogelijk biedt de “kunst” - of breder: cultuur - die nog niet ingekapseld is, via maatschappijkritiek of meer “spiritueel”, een uitlaatklep, maar ook wie weet een vehikel voor dat toenemende bewustzijn en geestelijke en daarna fysieke bevrijding van de onderdrukte mensen in deze wereld. Een internationale, en multiculturele dimensie lijken mij daarbij onontbeerlijk.
SAMENVATTEND
Mijn perspectief op en mening over Herbert Marcuse’s boek/essay De Eendimensionale Mens staat geenszins diametraal tegenover wat panelleden in dat filosofisch De Balie debat erover zeiden, zijnde Marian Donner en Thijs Lijster. Met hen was ik het regelmatig eens. Wel kon ik het meende ik aanvullen vanuit mijn perspectief en ervaring. Dat in De Balie, gecorrumpeerd door NAVO inmenging als we Left Laser mogen geloven, de door mij geconstateerde nieuwste “inkapselingen” van de politieke en linkse activistische tegenkrachten slechts mondjesmaat genoemd worden, maar grotendeels vermeden als thema, was te verwachten vanuit schuld- en/of schaamtegevoelens. Dan moet ik er maar mee komen.
Het blijft echter mijn persoonlijke mening, maar wel een “gedocumenteerde” mening gebaseerd op degelijke informatiebronnen en historische kennis, zeg ik er ter mijn verdediging bij.
Anderen, in Nederland en daarbuiten, filosofen of niet, zelfverklaard “links” of zelfverklaard “rechts”, hebben weer een ander perspectief op Marcuse’s werk en de huidige relevantie ervan. Dat betekent dat het wel invloed had, volgens sommigen goed, volgens anderen slecht, maar aantoonbaar in niet alleen het publieke debat, maar ook op universiteiten (zegt men), en op Flower Power en andere sociale bewegingen sinds de 1960s en 1970s, in meerdere Westerse landen. Rechtse (zelfverklaard “rechts” bedoel ik daarmee) ideologen bekritiseren het “cultuur marxisme” waar Marcuse en de Frankfurter Schule voor zouden staan, en dat universiteiten “links” gemaakt zou hebben, maar waarom dat zo slecht is wordt voor mij niet altijd duidelijk. Het lijkt mij ook onwaar of minstens overdreven.
Bovendien.. waarom zou de klassenstrijd geen invloed kunnen hebben op de cultuur? Dat lijkt mij zelfs realistisch als analyse. Het is geenszins een oproep tot “marxistisch geplande cultuur”, wat Marcuse nergens doet of betoogt: hij geeft slechts zijn analyse. “Denkrichtingen”, zo je wilt.
Deze, bovenstaande, post was weer mijn analyse van Marcuse’s analyse, waarbij ik “sturende” ideologie en vooringenomenheden er buiten probeerde te houden, maar wat meeging met Marcuse’s “denkrichting”. Ik observeer hierbij naar mijn idee slechts wat machthebbers in deze tijd doen ten opzichte van arbeiders/het volk, in nominale democratische landen als Nederland, en hoe totalitair dat eigenlijk is, en steeds meer wordt.
Marcuse's boek boden mij daarvoor een handvat.



